<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:8027</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-22T16:27:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9691364 \ CV EXPL  22-551</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zaanstad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:8027">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:8027</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-22T16:26:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:8027 Rechtbank Noord-Holland , 11-08-2022 / 9691364 \ CV EXPL  22-551</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:8027:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Consumentenrecht. Ambtshalve Toetsing. Opleiding. Sanctie na dagvaarding. Niet voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten. Schending van artikel 6:230m lid 1 onder h BW en artikel 6:230v lid 7 BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:8027:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Zaanstad </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 9691364 \ CV EXPL  22-551</para>
      <para>Uitspraakdatum: 11 augustus 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstekvonnis in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap<?linebreak?><emphasis role="bold">NTI B.V.</emphasis>, mede handelend onder de naam <emphasis role="bold">N.T.I. Nederlands Talen Instituut</emphasis>; <emphasis role="bold">Hogeschool NTI</emphasis>; <emphasis role="bold">NTI-Hogeschool</emphasis>; <emphasis role="bold">NTI University</emphasis>; <emphasis role="bold">NTI MBO-College</emphasis>; <emphasis role="bold">Uitgeverij Educatief</emphasis>; <emphasis role="bold">Educatief</emphasis>; <emphasis role="bold">A.A.L.O</emphasis>.; <emphasis role="bold">A.A.L.O. Opleidingen</emphasis>; <emphasis role="bold">Schrijversacademie</emphasis>; <emphasis role="bold">N.T.I.-Voordeelshop</emphasis>; <emphasis role="bold">NOF Nederlands Opleidingsinstituut voor de Fitnessbranche</emphasis>; <emphasis role="bold">CECZ</emphasis>; <emphasis role="bold">Centraal Exameninstituut Complementaire Zorg</emphasis>; <emphasis role="bold">NTI</emphasis>; <emphasis role="bold">AALO                       </emphasis></para>
      <para>gevestigd te Leiden</para>
      <para>de eisende partij</para>
      <para>gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] </para>
      <para>de gedaagde partij</para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De vordering is gebaseerd op een koopovereenkomst op afstand met betrekking tot een zaak tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De precontractuele informatieplichten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De eisende partij stelt – kort weergegeven – dat zij met de gedaagde partij op 13 augustus 2019 online een studieovereenkomst heeft gesloten. De eisende partij stelt dat de gedaagde partij de studiekosten van € 693,45 onbetaald heeft gelaten. Volgens de eisende partij is voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v BW. Ter onderbouwing heeft zij, onder meer, schermafdrukken van het inschrijfproces en de inschrijfbevestiging overgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit de toelichting en stukken blijkt niet (voldoende) dat de eisende partij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan de informatieplicht als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 onder h BW heeft voldaan. In de overgelegde schermafdrukken wordt slechts vermeld “<emphasis role="italic">14 dagen vrijblijvend op proef</emphasis>”, maar dat is niet een op een duidelijke en begrijpelijke manier verwijzen naar het herroepingsrecht in de precontractuele fase. De eisende stelt dat het herroepingsrecht te vinden is onder het kopje ‘Studeren bij NTI’ en op www.nti.nl/herroepingsrecht, maar naar het oordeel van de kantonrechter volstaat deze wijze van informatieverstrekking niet, nu de gedaagde partij zelf op zoek dient te gaan naar deze informatie. Bovendien verwijst de eisende partij naar artikel 3 van de inschrijfvoorwaarden, maar informatie over het herroepingsrecht staat niet in dat artikel opgenomen. <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De contractuele informatieplichten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De eisende partij vindt dat zij heeft voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 onder a BW. De eisende partij stelt dat na voltooiing van het aanmeldproces door eiseres per e-mail een bevestiging van de definitieve inschrijving is verzonden. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft de eisende partij de inschrijfbevestiging overgelegd, maar zonder de zogenoemde header. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Om te kunnen vaststellen dat is voldaan aan artikel 6:230v lid 7 onder a BW moet een aan de gedaagde partij verzonden bestelbevestiging van de webshop van de eisende partij worden overgelegd die voldoet aan de eisen van dat artikel. Dat wil zeggen een concrete, daadwerkelijk aan de gedaagde partij verzonden bestelbevestiging. Die ontbreekt in dit geval. Tevens staat in de inschrijfbevestiging niets over het herroepingsrecht als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 onder h BW vermeld, ook in zoverre is niet voldaan aan artikel 6:230v lid 7 onder a BW.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De kantonrechter is daarom van oordeel dat de eisende partij niet aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW heeft voldaan en zal daarvoor een sanctie toepassen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Welke sancties horen hierbij?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) en het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677) moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>In deze zaak heeft de eisende partij de essentiële precontractuele informatieplicht zoals opgenomen in artikel 6:230m lid 1 onder h BW geschonden. Daarnaast heeft zij de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW geschonden. Met het oog op voornoemde Europeesrechtelijke beginselen en jurisprudentie van het HvJ EU en de Hoge Raad, zal de kantonrechter de overeenkomst gedeeltelijk vernietigen, te weten voor 25% van de door de gedaagde partij verschuldigde koopprijs. Daarbij wordt (mede) toepassing gegeven aan de artikelen 3:40 lid 2 en 3:41 BW, en aan de artikelen 6:193b, 6:193d, 6:193f en 6:193j BW, omdat de schending van de informatieplichten ook een oneerlijke handelspraktijk is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat is toewijsbaar?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is van de oorspronkelijke hoofdsom van € 693,45, een bedrag van € 520,09 (€ 693,45 x 0,75) toewijsbaar.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>De buitengerechtelijke kosten zijn toewijsbaar over deze hoofdsom, tot een bedrag van € 125,86.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen zoals onder de beslissing is opgenomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 645,95, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 520,09 vanaf 1 februari 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>€	129,42 wegens dagvaardingskosten,</para>
        <para>€	322,00 wegens griffierecht en</para>
        <para>€	124,00 wegens salaris gemachtigde;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier                                                                                                         De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>