<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:496</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-03T15:00:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HAA 21/6069 en 21/6068</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:496">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:496</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-01T08:01:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:496 Rechtbank Noord-Holland , 28-01-2022 / HAA 21/6069 en 21/6068</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:496:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>vobo noodopvang. verzoek pkv.</para>
        <para>verweerder heeft onverwijld op het verzoek beslist. De rechtbank ziet geen reden voor vergoeding van de proceskosten maar draagt verweerder wel op het door verzoekers betaalde griffierecht in beide procedures te vergoeden.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:496:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: HAA 21/6069 en HAA 21/6068</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter van  28 januari 2022                                               in de zaken tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] en [eiseres] c.s., verzoekers</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.H. Kruseman),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad, verweerder</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben bij brief van 2 november 2021 bij de rechtbank beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag van 1 november 2021, inzake tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van noodopvang. Verzoekers hebben voorts de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.</para>
      <para>Bij besluit van 15 november 2021 het gezin noodopvang toegekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar aanleiding hiervan hebben verzoekers het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken. Tegelijk met de intrekking is verzocht om verweerder te veroordelen in de kosten van de procedures bij de rechtbank, al kan de gemachtigde zich vinden in het enkel vergoeden van de griffierechten.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu partijen niet hebben verzocht om op een zitting te worden gehoord heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. De rechtbank doet uitspraak met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Awb.</para>
      <para>De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft de rechtbank bij brief van 23 november 2021 meegedeeld dat hij niet te laat heeft beslist op het verzoek noodopvang. Verweerder heeft in eerste instantie alle aandacht gericht op het daadwerkelijk realiseren van noodopvang. Verder is ook het onderzoek naar het eventueel verlenen van een maatwerkvoorziening zo snel mogelijk op gang gebracht. Feitelijk is vanaf 2 november 2021, dat wil zeggen de dag nadat het verzoek is gedaan, noodopvang geboden. Daarmee konden verzoekers bekend zijn met het feit dat er was besloten op hun verzoek, alleen de exacte formulering van het besluit is eerst op 15 november 2021 bekend gemaakt aan de gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat ingevolge artikel 4:13, eerste lid, van de Awb een beschikking dient te worden gegeven binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn of, bij het ontbreken van zulk een termijn, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag. Op grond van artikel 2.3.3. van de Wmo beslist het college in spoedeisende gevallen, daaronder begrepen de gevallen waarin terstond opvang noodzakelijk is, al dan niet in verband met risico’s voor de veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, onverwijld tot verstrekking van een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2 en de aanvraag van de cliënt. Verzoekers hebben op 1 november 2021 verweerder verzocht om noodopvang voor hun gezin. Door hen is niet betwist dat verweerder die noodopvang  feitelijk al vanaf  2 november 2021  heeft geboden. Bij besluit van 15 november 2021 heeft verweerder besloten de op 2 november 2021 verleende noodopvang voort te zetten tot verweerder heeft besloten op de aanvraag van verzoekers een om een  maatwerkvoorziening als bedoeld in artikel 2,3,2 Wmo  Onder deze omstandigheden kan  niet worden gezegd dat verweerder niet onverwijld op het verzoek om noodopvang heeft beslist.  </para>
      <para>Wel ziet de rechtbank in de hierboven vermelde gang van zaken reden verweerder op grond van artikel 8:74, tweede lid, Awb op te dragen het verzoekers in beide procedures betaalde griffierecht te vergoeden (2 x € 49,- = € 98,- ) aan verzoekers te vergoeden.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>- De rechtbank/voorzieningenrechter;<?linebreak?>- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af;<?linebreak?>- draagt  verweerder op  het betaalde griffierecht  ad € 98,- te vergoeden  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Kos, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak met betrekking tot het beroep (HAA 21/6069) kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak met betrekking tot het verzoek om voorlopige voorziening (HAA 21/6068) staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>