<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:7055</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-18T12:01:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9749947 \ CV EXPL 22-1349</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:7055">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:7055</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-17T19:45:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:7055 Rechtbank Noord-Holland , 03-08-2022 / 9749947 \ CV EXPL 22-1349</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:7055:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering tot betaling factuur installatiewerkzaamheden toegewezen. Beroep gedaagde op opschorting of verrekening slaagt niet, omdat hij geen opeisbare schadevordering op eiser heeft.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:7055:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 9749947 \ CV EXPL  22-1349 BL</para>
      <para>Uitspraakdatum: 3 augustus 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid <emphasis role="bold">[eiseres] B.V. </emphasis></para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats]</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>verder te noemen: [eiseres]</para>
      <para>gemachtigde: L.V. Snijder</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] (NH) </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>procederend in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft bij dagvaarding van 11 maart 2022 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 27 december 2018 heeft [eiseres] in opdracht van [gedaagde] werkzaamheden verricht aan de cv-installatie van [gedaagde] .</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Voor die werkzaamheden (inclusief voorrijtijd en materialen) heeft [eiseres] op 28 februari 2019 een bedrag van € 523,71 aan [gedaagde] gefactureerd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 27 september 2019 heeft [gedaagde] telefonisch aan [eiseres] gemeld dat hij waterschade heeft, die volgens hem het gevolg is van de werkzaamheden die [eiseres] op 27 december 2018 heeft verricht.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 25 mei 2020 is [eiseres] bij [gedaagde] thuis geweest om de schade te bekijken, en heeft [eiseres] zich op het standpunt gesteld dat niet vastgesteld kan worden dat zij aansprakelijk is voor de schade. Daarbij is [gedaagde] door [eiseres] gewezen op de door haar gehanteerde schadeprocedure, die inhoudt dat de schade eerst gemeld wordt bij de opstalverzekeraar van de klant, waarna – in geval van afwijzing door die verzekeraar – [eiseres] aansprakelijk gesteld kan worden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft geen schademelding bij zijn opstalverzekeraar gedaan.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft Snijder Incasso ingeschakeld voor de incassering van haar vordering op [gedaagde] .</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Partijen hebben gecorrespondeerd over de kwestie, maar dit heeft niet geleid tot een oplossing.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering en het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van het hiervoor genoemde factuurbedrag van € 523,71, de wettelijke rente daarover (tot 11 maart 2022 berekend op € 30,79) en buitengerechtelijke incassokosten (€ 78,56).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist de vordering, en voert daarvoor – samengevat – het volgende aan. Bij de uitvoering van de werkzaamheden door [eiseres] is lekkage ontstaan, die waterschade heeft veroorzaakt in de woning van [gedaagde] aan het systeemplafond en het luik naar het zoldertje, waar de cv-installatie staat. [eiseres] is aansprakelijk voor deze schade, die is begroot op € 1.250,00, en dus hoger is dan de vordering van [eiseres] . [gedaagde] heeft de nota van [eiseres] nog niet betaald, omdat de vraag wat [eiseres] gaat doen met zijn schade niet wordt beantwoord. [gedaagde] vindt dat de schade niet bij zijn verzekeraar gemeld moet worden, maar bij de verzekeraar van [eiseres] , omdat [eiseres] de schade heeft veroorzaakt. In zijn conclusie van dupliek eist [gedaagde] dat [eiseres] het volledige schadebedrag aan hem uitbetaalt.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Partijen zijn het erover eens dat [eiseres] de werkzaamheden waarvan betaling wordt gevorderd in opdracht van [gedaagde] heeft verricht. Ook het bedrag dat daarvoor in rekening is gebracht wordt door [gedaagde] niet betwist. Dit betekent dat het uitgangspunt is, dat [gedaagde] het factuurbedrag van € 523,71 aan [eiseres] moet betalen. [gedaagde] erkent dit ook.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] vindt dat hij de nota (nog) niet hoeft te betalen, in verband met een vordering van € 1.250,00 die hij stelt op [eiseres] te hebben wegens waterschade aan het systeemplafond en aan een luik in zijn woning, die volgens [gedaagde] het gevolg is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. [eiseres] betwist op zichzelf niet dat er waterschade in de woning van [gedaagde] is, maar volgens [eiseres] kan niet worden vastgesteld dat deze het gevolg is van de door haar verrichte werkzaamheden. Daarbij beroept [eiseres] zich onder meer op het tijdsverloop tussen de uitvoering van het werk en de melding van de schade negen maanden later.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het verweer van [gedaagde] kan juridisch gezien worden gekwalificeerd als een beroep op opschorting, of een beroep op verrekening.<footnote-ref linkend="_da2f53b2-7310-4638-b565-2d0746cf4773" /> In beide gevallen slaagt het verweer van [gedaagde] niet, en de kantonrechter overweegt daarover het volgende.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Voor een geslaagd beroep op opschorting van de verplichting tot betaling van de factuur van [eiseres] is (onder meer) vereist dat [gedaagde] een opeisbare (schade)vordering heeft op [eiseres] . Ook voor een geslaagd beroep op verrekening van de door [gedaagde] gestelde schadevordering met de factuur van [eiseres] is vereist dat [gedaagde] een opeisbare vordering op [eiseres] heeft. In dat verband ligt het op de weg van [gedaagde] om voldoende informatie te verstrekken om te kunnen vaststellen dat de waterschade bij hem thuis het gevolg is van de door [eiseres] verrichte werkzaamheden. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Gezien de werkbon van [eiseres] van 27 december 2018, waarop staat: <emphasis role="italic">“Na vervangen vanmorgen van de omnderdelen, nu enorme lekkage uit de ketel”</emphasis>, kan [gedaagde] worden gevolgd in zijn stelling dat bij de uitvoering van werkzaamheden lekkage is ontstaan. [eiseres] betwist dit ook niet. Het getuigenbewijs dat [gedaagde] op dit punt aanbiedt is dus niet nodig.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Het enkele feit dat bij de uitvoering van de werkzaamheden lekkage is ontstaan, is echter onvoldoende om aan te nemen dat dit incident de oorzaak is van de schade die [gedaagde] nu vergoed wil krijgen. Niet is gesteld of gebleken dat na voltooiing van de werkzaamheden door [eiseres] nog steeds sprake was van lekkage. Ter onderbouwing van zijn schade heeft [gedaagde] een e-mail overgelegd van ‘ [xxx] ’ van 23 september 2019. Deze e-mail bevat slechts de zin: <emphasis role="italic">“Denk dat de gehele reparatie ongeveer 1250,- euro kost.”</emphasis> [eiseres] merkt terecht op dat deze beknopte, niet nader gespecificeerde ‘offerte’ geen enkel aanknopingspunt biedt voor aansprakelijkheid van [eiseres] . Verder wordt in aanmerking genomen dat niet is gebleken dat [gedaagde] eerder dan op 27 september 2019 een schademelding bij [eiseres] heeft gedaan. [gedaagde] stelt in zijn conclusie van antwoord dat hij al op 28 december 2018 telefonisch contact heeft opgenomen met [eiseres] over de schade, maar dit wordt door [gedaagde] niet onderbouwd en door [eiseres] betwist. Bovendien stelt [gedaagde] zelf in zijn conclusie van dupliek dat de schade pas na verloop van tijd zichtbaar werd. [gedaagde] had zijn standpunt kunnen onderbouwen met een afwijzing van aansprakelijkheid van zijn eigen opstalverzekeraar, maar heeft ervoor gekozen (nog) geen schademelding bij zijn verzekeraar te doen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande staat (nog) niet vast dat [eiseres] aansprakelijk is voor de waterschade van [gedaagde] . Daarmee heeft [gedaagde] geen opeisbare schadevordering op [eiseres] , zodat [gedaagde] zich niet met succes op opschorting of verrekening kan beroepen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De omstandigheid dat [eiseres] voorafgaand aan de procedure heeft aangeboden om twee arbeidsuren op de factuur in mindering te brengen, in een poging de kwestie in onderling overleg met [gedaagde] te regelen, leidt niet tot een ander oordeel. Anders dan [gedaagde] meent, kan dit aanbod niet worden gezien als een erkenning van aansprakelijkheid van [eiseres] .</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Dit betekent dat de vordering van [eiseres] tot betaling van het factuurbedrag van € 523,71 wordt toegewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Ook de wettelijke rente over dit factuurbedrag kan worden toegewezen zoals gevorderd, omdat niet is weersproken dat [gedaagde] de factuur niet tijdig heeft betaald en daarmee in verzuim is gekomen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Het door [eiseres] gevorderde bedrag van € 78,56 voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen, omdat [eiseres] niet, althans onvoldoende heeft gesteld op welke datum zij de aanmaning in de zin van artikel 6:96 lid 6 BW aan [gedaagde] heeft verzonden. In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>
        [gedaagde] vordert in zijn conclusie van dupliek dat [eiseres] wordt veroordeeld tot volledige uitbetaling van zijn schade. Daarmee is [gedaagde] te laat, omdat in de wet is bepaald dat een tegenvordering meteen bij conclusie van antwoord moet worden ingesteld.<footnote-ref linkend="_e4778c1e-97cc-4441-be6c-f1896443645c" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij hoofdzakelijk ongelijk krijgt. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van € 554,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 523,71 vanaf 7 maart 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiseres] tot en met vandaag vaststelt op:</para>
        <para>dagvaarding	€	107,22</para>
        <para>griffierecht	€	322,00</para>
        <para>salaris gemachtigde	€	248,00	;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>wijst de vordering voor het overige af.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.W.S. Kiliç en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_da2f53b2-7310-4638-b565-2d0746cf4773" label="1">
    <para> Artikel 6:52 respectievelijk artikel 6:136 Burgerlijk Wetboek (BW)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e4778c1e-97cc-4441-be6c-f1896443645c" label="2">
    <para> Artikel 137 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>