<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:9163</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-31T18:00:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9749766</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:9163">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:9163</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-31T12:59:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:9163 Rechtbank Noord-Holland , 05-10-2022 / 9749766</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:9163:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overeenkomst terecht ontbonden. Eiser mocht er terecht op vertrouwen dat gedaagde zijn contractspartij was. Gedaagde zal de door eiser aan gedaagde betaalde bedragen als onverschuldigd betaald aan eiser terug moeten betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:9163:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 9749766 \ CV EXPL  22-1343</para>
      <para>Uitspraakdatum: 5 oktober 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 1]</para>
      <para>eiser</para>
      <para>verder te noemen: [eiser]</para>
      <para>gemachtigde: mr. M. van der Veer, advocaat te Roosendaal</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] , voorheen h.o.d.n. [bedrijf gedaagde] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde] dan wel [bedrijf gedaagde]</para>
      <para>gemachtigde: mr. C. van der Ent, advocaat te Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gaat in deze zaak om de vraag of [eiser] de met [bedrijf gedaagde] gesloten overeenkomst terecht heeft ontbonden en [gedaagde] uit hoofde van onverschuldigde betaling aansprakelijk is voor terugbetaling van de aanbetalingen van [eiser] . De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [bedrijf gedaagde] zijn contractspartij was. [gedaagde] zal de door [eiser] aan [bedrijf gedaagde] / [naam] betaalde bedragen als onverschuldigd betaald aan [eiser] terug moeten betalen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft bij dagvaarding van 1 maart 2022 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 7 september 2022 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft de gemachtigde van [eiser] bij brief van 29 augustus 2022 nog stukken toegezonden.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 1 februari 2021 heeft [eiser] op de website Werkspot.nl een klus geplaatst met betrekking tot de reparatie van het dak van zijn woning. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [bedrijf gedaagde] heeft zich op deze klus ingeschreven.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Namens [bedrijf gedaagde] is de heer [naam] (hierna: [naam] ), vergezeld van een compagnon bij [eiser] thuis geweest. Zij adviseerden [eiser] om het dak niet te laten repareren maar volledig te laten renoveren De communicatie werd daarbij gevoerd door [naam] .</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op briefpapier van [bedrijf gedaagde] is aan [eiser] een offerte uitgebracht die door [eiser] is geaccepteerd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft vervolgens een totaalbedrag van € 4.750,00 aanbetaald (€ 1.750,00 voor kantpannen, € 2.600,00 voor dakpannen en € 400,00 voor overig materiaal)</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De dakpannen zijn niet geleverd en er zijn geen werkzaamheden verricht.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft op verzoek van [naam] op 5 januari 2021 zijn bedrijfsgegevens in het register van de Kamer van Koophandel aangepast. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 5.251,80. Dit bedrag is opgebouwd uit een hoofdsom van € 4.550,00 en een bedrag van € 701,80 aan buitengerechtelijke incassokosten. Ook vordert [eiser] wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 7 mei 2021 tot de dag van gehele betaling en veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten waaronder nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente over deze kosten. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat hij aan [bedrijf gedaagde] opdracht heeft gegeven tot het renoveren van zijn pannendak. [eiser] heeft daarvoor een totaalbedrag van € 4.750,00 aanbetaald voor de materialen. Levering van materialen bleef echter uit. Ook werden er geen werkzaamheden verricht. [eiser] heeft vervolgens de koopovereenkomst ontbonden en vordert nu de hoofdsom als onverschuldigd betaald terug.  </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist de vordering. Hij voert daartoe – kort samengevat – het volgende aan. [gedaagde] betwist dat [bedrijf gedaagde] zich op de door [eiser] op Werkspot geplaatste klus heeft ingeschreven. [gedaagde] is geen contractspartij van [eiser] en heeft geen afspraken met [eiser] gemaakt, laat staan financiële. [eiser] heeft zich tot de verkeerde partij gewend. De contacten die [eiser] heeft gehad verliepen uitsluitend via [naam] , die zich voordeed alsof hij bevoegd was [bedrijf gedaagde] te vertegenwoordigen. [gedaagde] is erachter gekomen dat  [naam] meerdere personen en bedrijven heeft getracht op het spoor van [gedaagde] (en op het spoor van anderen) te zetten door zonder toestemming van in dit geval [gedaagde] zijn handelsnaam te gebruiken. [gedaagde] is hierdoor zelf ook slachtoffer van de misleidende praktijken van [naam] geworden. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Voor zover van belang zal op het verweer van [gedaagde] hierna bij de beoordeling verder worden ingegaan. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De kantonrechter gaat ervan uit dat [eiser] er gerechtvaardigd op heeft vertrouwd dat [gedaagde] zijn wederpartij was. De vraag of [gedaagde] zelf bij [eiser] langs is gekomen kan daarbij onbeantwoord blijven. Immers staat vast dat [gedaagde] en [naam] een samenwerking zijn aangegaan tot het verrichten van dakwerkzaamheden, en dat de bedrijfsomschrijving op verzoek van [naam] door [gedaagde] in de kamer van koophandel met die strekking is aangepast. Het feit dat [gedaagde] niet zelf de klus op werkspot heeft geaccepteerd ontslaat hem niet reeds daarom van aansprakelijkheid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Voorts staat vast dat [eiser] een bedrag van EUR 2.600,- - het offertebedrag – op rekening van [bedrijf gedaagde] heeft gestort. Indien [gedaagde] van oordeel was geweest dat [eiser] dit onverschuldigd had overgemaakt had het op zijn weg gelegen dit bedrag binnen bekwame tijd terug te storten op rekening van [eiser] . [gedaagde] heeft er echter om hem moverende redenen voor gekozen het bedrag door te storten op rekening van [naam] . Daarbij heeft hij [eiser] dus in de waan gelaten dat [bedrijf gedaagde] zijn wederpartij was. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Het voorgaande in onderling verband en samenhang bezien brengt mee dat [gedaagde] aansprakelijk is uit hoofde van onverschuldigde betaling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van [eiser] zal toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente als gevorderd nu [gedaagde] hiertegen geen zelfstandig verweer heeft gevoerd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>
        [eiser] maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat aan de vereisten zoals gesteld in artikel 6:96 BW is voldaan. Daarmee is de vergoeding verschuldigd en zal het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt. De nakosten hoeven niet afzonderlijk in de proceskostenveroordeling te worden vermeld.<footnote-ref linkend="_64e01ab5-39be-422d-aac9-11667b61093d" /><?linebreak?></para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 5.251,90, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.550,00 vanaf 7 mei 2021 tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiser] tot en met vandaag vaststelt op:</para>
        <para>dagvaarding	€	133,57</para>
        <para>griffierecht	€	244,00</para>
        <para>salaris gemachtigde	€	622,00;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_64e01ab5-39be-422d-aac9-11667b61093d" label="1">
    <para> Zie Hoge Raad , 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>