<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:6225</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-25T17:00:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/308873 / HA ZA 20-676</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:6225">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:6225</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-18T13:39:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:6225 Rechtbank Noord-Holland , 20-07-2022 / C/15/308873 / HA ZA 20-676</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:6225:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzen verzoek herstel ex artikel 31 Rv. Fout leent zich niet voor eenvoudig herstel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:6225:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c3e21621-1dd6-4fd1-9608-72abc9069a94" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="8c8d6c2f-8ed7-4620-b446-921823aa72b2" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/15/308873 / HA ZA 20-676</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 20 juli 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [plaats 1],</para>
    </parablock>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VRIEND FLOWER BULBS B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [plaats 1],</para>
      <para>eiseressen,</para>
      <para>advocaat mr. J.J. Kunst te Hoorn (NH),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [plaats 2],</para>
    </parablock>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VRIEND TULIPS B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [plaats 2],</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>advocaat mr. E.C.N. Sweep te Haarlem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verzoek tot verbetering </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij brief van 1 juli 2022 is namens [gedaagde] de rechtbank verzocht om verbetering van het op 29 juni 2022 in deze zaak gewezen vonnis.  Namens [gedaagde] is aangevoerd dat in r.o. 2.14 een kennelijke rekenfout is gemaakt die doorwerkt in de beslissingen in r.o. 2.15, 2.27 en 2.28 en in het dictum. Verzocht wordt om de onjuiste berekening en de rechtsoverwegingen alsmede het dictum waarin deze rekenfout doorwerkt te corrigeren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft [eiser] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten.</para>
        <para>Bij brief van 8 juli 2022 heeft mr. Kunst namens [eiser] aan de rechtbank bericht tegen inwilliging van dat verzoek bezwaar te hebben. Namens [eiser] wordt aangevoerd dat herstel zou gaan om een (her)beoordeling die aanmerkelijk verder gaat dan die waarvoor artikel 31 Rv ruimte biedt. Ter toelichting merkt hij op dat het bedrag waarvan [gedaagde] stelt dat er een rekenfout zou zijn gemaakt (€ 11 .438,80) enkel ziet op de betaalde en ontvangen omzetbelasting over de eerste twee kwartalen van 2019. De teruggaven in het derde en het vierde kwartaal en de wijze waarop die zijn toegerekend in de bankmutatielijsten zijn hier niet bij betrokken c.q. daarin verwerkt.</para>
        <para>Om te kunnen beoordelen hoe er over heel 2019 moet worden afgerekend - en in het</para>
        <para>verlengde daarvan of er een rekenfout is gemaakt - is logischerwijs nodig dat ook de</para>
        <para>(wijze van toerekening van de) teruggaven van de omzetbelasting in het derde en het</para>
        <para>vierde kwartaal van 2019 daarbij worden betrokken.</para>
        <para>Voorts merkt [eiser] op dat in het vonnis ten onrechte is vermeld dat hij tegen de stelling van [gedaagde] die ten grondslag ligt aan de berekening geen verweer zou hebben gevoerd. Gesteld wordt dat [eiser] hiertegen ter zitting gemotiveerd verweer heeft gevoerd. </para>
        <para>Volgens [eiser] zou een eventuele verbetering tot gevolg moeten hebben dat [gedaagde] aan hem niet € 8.263,97 zou moeten betalen maar een bedrag van € 19.702,37. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. Hoewel namens [gedaagde] terecht is opgemerkt dat in r.o. 2.14 een rekenfout is gemaakt, wordt op grond van hetgeen overigens is opgemerkt vastgesteld dat de fout en de context waarin deze is gemaakt van dien aard is dat deze zich niet leent voor eenvoudig herstel. De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para> wijst het verzoek om verbetering van het op 29 juni 2022 tussen [eiser] en [gedaagde] gewezen vonnis af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2022.<footnote-ref linkend="_39b4be29-15e8-4223-a519-035737ffdacb" /></para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_39b4be29-15e8-4223-a519-035737ffdacb" label="1">
    <para>type: 1155</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>