<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:926</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-14T12:00:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9504384 \ M VERZ 21-2583</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zaanstad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:926">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:926</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-12T16:23:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:926 Rechtbank Noord-Holland , 02-02-2022 / 9504384 \ M VERZ 21-2583</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:926:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bewindvoerders (en ouders) vragen opheffing bewind.Afgewezen omdat ouders bij instelling bewind als grond aanvoerden dat betrokkene lichamelijk en geestelijk gehandicapt was. Gebleken is dat ouders geen financiele verantwoording willen afleggen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:926:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-HOLLAND</title>
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
      <para>locatie Zaanstad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 9504384 \ BM VERZ 21-2583 jb</para>
      <para>Uitspraakdatum:  2 februari 2022</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking van de kantonrechter </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>op verzoek van:</para>
      <para>
        [verzoeker]
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]</para>
      <para>en</para>
      <para>
        [verzoekster] ,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,</para>
      <para>hierna ook te noemen: verzoekers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bewindvoerders van: </para>
      <para>
        [betrokkene] ,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,</para>
      <para>hierna ook te noemen: betrokkene,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van wie allen het adres bekend is bij deze rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>procedure</title>
    <para>De kantonrechter heeft kennisgenomen van:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoek met bijlage, ter griffie ingekomen op 18 oktober 2021;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akkoordverklaring van betrokkene, ingekomen op 28 oktober 2021.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 3 januari 2022 heeft een telefonische behandeling van het verzoek plaatsgevonden.</para>
      <para>Hierbij zijn alleen verzoekers gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 22 juli 2017 ingestelde bewind over de goederen die aan betrokkene (zullen) toebehoren. Verzoekers hebben daartoe aangevoerd dat betrokkene zich tijdens het bewind zodanig heeft ontwikkeld, dat het bewind niet meer nodig is. Zij bespreken alle financiële zaken met betrokkene en vinden het daarom niet nodig om zich daarover steeds te moeten verantwoorden aan de kantonrechter.</para>
      <para>Na opheffing van het bewind zullen verzoekers betrokkene blijven ondersteunen op financieel gebied.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter oordeelt thans als volgt. De kantonrechter dient te toetsen bij een opheffingsverzoek of de noodzaak voor het bewind nog aanwezig is. Bij de instelling van het bewind bleek uit de deskundigenverklaringen die bij het verzoek waren gevoegd dat de lichamelijke of geestelijke toestand van betrokkene, de grond van het bewind, zodanig was dat bewind noodzakelijk was. Betrokkene is sinds zijn geboorte geestelijk en lichamelijk gehandicapt. Hij lijdt aan een progressieve ziekte. Vastgesteld is dat betrokkene niet in staat is om de rekening en verantwoording te begrijpen. Tot 2020 heeft verzoeker ook de rekening en verantwoording niet meegetekend. Verzoekers gaven daarbij als argumentatie dat betrokkene verstandelijk en lichamelijk gehandicapt is.</para>
      <para>Verzoekers geven nu aan dat betrokkene gegroeid is en wel in staat is zijn financiën te beheren.</para>
      <para>Verzoekers maken dit niet aannemelijk door het overleggen van een deskundigenverklaring of andere stukken waaruit blijkt dat de grond voor het bewind niet meer aanwezig is. </para>
      <para>Overigens geven verzoekers in de vijfjaars-evaluatie en in andere correspondentie met de rechtbank aan dat betrokkene wel een mentor nodig blijft hebben, zonder aan te geven waarom het mentorschap wel noodzakelijk blijft.</para>
      <para>Het komt de kantonrechter voor dat het onderhavige verzoek  is ingegeven vanwege de jaarlijkse verantwoording die verzoekers verplicht zijn af te leggen en waarvan verzoekers aangeven het nut niet in te zien.. </para>
      <para>Deze verantwoording leidt, sinds het instellen van het bewind, jaarlijks tot discussie met de rechtbank en de verantwoording vindt ook pas plaats na de nodige herinneringen.</para>
      <para>Als dit de eigenlijke reden is van het verzoek kunnen verzoekers overwegen om de financiële administratie uit handen te geven aan een administratiekantoor of het bewind geheel over te dragen aan een professionele bewindvoerder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu door de bewindvoerders niet aannemelijk is gemaakt dat de grond van het bewind niet meer aanwezig is  zal het verzoek worden afgewezen.</para>
      <para>De kantonrechter zal een eventueel volgend verzoek tot opheffing van het bewind alleen in behandeling nemen als daarbij een deskundigenverklaring is gevoegd, waaruit blijkt dat betrokkene  in staat is zelf zijn vermogensrechtelijke belangen zelfstandig waar te nemen.</para>
      <para>Wanneer het inleveren van de rekening en verantwoording over het jaar 2021 niet tijdig en volledig geschiedt, zal de kantonrechter verzoekers ontslaan als bewindvoerders en een professionele bewindvoerder aanstellen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>beslissing</title>
    <para>De kantonrechter wijst het verzoek af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.Th. Goossens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier	De kantonrechter</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>