<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:4257</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-03T12:00:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9643582 BM VERZ 22-293</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:4257">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:4257</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-02T15:14:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:4257 Rechtbank Noord-Holland , 16-05-2022 / 9643582 BM VERZ 22-293</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:4257:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek opheffing bewind.  Ondanks dat verzoeker heeft aangegeven dat hij altijd kan terugvallen op zijn ambulante begeleider of kennis is de kantonrechter van oordeel dat verzoeker eerst laat zien dat hij zijn financiën zelfstandig kan beheren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:4257:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-HOLLAND</title>
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
      <para>locatie Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 9643582 BM VERZ 22-293 MK</para>
      <para>Uitspraakdatum:  16 mei 2022</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking van de kantonrechter </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>op verzoek van:</para>
      <para>
        [verzoeker]
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,</para>
      <para>van wie het adres bekend is bij deze rechtbank, </para>
      <para>hierna ook te noemen: verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van wie de bewindvoerders zijn: </para>
      <para>O. Knaap en I.M. Knaap-Jansen, h.o.d.n. Auxilium Hoorn,</para>
      <para>gevestigd te Hoorn.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>procedure</title>
    <para>De kantonrechter heeft kennisgenomen van:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoek, ter griffie ingekomen op 19 januari 2022;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweer van de bewindvoerders, ter griffie ingekomen op 7 februari 2022;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de brieven van verzoeker, ter griffie ingekomen op 23 februari 2022 en op 16 maart 2022.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 20 april 2022 heeft de mondelinge behandeling van het verzoekschrift plaatsgevonden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>beoordeling</title>
    <para>Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 29 april 2019 ingestelde bewind over de goederen die aan verzoeker (zullen) toebehoren.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker wil zijn financiën weer graag zelfstandig beheren, omdat hij geen vertrouwen meer heeft in de bewindvoerders. Hij ervaart spanningen en heeft soms de indruk dat er bepaalde zaken niet kloppen. Verzoeker voorziet geen problemen bij de nakoming van de schuldenregeling, omdat er slechts eenmaal per jaar een bedrag moet worden afgelost. Verzoeker zal dit geld apart zetten en acht het onnodig dat hiervoor een bewindvoerder blijft aangesteld. Bovendien heeft verzoeker een kennis, de heer [naam 1] , bereid gevonden om garant te staan voor de aflossing van de schuld, hetgeen ter zitting mondeling door de heer [naam 1] is beaamd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewindvoerders staan niet achter het verzoek, omdat zij verzoeker niet in staat achten om zijn financiën zelfstandig te beheren. In het verleden is gebleken dat verzoeker de gevolgen van zijn handelen niet overziet, hetgeen past bij de geestelijke gesteldheid van verzoeker, aldus de bewindvoerders. Dit bevestigt dat de grondslag voor het bewind nog altijd bestaat. Daarnaast kunnen de bewindvoerders zich niet vinden in de klachten van verzoeker over de communicatie. Volgens de bewindvoerders hebben zij juist veel tijd besteed om uitleg te geven bij onduidelijkheden en sturen zij maandelijks bankafschriften toe, zodat verzoeker kan meekijken met de financiën.    </para>
      <para>Bij een verzoek tot opheffing van het bewind dient de kantonrechter te boordelen of de grondslag van het bewind inmiddels is vervallen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewind is destijds ingesteld vanwege de geestelijke of lichamelijke toestand van verzoeker. Gelet op de ingediende stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken acht de kantonrechter niet gebleken dat de grondslag is vervallen. Naast de geestelijke of lichamelijke problematiek is er sprake van schuldenproblematiek. De bewindvoerders hebben inmiddels een gunstige schuldenregeling voor verzoeker getroffen. De kantonrechter acht het in het belang van verzoeker dat de betalingsverplichtingen vanuit de schuldenregeling strikt worden nagekomen. Ondanks dat verzoeker heeft aangegeven dat hij altijd kan terugvallen op zijn ambulante begeleider of kennis, de heer [naam 1] , merkt de kantonrechter op dat het van belang is dat verzoeker laat zien dat hij zijn financiën zelfstandig kan beheren, en niet met behulp van derden. Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter het verzoek afwijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>beslissing</title>
    <para>De kantonrechter wijst het verzoek af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. S.W.S. Kiliç, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier	De kantonrechter</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>