<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:5120</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-23T15:37:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9577449</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:5120">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:5120</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-23T15:35:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:5120 Rechtbank Noord-Holland , 16-02-2022 / 9577449</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:5120:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Factuur zorgpremie toegewezen. Verstekzaak</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:5120:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 9577449 \ CV EXPL 21-8234</para>
      <para>Uitspraakdatum: 16 februari 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap <emphasis role="bold">Menzis Zorgverzekeraar N.V</emphasis>.</para>
      <para>gevestigd te Wageningen,</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>verder te noemen: Menzis</para>
      <para>gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Menzis heeft bij dagvaarding van 24 november 2021 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. Op de rolzittingen van 22 december 2021 en 19 januari 2022 is [gedaagde] niet verschenen, noch heeft hij schriftelijk geantwoord. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Tussen partijen bestaat (bestond) een zorgverzekeringsovereenkomst op grond waarvan [gedaagde] verzekerd is (geweest) volgens de Zorgverzekeringswet. Op grond van de zorgverzekeringsovereenkomst is [gedaagde] een eigen bijdrage aan Menzis verschuldigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij brief van 20 oktober 2021 is [gedaagde] verzocht de verschuldigde eigen bijdrage met een totaalbedrag van € 1.515,35 (hierna: de Hoofdsom), vermeerderd met wettelijke rente te voldoen binnen 14 dagen vanaf de dag nadat de brief is bezorgd, bij gebreke waarvan aanspraak wordt gemaakt op € 227,30 aan incassokosten vermeerderd met BTW. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft aan dit betalingsverzoek niet voldaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Menzis vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 2.000,94 (bestaande uit de Hoofdsom, wettelijke rente tot de dag van de dagvaarding en buitengerechtelijke incassokosten), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot algehele betaling. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Menzis legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] ondanks aanmaning (14-dagenbrief) de op grond van de zorgverzekeringsovereenkomst verschuldigde eigen bijdrage onbetaald heeft gelaten. Hierdoor is hij in verzuim en is hij ook wettelijke rente en incassokosten verschuldigd. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vraag die beantwoord moet worden is of [gedaagde] moet worden veroordeeld tot betaling van het gevorderde aan Menzis. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde]  niet op de door de kantonrechter bepaalde roldata in het geding is verschenen, hoewel hij daartoe wel behoorlijk is opgeroepen. Daarom wordt verstek tegen [gedaagde] verleend.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het gevorderde komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vorderingen van Menzis worden daarom ingevolge artikel 139 Wetboek van Rechtsvordering (Rv) toegewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Menzis van € 2.000,94, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 24 november 2021 tot aan de dag van algehele betaling;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Menzis tot en met vandaag vaststelt op € 817,60, bestaande uit:</para>
        <para>dagvaarding	€	123,60</para>
        <para>griffierecht	€	507,00</para>
        <para>salaris gemachtigde	€	187,00;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>