<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:8126</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-15T19:54:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/033716-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:8126">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:8126</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-15T19:54:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:8126 Rechtbank Noord-Holland , 30-08-2022 / 15/033716-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:8126:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor opzettelijk aanwezig hebben van heroïne en metamfetamine, het voorhanden hebben van een vuurwapen en het in voorraad hebben van ketamine. Bekennende verdachte. Gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:8126:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Straf, locatie Haarlem</para>
      <para>Meervoudige strafkamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 15/033716-22 (P)</para>
      <para>Uitspraakdatum: 30 augustus 2022</para>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 16 augustus 2022 in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="bold smallcaps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, </para>
      <para>thans gedetineerd in [detentieadres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie</para>
      <para>mr. R. Klein en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. J.H.W. van der Lee, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Tenlastelegging </title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 9 februari 2022 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad<?linebreak?>- ongeveer 4000 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of<?linebreak?>- een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of<?linebreak?>- een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine<?linebreak?>zijnde heroïne en/of cocaïne en/of metamfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 9 februari 2022 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen, (met de uiterlijke verschijningsvorm) van het merk Glock, type 23 austria, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 9 februari 2022 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, zonder registratie een hoeveelheid ketamine, in elk geval een werkzame stof, in voorraad heeft gehad en/of heeft bereid en/of ingevoerd en/of afgeleverd en/of uitgevoerd en/of verhandeld;</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Voorvragen</title>
    <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft verzocht de verdachte partieel vrij te spreken van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, uitsluitend voor zover dit het medeplegen daarvan betreft. Ten aanzien van het overige heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank komt op grond van de feiten en omstandigheden, die zijn vervat in de hierna te noemen bewijsmiddelen, tot een bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna vermelde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat ten aanzien van de onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde feiten sprake is van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Gelet daarop zal voor deze feiten worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen op grond waarvan de rechtbank tot een bewezenverklaring is gekomen: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 augustus 2022;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming van 9 februari 2022 met bijlagen (los bijgevoegd); </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van forensisch onderzoek plaats delict van 10 februari 2022 (dossierpagina 133 tot en met 135);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 10 februari 2022 (dossierpagina’s 136 tot en met 138);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 9 maart 2022 (dossierpagina’s 165 tot en met 170);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het rapport NFiDENT van het Nederlands Forensisch Instituut van 10 februari 2022 (dossierpagina 139); </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het rapport NFiDENT van het Nederlands Forensisch Instituut van 8 maart 2022 (dossierpagina 311). </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 2</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 augustus 2022; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van bevindingen van 10 februari 2022 (dossierpagina’s 192 tot en met 193);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming van 9 februari 2022 met bijlagen (los bijgevoegd);  </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van onderzoek vuurwapen / munitie van 19 april 2022 (dossierpagina’s 156 tot en met 158).</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 3 </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 augustus 2022; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van forensisch onderzoek plaats delict van 10 februari 2022 (dossierpagina 133 tot en met 135);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming van 9 februari 2022 met bijlagen (los bijgevoegd);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 9 maart 2022 (dossierpagina’s 165 tot en met 170);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van bevindingen van 18 mei 2022 (dossierpagina’s 255 tot en met 256).</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 1</emphasis>
        </para>
        <para>hij op 9 februari 2022 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad<?linebreak?>- ongeveer 4000 gram van een materiaal bevattende heroïne en<?linebreak?>- een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine.<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 2 </emphasis>
        </para>
        <para>hij op 9 februari 2022 te Amsterdam een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen van het merk Glock, type 23, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, voorhanden heeft gehad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 3</emphasis>
        </para>
        <para>hij op 9 februari 2022 te Amsterdam zonder registratie een hoeveelheid ketamine in voorraad heeft gehad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 3 </emphasis>
      </para>
      <para>Opzettelijk overtreden van een verbod gesteld bij artikel 38 van de Geneesmiddelenwet.</para>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>Motivering van de sanctie</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 26 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de proceshouding en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte heeft verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen en heeft getracht opening van zaken te geven. Daarnaast is aangevoerd dat de verdachte kampt met verschillende gezondheidsklachten die zijn verblijf in een penitentiaire inrichting nog zwaarder maken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie strafbare feiten. De verdachte heeft diverse harddrugs – heroïne en metamfetamine – en een hoeveelheid ketamine in bezit gehad. Gezien de hoeveelheden harddrugs en ketamine kan het niet anders dan dat deze bestemd waren voor verdere handel en verspreiding. Het is algemeen bekend dat de handel in verdovende middelen gepaard gaat met verschillende vormen van zware criminaliteit en overlast in de samenleving, waaronder witwassen en (zware) geweldsdelicten, onder meer gepleegd met vuurwapens. Ook bij de verdachte is een vuurwapen aangetroffen. De rechtbank neemt als strafverzwarend aan dat dit vuurwapen is aangetroffen in een criminele setting, te weten op een locatie waar zich ook diverse verdovende middelen in een handelshoeveelheid bevonden, en het gegeven dat bij dit vuurwapen patronen zijn aangetroffen die geschikt zijn voor het verschieten met dat wapen. De verdachte heeft hierdoor de maatschappij bewust aan aanzienlijke risico’s blootgesteld. De persoonlijke omstandigheden en medische situatie van de verdachte acht de rechtbank niet dermate indringend dat hier een matigend effect aan moet worden gegeven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het uittreksel Justitiële documentatie van de verdachte (gedateerd 15 april 2022), waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder wegens (drugs)delicten onherroepelijk is veroordeeld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat gelet op de ernst van het feit geen andere straf op haar plaats is dan een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor de duur van de op te leggen gevangenisstraf slaat de rechtbank acht op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS. In lijn met deze oriëntatiepunten neemt de rechtbank als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden voor het in bezit hebben van de harddrugs. Vanwege het bezit van de ketamine en het vuurwapen komt de rechtbank – gelet op de criminele setting waarin het vuurwapen is gevonden – tot een gevangenisstraf voor de duur van totaal 24 maanden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>57 van het Wetboek van Strafrecht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>2 en 10 van de Opiumwet; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>26 en 55 van de Wet wapens en munitie;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>38 van de Geneesmiddelenwet.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat de verdachte de onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de onder 3.4. bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van <emphasis role="bold">VIERENTWINTIG (24) MAANDEN</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</emphasis>
      </para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. R.M. Steinhaus, voorzitter,</para>
      <para>mr. M.E. Francke en mr. P.A. Hesselink, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van de griffier mr. T.J.A. Krips,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 augustus 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>