<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:6480</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-27T08:18:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/322210 / HA ZA 21-601</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:6480">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:6480</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-27T08:15:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:6480 Rechtbank Noord-Holland , 15-06-2022 / C/15/322210 / HA ZA 21-601</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:6480:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incidenten vrijwaring en 843a Rv, Hoewel verweerder het rechtmatig belang betwist, verstrekt hij de gevorderde stukken. De vordering wordt daarom afgewezen. Rechtmatig belang niet aangetoond, dus geen p</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:6480:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a0603e4e-ce88-4f6b-a16f-000e2ab34358" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="0e5af62e-5024-47f6-9410-d218780f741c" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/15/322210 / HA ZA 21-601</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 15 juni 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. [curator]</emphasis>
      </para>
      <para>in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid <emphasis role="bold">WANSINGER B.V.</emphasis>,</para>
      <para>voorheen handelend onder de naam Intermedium Shoes B.V.,</para>
      <para>woonplaats kiezend te Purmerend,</para>
      <para>eiser in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerder in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. C.N.M. Kras te Purmerend,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats],</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiser in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. S.A.H.J. Warringa en mr. I.M. Harmsen te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna de curator en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring ex artikel 210 lid 1 Rv tevens houdende incidentele vorderingen ex artikel 843a Rv</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte overlegging producties van de kant van de curator</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie van antwoord</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlating producties van de kant van [gedaagde]. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering in de hoofdzaak</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In de hoofdzaak heeft de curator vorderingen tegen [gedaagde] ingesteld met als grondslag - kort samengevat - dat [gedaagde] zijn taak als bestuurder van Wansinger B.V. (hierna: Wansinger) onbehoorlijk heeft vervuld, dat dit heeft geleid tot het faillissement, en dat [gedaagde] daarom aansprakelijk is voor het tekort van de faillissementsboedel. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering en het verweer in het vrijwaringsincident</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat van onbehoorlijk bestuur geen sprake is geweest. Voor zover de rechtbank de stellingen van de curator dat [gedaagde] de administratieplicht niet correct is nagekomen, heeft volgens [gedaagde] De Hooge Waerder Registeraccountants B.V. haar taak als controlerend accountant van Wansinger niet goed uitgevoerd. [gedaagde] vordert daarom hem toe te staan De Hooge Waerder Registeraccountants B.V. in vrijwaring op te roepen. Omdat het [gedaagde] niet geheel duidelijk is of De Hooge Waerder Registeraccountants B.V. als enige als controlerend registeraccountant voor Wansinger heeft opgetreden, verzoekt [gedaagde] om hem toe te staan ook De Hooge Waerder Beverwijk B.V., De Hooge Waerder Alkmaar B.V., De Hooge Waerder Juristen B.V., De Hooge Waerder ICT B.V., De Hooge Waerder Beheer B.V., en De Hooge Waerder Formule B.V. in vrijwaring op te roepen. De curator refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling in het incident ex artikel 843a Rv</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] vordert de curator ook te veroordelen om afschriften te verstrekken van stukken die hij nodig heeft om verweer in de hoofdzaak te kunnen voeren. De curator heeft betwist dat [gedaagde] een rechtmatig belang als bedoeld in artikel 843a Rv heeft bij het verstrekken van de gevorderde stukken. Volgens de curator kunnen deze stukken geen rol spelen bij de beoordeling van de hoofdzaak. Desondanks heeft de curator de gewenste stukken bij het antwoord in incident overgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Omdat [gedaagde] heeft erkend dat de curator daarmee al de door hem gewenste stukken heeft verstrekt, is de rechtbank van oordeel dat [gedaagde] geen belang meer heeft bij zijn vordering. Deze zal daarom worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft zich in zijn laatste akte op het standpunt gesteld dat de curator in de proceskosten moet worden veroordeeld omdat de curator de stukken pas na het instellen van de incidentele vordering heeft verstrekt. [gedaagde] heeft tegenover de gemotiveerde betwisting van de curator echter niet aannemelijk gemaakt dat hij een rechtmatig belang als bedoeld in artikel 843a Rv bij afgifte van de stukken had. Omdat [gedaagde] niet nader heeft onderbouwd welk belang hij heeft bij de stukken, gaat de rechtbank ervan uit dat de curator de stukken onverplicht, vrijwillig, alsnog aan [gedaagde] heeft verstrekt. De rechtbank verwerpt daarom de stelling van [gedaagde] dat de curator al buiten rechte de stukken aan [gedaagde] had moeten verstrekken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>staat toe dat De Hooge Waerder Registeraccountants B.V., De Hooge Waerder Beverwijk B.V., De Hooge Waerder Alkmaar B.V., De Hooge Waerder Juristen B.V., De Hooge Waerder ICT B.V., De Hooge Waerder Beheer B.V., en De Hooge Waerder Formule B.V. door [gedaagde] worden gedagvaard tegen de terechtzitting van 27 juli 2022,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in het incident ex artikel 843a Rv</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>wijst het gevorderde af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">27 juli 2022</emphasis> voor conclusie van antwoord.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2022.<footnote-ref linkend="_0874694c-f9af-4a7a-b87f-2ed1c1c608c0" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_0874694c-f9af-4a7a-b87f-2ed1c1c608c0" label="1">
    <para>Conc.: 830</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>