<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:6724</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-30T14:22:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/323157 / HA ZA 21-655</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:6724">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:6724</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-30T14:22:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:6724 Rechtbank Noord-Holland , 03-08-2022 / C/15/323157 / HA ZA 21-655</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:6724:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanvullend vonnis op de voet van art. 32 Rv; niet beslist op vordering BGK.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:6724:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="48e8f250-2914-4523-b231-56469ebd5c39" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="60297d3b-9469-4f2e-835f-51c213abc974" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>aanvullend vonnis </para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/15/323157 / HA ZA 21-655</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van 3 augustus 2022 met betrekking tot het verzoek om aanvulling van het vonnis van 13 juli 2022 (art. 32 Rv)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak die bij deze rechtbank aanhangig is geweest tussen </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [eiser 1],</title>
    <parablock>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[eiser 2]</emphasis>,</para>
      <para>beiden wonende te [plaats 4], gemeente [gemeente], </para>
      <para>eisers,</para>
      <para>advocaat mr. M.L. Dingemans te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] MAKELAARS B.V.</emphasis>,</para>
      <para>statutair gevestigd te [plaats 2], kantoorhoudend te [plaats 3], gemeente [gemeente], </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. N. van Baren-Elderman te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser 1] c.s. en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verzoek en het verweer </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [eiser 1] c.s. verzoeken de rechtbank om het op 13 juli 2022 gewezen vonnis aan te vullen op de voet van artikel 32 Rv, omdat in dat vonnis niet is beslist op de vordering sub III van [eiser 1] c.s., inhoudende dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling aan [eiser 1] c.s. van de buitengerechtelijke kosten van € 2.288,45 (inclusief BTW), althans een in goede justitie te bepalen bedrag.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is bij brief van deze rechtbank van 19 juli 202 in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek van [eiser 1] c.s. tot aanvulling van het gewezen vonnis. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft in zijn reactie op het verzoek verwezen naar het verweer dat is opgenomen in randnummer 7.1 van de conclusie van antwoord van [gedaagde]. Daarin voert [gedaagde] aan dat de gevorderde buitengerechtelijke kosten, in het geval de rechtbank tot het oordeel komt dat [gedaagde] schadeplichtig is jegens [eiser 1] c.s., conform de BIK-staffel naar beneden moeten worden bijgesteld afhankelijk van het toe te kennen schadebedrag. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Artikel 32 lid 1 Rv bepaalt dat de rechter te allen tijde op verzoek van een partij zijn vonnis aanvult indien hij heeft verzuimd te beslissen over een onderdeel van het gevorderde. De rechtbank is van oordeel dat deze situatie zich hier voordoet. Evident is immers dat op de onderhavige vordering niet is beslist in het vonnis. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Nu in het vonnis van 13 juli 2022 is geoordeeld dat [gedaagde] schadeplichtig is jegens [eiser 1] c.s. voor een bedrag in hoofdsom van € 44.393,-, zullen de gevorderde buitengerechtelijke kosten worden toegewezen tot het op grond van de BIK-staffel verschuldigde bedrag, namelijk: € 875 + 1% over (€ 44.393- € 10.000) = € 1.218,93. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het vonnis van 13 juli 2022 zal worden aangevuld met een beslissing over de buitengerechtelijke kosten, zoals op de hierboven beschreven wijze berekend.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 1.218,93 aan [eiser 1] c.s., </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat deze aanvulling onder vermelding van de datum van 3 augustus 2022 worden vermeld op de minuut van het vonnis van 13 juli 2022. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. Th.S. Röell en in het openbaar uitgesproken op 3 augustus 2022.<footnote-ref linkend="_b38141b3-965b-4abf-bbda-df97927ec4d6" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_b38141b3-965b-4abf-bbda-df97927ec4d6" label="1">
    <para>Conc.: 1467</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>