<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:9540</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-28T13:47:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9987578 \ CV EXPL  22-4122</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:9540">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:9540</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-28T13:46:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:9540 Rechtbank Noord-Holland , 21-09-2022 / 9987578 \ CV EXPL  22-4122</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:9540:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ambtshalve toetsing. De eisende partij heeft niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:9540:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie </para>
    <para>locatie Haarlem </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 9987578 \ CV EXPL  22-4122</para>
      <para>Uitspraakdatum: 21 september 2022 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitvaartcentrum Zuid B.V.</emphasis>, handelende onder de naam <emphasis role="bold">Begrafenisonderneming Sax</emphasis>, <emphasis role="bold">Uitvaart Zorgcentrum Amsterdam (Uz Amsterdam)</emphasis>, <emphasis role="bold">Uitvaart Zorgcentrum Rotterdam (Uz Rotterdam)</emphasis>, <emphasis role="bold">Uitvaart Zorgcentrum Utrecht (UZ Utrecht)</emphasis>, <emphasis role="bold">Uitvaart Zorgcentrum Den Haag (Uz Den Haag)</emphasis>, <emphasis role="bold">Uitvaart Zorgcentrum Nederland (Uz Nederland)</emphasis>, <emphasis role="bold">Confident-Uitvaartzorg</emphasis>, <emphasis role="bold">Kinderopvang en kinderdagverblijf Marionette</emphasis>, <emphasis role="bold">Uitvaart Zorgcentrum Leiden (Uz Leiden)</emphasis>, <emphasis role="bold">Uitvaart Zorgcentrum Zandvoort (Uz Zandvoort)</emphasis>, <emphasis role="bold">Uitvaart Zorgcentrum Amersfoort (Uz Amersfoort)</emphasis>, <emphasis role="bold">Uitvaart Zorgcentra Nederland (UZN)</emphasis>, <emphasis role="bold">Uitvaart Zorgcentra Zeeland (Uz Zeeland)</emphasis>, <emphasis role="bold">Uitvaart Zorgcentrum Zeeland</emphasis>, <emphasis role="bold">Agricultuur Sameneen</emphasis>, <emphasis role="bold">de baby SUITE</emphasis>, <emphasis role="bold">de SUITE baby</emphasis>, <emphasis role="bold">kids &amp; home</emphasis>, <emphasis role="bold">Kindermodehuis</emphasis>, <emphasis role="bold">Uitvaart Zorgcentrum Almere</emphasis>, <emphasis role="bold">Uitvaart Zorgcentrum Flevoland</emphasis>, <emphasis role="bold">Uitvaart Zorgcentrum West-Friesland </emphasis></para>
      <para>gevestigd te Amsterdam</para>
      <para>de eisende partij </para>
      <para>gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in de gemeente [plaats] </para>
      <para>de gedaagde partij  </para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De eisende partij heeft gesteld dat de gedaagde partij een opdracht heeft gegeven om de begrafenis van diens overleden schoonmoeder, [betrokkene], te regelen. De gedaagde partij heeft telefonisch contact opgenomen met de eisende partij, waarna op 17 oktober 2021 bij de gedaagde partij thuis de uitvaart is besproken. De eisende partij heeft verder gesteld dat een medewerker ter plaatse de informatie als bedoeld in artikel 6:230l BW heeft verstrekt. Aan de informatieplichten van artikel 6:230l BW is derhalve voldaan, aldus de eisende partij. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Artikel 6:230l BW ziet op vorderingen die zijn gebaseerd op overeenkomsten tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Gelet op de geschetste gang van zaken is de kantonrechter van oordeel dat daarvan in deze zaak sprake is. De eisende partij heeft echter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de in dit artikel opgenomen essentiële informatieplichten. Zij heeft immers enkel gesteld: <emphasis role="italic">“Eiseres heeft voldaan aan alle informatieverplichtingen van 6: 230l B.W., doordat een medewerker van eiseres deze informatie ter plaatse mondeling heeft meegedeeld.”</emphasis>. Dit volstaat niet. Aan bewijslevering, zoals aangeboden, wordt niet toegekomen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat is hiervan het gevolg?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op grond van artikel 111 lid 2 onder d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De eisende partij heeft niet aan deze eisen voldaan. Daarom wordt de vordering afgewezen. Gelet op artikel 3.5 van het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton wordt de eisende partij niet meer in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte alsnog nader toe te lichten en te onderbouwen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>