<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:4950</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-16T12:00:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9701332 CV EXPL 22-944</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:4950">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:4950</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-14T15:26:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:4950 Rechtbank Noord-Holland , 01-06-2022 / 9701332 CV EXPL 22-944</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:4950:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>gedaagde erkent achterstand, veel kansen gekregen middels betalingsregeling, eiser niet verplicht opnieuw betalingsregeling af te spreken. Proceskosten toewijzen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:4950:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 9701332 \ CV EXPL  22-944 KB</para>
      <para>Uitspraakdatum: 1 juni 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De naamloze vennootschap Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.</emphasis>, </para>
      <para>rechtsopvolgster van Agis Zorgverzekeringen N.V.</para>
      <para>gevestigd te Utrecht</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>verder te noemen: Zilveren Kruis</para>
      <para>gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>procederende in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Zilveren Kruis heeft bij dagvaarding van 7 februari 2022 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Zilveren Kruis heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft bij Zilveren Kruis een basisverzekering en/of aanvullende verzekeringen afgesloten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De hiervoor door [gedaagde] verschuldigde premies moeten iedere maand, voor het begin van de maand, door [gedaagde] zijn betaald.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering en het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Zilveren Kruis vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van            € 1.724,42. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Zilveren Kruis legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] heeft nagelaten de premie op tijd te voldoen. Daarnaast heeft [gedaagde] ook zorgkostennota’s niet voldaan. Deze hebben betrekking op de kosten die Zilveren Kruis aan een zorgverlener heeft vergoed, maar die (achteraf gezien) niet of niet geheel onder de dekking vielen van de verzekering. [gedaagde] heeft in totaal een bedrag van € 2.007,47 onbetaald gelaten. Zilveren Kruis vordert ook € 26,59 aan rente en € 50,36 aan buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw. [gedaagde] heeft via een betalingsregeling € 360,00 voldaan, zodat in totaal resteert € 1.724,42.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert aan – samengevat – dat zij vanwege haar financiële situatie niet in staat is om het bedrag in één keer te betalen en Zilveren Kruis om een betalingsregeling heeft verzocht. Zilveren Kruis heeft dit verzoek afgewezen, waardoor er extra kosten worden gemaakt. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De (hoogte van de) betalingsachterstand is door [gedaagde] niet weersproken en staat daarmee vast. De gevorderde hoofdsom van Zilveren Kruis is dan ook toewijsbaar.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Omdat [gedaagde] in verzuim is met betaling van deze vordering, is zij wettelijke rente verschuldigd. De kantonrechter zal de rente toewijzen zoals gevorderd is.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Ook is [gedaagde] de buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd van € 50,36 inclusief btw, omdat Zilveren Kruis aan [gedaagde] een aanmaning heeft gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek en het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten overeenkomt met het in het toepasselijke Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief. [gedaagde] voert aan dat de kosten zijn opgelopen omdat Zilveren Kruis geen betalingsregeling met haar heeft willen sluiten. Maar dat doet de verplichting van [gedaagde] om de buitengerechtelijke incassokosten te vergoeden, niet vervallen. Uit het dossier blijkt namelijk dat Zilveren Kruis voldoende heeft gedaan om deze kwestie buiten rechte op te lossen (zie ook hierna in 3.5.) De buitengerechtelijke incassokosten kunnen daarom in de gegeven omstandigheden in redelijkheid worden toegewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De conclusie is dat de kantonrechter de vordering geheel zal toewijzen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt. Voor zover [gedaagde] met haar verweer heeft bedoeld dat de kosten van de procedure niet voor haar rekening moeten komen, omdat zij Zilveren Kruis meerdere malen heeft verzocht een nieuwe betalingsregeling met haar te treffen en Zilveren Kruis onvoldoende rekening heeft gehouden met haar (financiële) situatie, faalt dat verweer. Op grond van de tussen partijen getroffen betalingsregeling had Zilveren Kruis - nadat [gedaagde] opnieuw premie onbetaald had gelaten - het recht de betalingsregeling te beëindigen en het restant in één keer op te eisen. De kantonrechter oordeelt dan ook dat Zilveren Kruis voldoende rekening heeft gehouden met de belangen van [gedaagde] , maar dat zij - toen de betalingsachterstand verder op bleef lopen - in alle redelijkheid heeft mogen besluiten om de regeling te beëindigen en [gedaagde] te dagvaarden. Gezien de vele mogelijkheden die Zilveren Kruis [gedaagde] heeft gegeven om de achterstand te betalen voordat zij is overgegaan tot dagvaarden, kan het Zilveren Kruis niet worden verweten dat zij na het uitbrengen van de dagvaarding niet opnieuw een regeling met [gedaagde] heeft willen treffen. De door [gedaagde] geschetste omstandigheden die hebben geleid tot het niet correct nakomen van de eerdere betaalafspraken, doen daar niets aan af en komen voor haar risico en rekening. De wet geeft de kantonrechter geen mogelijkheid om Zilveren Kruis een betalingsregeling op te leggen. [gedaagde] zal hierover in overleg moeten treden met (de gemachtigde van) Zilveren Kruis. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De kantonrechter ziet wel aanleiding om voor het salaris van de gemachtigde maar een procespunt toe te kennen, omdat Zilveren Kruis in de dagvaarding alleen in algemene termen is ingegaan op het verweer van [gedaagde] en daarmee niet aan haar inlichtingenplicht<footnote-ref linkend="_569a9787-4472-400c-8051-b98c27498c92" /> heeft voldaan. Wat Zilveren Kruis in de akte over de eerdere betalingsregelingen heeft gesteld, had zij al in de dagvaarding moeten vermelden. De kantonrechter kent voor de akte daarom geen procespunt toe, omdat dat in dit geval geraden en redelijk voorkomt.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Zilveren Kruis van € 1.724,42, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.647,47 vanaf 7 februari 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Zilveren Kruis tot en met vandaag vaststelt op:</para>
        <para>dagvaarding	€	129,74</para>
        <para>griffierecht	€	365,00</para>
        <para>salaris gemachtigde	€	187,00	;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>wijst de vordering voor het overige af.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.H. Lips en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_569a9787-4472-400c-8051-b98c27498c92" label="1">
    <para> Artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>