<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:5276</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-17T16:28:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/328369 / FA RK 22/2381</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:5276">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:5276</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-17T16:28:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:5276 Rechtbank Noord-Holland , 30-05-2022 / C/15/328369 / FA RK 22/2381</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:5276:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gelet op voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van de officier van justitie moet worden afgewezen, nu ter zitting is gebleken dat er sprake is van een situatie die strijdig is met het bepaalde in  artikel 5:7 Wvggz. De psychiater die betrokkene psychiatrisch heeft onderzocht en de medische verklaring heeft opgesteld, verleende op dat moment immers zorg aan betrokkene.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:5276:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Familie en Jeugd</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">AFWIJZING VAN HET VERZOEK TOT HET VERLENEN VAN EEN MACHTIGING TOT VOORTZETTING VAN DE CRISISMAATREGEL</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rekestnr.: C/15/328369 / FA RK 22/2381</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van de enkelvoudige kamer van 30 mei 2022</emphasis>,</para>
      <para>naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, ten aanzien van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [betrokkene]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [plaats] (Joegoslavië),</para>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
      <para>thans verblijvende </para>
      <para>in [verblijfplaats] </para>
      <para> ,</para>
      <para>hierna: betrokkene, </para>
      <para>advocaat mr. E. van Meeteren, gevestigd te Schagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 25 mei 2022, heeft de officier van justitie voortzetting verzocht van de door de burgemeester van Heiloo op 24 mei 2022 aan betrokkene opgelegde crisismaatregel. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de medische verklaring van 24 mei 2022.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 mei 2022, in voornoemde accommodatie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:</para>
      <para>- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;</para>
      <para>- [co-assistent] , co-assistent;</para>
      <para>- [psychiater] , psychiater.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Tevens is ten behoeve van betrokkene bijstand verleend door een tolk in de Servische taal.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Verweer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat van betrokkene heeft aangevoerd dat het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van de crisismaatregel dient te worden afgewezen omdat de medische verklaring die ten grondslag ligt aan dit verzoek is afgegeven door de behandelend psychiater.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene is in eerste instantie enkele dagen vrijwillig opgenomen geweest.</para>
      <para>In haar medische verklaring heeft de psychiater die de medische verklaring heeft opgesteld vermeld dat zij betrokkene sinds 23 mei in zorg had. Op 24 mei ontstond de situatie dat betrokkene verdere zorg weigerde onder andere door het staken van medicatie, dwars, geagiteerd en niet invoelbaar gedrag. De beoordelend psychiater heeft tien collega’s binnen de organisatie benaderd voor een onafhankelijke beoordeling, echter deze hier niet toe bereid gevonden gezien de hoge mate van werkdruk. In overleg met de geneesheerdirecteur is besloten om zelf de crisismaatregel aan te vragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel. 5:7 Wvggz bepaalt dat voor de psychiater die de medische verklaring opstelt, de daarin genoemde voorwaarden gelden. Die voorwaarden dienen als waarborg voor een onafhankelijke, onpartijdige en behoorlijke besluitvorming over verplichte zorg. Artikel 5:7, aanhef en onder d, Wvggz stelt in dat verband als voorwaarde dat de psychiater minimaal één jaar geen zorg heeft verleend aan betrokkene. De wetgever heeft met dit voorschrift willen voorkomen dat de psychiater een dusdanige band met betrokkene heeft opgebouwd dat deze band een obstakel zou kunnen zijn voor het vormen van een onafhankelijk oordeel. De bewoordingen van de bepaling en de strekking daarvan bieden, zoals de Hoge Raad heeft bepaald in haar arrest van 5 juni 2020  (ECLI NL HR 2020:1012),  geen ruimte voor een belangenafweging bij de beoordeling of een medische verklaring als grondslag voor de verzochte machtiging kan worden aanvaard indien de termijn van één jaar niet in acht is genomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van de officier van justitie moet worden afgewezen, nu ter zitting is gebleken dat er sprake is van een situatie die strijdig is met het bepaalde in  artikel 5:7 Wvggz. De psychiater die betrokkene psychiatrisch heeft onderzocht en de medische verklaring heeft opgesteld, verleende op dat moment immers zorg aan betrokkene.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- wijst af het verzoek tot het verlenen machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.Th. Goossens, rechter, in tegenwoordigheid van E.B.B.M. van Linden als griffier en in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2022.</para>
              <para />
              <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 7 juni 2022.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>