<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:7860</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T07:25:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HAA 22/2242</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2022/2209</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2022/54.30.37</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:7860">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:7860</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-12T15:14:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:7860 Rechtbank Noord-Holland , 02-09-2022 / HAA 22/2242</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:7860:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>BNT KOT verzet ongegrond</para>
      <para />
      <para>Ingebrekestelling prematuur. Het is niet mogelijk een bestuursorgaan op voorhand ingebreke te stellen. Wanneer een ingebrekestelling te vroeg wordt ingediend moet de rechtbank het gevolg eraan verbinden dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.Het staat de rechtbank niet vrij om hiervan af te wijken. verzet ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:7860:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: HAA 22/2242  V</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 september 2022 op het verzet van</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [opposante] , te [woonplaats] , opposante</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. C.L. Mens).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposante heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door Belastingdienst/Toeslagen op haar verzoek om herbeoordeling in het kader van de kinderopvangtoeslag. </para>
      <para>Bij uitspraak van 27 juni 2022 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. </para>
      <para>Opposante heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. </para>
      <para>Opposante heeft niet verzocht om op een zitting gehoord te worden.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para>1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat Belastingdienst/Toeslagen nog niet in gebreke was te beslissen op het verzoek toen opposante hem bij brief van 10 januari 2022 in gebreke stelde. </para>
    <para>2. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend de buitenzittingsuitspraak.  Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is. </para>
    <para>3. Opposante voert in verzet aan dat Belastingdienst/Toeslagen op 29 december 2021 reeds heeft aangekondigd dat hij het niet ging redden om voor 26 januari 2022 een besluit op het verzoek herbeoordeling te nemen. In de brief van 29 december 2021 heeft Belastingdienst/Toeslagen tevens aangekondigd dat opposante kan overgaan tot een ingebrekestelling, in geval zij het met deze vertraging niet eens is. Gelet op de inhoud van deze brief is opposante direct overgegaan tot een ingebrekestelling. In deze brief  heeft opposante uitdrukkelijk aangegeven dat Belastingdienst/Toeslagen pas vanaf 26 januari 2022 in gebreke zal zijn en dat pas vanaf 26 januari 2022 de termijn van twee weken zal aanvangen. Opposante stelt dat gelet hierop de ingebrekestelling niet ongeldig is. De ingebrekestelling is slechts een aantal dagen eerder gestuurd, omdat Belastingdienst/Toeslagen het op dat moment erg druk had en brieven daardoor pas later in behandeling werden genomen. Bovendien heeft Belastingdienst/Toeslagen zelf op 29 december 2021 al aangegeven dat tot een ingebrekestelling kan worden overgegaan. Verder merkt opposant op dat Belastingdienst/Toeslagen in zijn verweerschrift heeft erkend in gebreke te zijn en dat opposante recht heeft op de volledige dwangsom en dat het beroep gegrond is. Het enige waar de Belastingdienst/Toeslagen in het verweerschrift om heeft verzocht is een langere beslistermijn. Dit beroep had niet zomaar niet-ontvankelijk verklaard kunnen worden zonder dat er een zitting heeft plaatsgevonden en/of om nadere schriftelijke toelichting van partijen is verzocht. </para>
    <para>4. De rechtbank oordeelt thans als volgt. Ingevolge artikel 4:13, eerste lid, van de Awb dient een beschikking te worden gegeven binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn. In dit geval is de termijn zes maanden. De beslistermijn eindigde gelet hierop op 26 juli 2021.</para>
    <para>5. Bij brief van 1 juli 2021 heeft verweerder de beslistermijn met zes maanden verlengd en opposante daarbij bericht dat hij uiterlijk binnen zes maanden een beslissing zal ontvangen. De verlengde beslistermijn eindigt gelet hierop op 26 januari 2022.</para>
    <para>6. De rechtbank stelt vast dat opposante Belastingdienst/Toeslagen bij brief van 10 januari 2022, ingekomen op 12 januari 2022, heeft meegedeeld dat hij in gebreke is tijdig te beslissen op haar verzoek. </para>
    <para>7. Vaststaat dat Belastingdienst/Toeslagen op 12 januari 2022 nog niet in gebreke was om te beslissen op het verzoek van opposante.  Het is niet mogelijk een bestuursorgaan op voorhand in gebreke te stellen. Wanneer een ingebrekestelling te vroeg wordt ingediend, moet de rechtbank het gevolg eraan verbinden dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. Het staat de rechtbank niet vrij om hiervan af te wijken. Hetgeen opposante heeft aangevoerd, maakt niet dat de wettelijk voorgeschreven termijn niet in acht genomen hoeft te worden. Ook de stelling dat Belastingdienst/Toeslagen in het verweerschrift heeft opgemerkt dat het beroep gegrond is, maakt het vorenstaande niet anders. Het is immers de rechtbank die een oordeel geeft over de ontvankelijkheid van het beroep en niet Belastingdienst/Toeslagen. </para>
    <para>8. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak in stand blijft. </para>
    <para>9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, rechter, in aanwezigheid van                         N. Joacim, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>