<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:6302</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-10T08:48:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9528720 CV EXPL 21-7514</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBNHO:2022:3854" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBNHO:2022:3854</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:6302">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:6302</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-10T08:43:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:6302 Rechtbank Noord-Holland , 20-07-2022 / 9528720 CV EXPL 21-7514</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:6302:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis na bewijsopdracht, afwijzing, niet voldaan aan stelplicht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:6302:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 9528720 \ CV EXPL  21-7514</para>
      <para>Uitspraakdatum: 20 juli 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Yunling Electric &amp; Technology Co.Ltd </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Dongguan City (China)</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>verder te noemen: Yunling</para>
      <para>gemachtigde: Juristu Incassodiensten B.V.</para>
      <para>procesgemachtigde: P. de Ruijter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">The Good Products B.V. </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Haarlem en kantoorhoudende te Amsterdam</para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: The Good Products </para>
      <para>gemachtigde: mr. M.I. Westerbeek-Ovink</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 13 april 2022 is in deze zaak tussenvonnis gewezen (hierna: het tussenvonnis). Voor het verloop van de procedure tot dan toe verwijst de kantonrechter naar wat daarover in het tussenvonnis is overwogen. De kantonrechter neemt hetgeen in het tussenvonnis is overwogen en beslist over.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>In het tussenvonnis heeft de kantonrechter Yunling in de gelegenheid gesteld om haar stelling dat de hoogte van de vordering op The Good Products € 11.648,20 bedraagt, nader te onderbouwen. Yunling heeft vervolgens een akte genomen. The Good Products heeft hier nog op gereageerd. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling	</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Yunling heeft ter onderbouwing van de hoogte van de door haar gestelde vordering verwezen naar hyperlinks van een online omgeving (Google Drive en Google Docs) waarin volgens Yunling alle van belang zijnde informatie is opgenomen. Yunling stelt hiertoe dat de dagelijkse kosten allemaal zijn uitgeschreven per ‘store’ in de orderlijsten welke in de map Mous en Ali stores staan. In deze documenten wordt per store toegelicht welke bestellingen ‘fulfilled’ zijn en wat de daarbij horende kosten zijn. In de orderlijsten worden het bestelnummer, de productnaam en de kosten weergegeven, aan de hand waarvan de klant (in deze The Good Products) kan controleren of alles verloopt zoals het hoort. De totale kosten van een orderlijst vormen de kosten die per dag ingevuld worden in het Balance &amp; Productsheet Mous en Ali. De totaal verschuldigde balans is € 11.648,20, aldus Yunling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt voorop dat het niet aan haar is om zelf in producties of een online omgeving op zoek te moeten gaan naar informatie die relevant zou kunnen zijn voor de onderbouwing van een vordering. Daarbij komt dat Yunling verplicht is om de feiten en gronden die van belang zijn voor beoordeling van haar vordering volledig, concreet, gemotiveerd en naar waarheid aan te voeren (artikelen 21 en 111 lid 2 onder d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). De kantonrechter heeft Yunling hierop zowel ter zitting als in het tussenvonnis nadrukkelijk gewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De in de akte vermelde hyperlinks werken niet. Yunling heeft weliswaar summierlijk toegelicht hoe de orderlijsten in samenhang met de Balance &amp; Productsheet moeten worden gelezen, en een aantal screenshots bijgevoegd, maar heeft niet (specifiek) gewezen op de hier van belang zijnde bedragen. Het had op de weg van Yunling gelegen om de opbouw en totale hoogte van de vordering inzichtelijk te maken door, bijvoorbeeld, de orderlijsten/spreadsheets en bijbehorende in rekening gebrachte kosten (in hardcopy) over te leggen, voorzien van een deugdelijke toelichting. Uit de akte wordt de opbouw van de vordering van Yunling niet duidelijk. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>The Good Products heeft bovendien steeds nadrukkelijk en onderbouwd betwist dat zij toegang had tot de bedoelde online omgeving. En onderbouwd gesteld dat zij diverse bestellingen heeft gecanceld (vanwege klachten over de kwaliteit), die mogelijk toch in de vordering zijn opgenomen. Ook voor haar is de opbouw van de vordering dus niet inzichtelijk geworden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande heeft Yunling haar stelling dat haar vordering op The Good Products € 11.648,20 bedraagt, mede in het licht van het verweer van The Good Products, onvoldoende onderbouwd. De vordering wordt dan ook afgewezen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De proceskosten van The Good Products komen voor rekening van Yunling, omdat zij ongelijk krijgt. De kantonrechter ziet aanleiding om ten aanzien van het gemachtigdensalaris twee punten op grond van het toepasselijke liquidatietarief toe te kennen. The Good Products heeft in deze procedure de conclusie van antwoord laten opstellen door een professionele gemachtigde, en is ook ter zitting is bijgestaan door een professionele gemachtigde, maar dit geldt, blijkens de ondertekening, niet voor de akte uitlating na tussenvonnis. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt Yunling tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor The Good Products worden vastgesteld op een bedrag van € 746,00 aan salaris van de gemachtigde van The Good Products. </para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>