<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:6373</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-27T12:02:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9285187 \ CV EXPL  21-4107</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:6373">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:6373</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-27T12:02:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:6373 Rechtbank Noord-Holland , 20-07-2022 / 9285187 \ CV EXPL  21-4107</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:6373:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onleesbare (cessie?)aktes.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:6373:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 9285187 \ CV EXPL  21-4107</para>
      <para>Uitspraakdatum: 20 juli 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">AirHelp GmbH</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Berlijn</para>
      <para>eiser</para>
      <para>hierna te noemen AirHelp</para>
      <para>gemachtigde mr. D.E. Lof</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Keulen (Duitsland)</para>
      <para>gedaagde</para>
      <para>hierna te noemen de vervoerder</para>
      <para>gemachtigde mr. E.A. Pluijm</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>AirHelp heeft bij dagvaarding van 3 juni 2021 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>AirHelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Passagiers [betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam naar Frankfurt (Duitsland) met vluchtnummer LH993 en aansluitend van Frankfurt naar Beijing (China) op 12 juni 2019. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Vlucht LH993 is vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben hun aansluitende vlucht naar Beijing gemist en zijn omgeboekt naar een vervangende vlucht op 13 juni 2019 en zijn met een vertraging van 24 uur op de eindbestemming aangekomen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>AirHelp vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:<?linebreak?>-	€ 3.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag van betaling; <?linebreak?>- 	de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>AirHelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is de compensatie te  voldoen conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 3.000,00. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling ingegaan.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De vervoerder betwist primair dat de passagiers hun vermeende vorderingsrecht hebben overgedragen aan AirHelp. Er is geen sprake van een akte van cessie die voldoende duidelijk is met betrekking tot de precieze vordering die wordt overgedragen, nu de producties die AirHelp in dit verband heeft overgelegd onleesbaar zijn. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De vraag die voorligt is of de passagiers hun vermeende aanspraak op compensatie hebben overgedragen aan AirHelp door middel van cessie als bedoeld in artikel 3:94 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Naar het oordeel van de kantonrechter moet deze vraag ontkennend beantwoord worden. Artikel 3:94 van het BW vereist voldoende bepaaldheid: uit vaste rechtspraak vloeit voort dat de over te dragen vordering in voldoende mate door de akte moet worden bepaald. Voldoende is dat de akte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld om welke vordering het gaat. AirHelp heeft bij de dagvaarding geen aktes van cessie in het geding gebracht waaruit kan blijken dat hij de vermeende vorderingen van de passagiers heeft overgenomen, nu deze stukken die AirHelp in dit verband heeft overgelegd onleesbaar zijn. De bij de conclusie van repliek overgelegde stukken zijn opnieuw onleesbaar. Concluderend is de kantonrechter van oordeel dat niet kan worden aangenomen dat AirHelp rechthebbende is geworden op de gestelde vorderingen. AirHelp zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De overige verweren van de vervoerder behoeven dan ook geen bespreking meer.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van AirHelp, omdat hij niet-ontvankelijk wordt verklaard. Ook de nakosten komen voor rekening van AirHelp, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente over de proceskosten en de nakosten is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>verklaart AirHelp niet-ontvankelijk in zijn vordering;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 436,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 109,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>