<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:3935</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-13T11:50:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9193057 \ CV EXPL  21-2948</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:3935">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:3935</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-13T11:49:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:3935 Rechtbank Noord-Holland , 26-04-2022 / 9193057 \ CV EXPL  21-2948</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:3935:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaart. Restitutie vliegtickets.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:3935:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie [plaats 2]</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 9193057 \ CV EXPL  21-2948</para>
      <para>Uitspraakdatum: 26 april 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [eiser 1]
    </title>
    <para>2. <emphasis role="bold">[eiser 2]</emphasis><?linebreak?>beiden wonende te [plaats 1]</para>
    <para>3. <emphasis role="bold">[eiser 3]</emphasis>, wonende te [plaats 2] </para>
    <para>4. <emphasis role="bold">[eiser 4]</emphasis>, wonende te [plaats 3] </para>
    <parablock>
      <para>eisers</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen de passagiers</para>
      <para>gemachtigde mr. S. Diederich (Aviclaim)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">LOT Polish Airlines </emphasis>
      </para>
      <para>statutair gevestigd te Warschau (Polen), mede kantoorhoudende te Schiphol</para>
      <para>gedaagde</para>
      <para>hierna te noemen de vervoerder</para>
      <para>gemachtigde mr. R.L.S.M. Pessers en mr. A. Daoudi (Van Traa Advocaten) </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De passagiers hebben bij dagvaarding van 22 april 2021 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. De passagiers hebben hierna nog een akte genomen. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan laatstgenoemde de passagiers diende te vervoeren.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vluchten zijn geannuleerd.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Aviclaim heeft namens de passagiers compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde annulering.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.<?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De passagiers vorderen dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:<?linebreak?>-	€ 457,89, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf zeven dagen na de annulering, althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; <?linebreak?>- 	€ 68,68 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;<?linebreak?>-	de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;<?linebreak?>-  de nakosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de annulering van de vluchten gehouden is tot restitutie van de vliegtickets binnen zeven dagen na annulering van de vluchten conform artikel 5 lid 1 sub a in samenhang met artikel 8 lid 1 sub a van de Verordening.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling ingegaan. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De vervoerder heeft primair aangevoerd dat de passagiers niet aan hun stelplicht hebben voldaan, zodat zij niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vordering. De vervoerder heeft hierbij aangevoerd dat de passagiers onvoldoende feiten en omstandigheden aan hun vordering ter grondslag hebben gelegd. De passagiers stellen slechts dat hun vlucht van of naar Nederland is geannuleerd en dat zij recht zouden hebben op de terugbetaling van deze ongebruikte tickets, aldus de vervoerder. Volgens de vervoerder laten de passagiers na om relevante informatie nader toe te lichten, zoals bij wie de passagiers de tickets hebben geboekt, voor welke vlucht, op welke datum en waarom de vluchten zijn geannuleerd. De passagiers betwisten het voornoemde en stellen zich op het standpunt dat het aan de luchtvaartmaatschappij is om aan hen mede te delen dat hun vlucht is geannuleerd. De passagiers hoeven alleen te stellen dat zij aanspraak maken op restitutie wegens de annulering van hun vluchten, aldus de passagiers. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt als volgt. De passagiers beroepen zich op de in artikel 8 van de Verordening genoemde rechtsgevolg, te weten restitutie van de reissom. Dit betekent dat zij ingevolge artikel 150 Rv daarvan de stelplicht en bewijslast dragen. De passagiers dienen voldoende concrete aanknopingspunten te verstrekken omtrent de gestelde restitutie, zodat de vervoerder zich daartegen kan verweren. De passagiers hebben bij de dagvaarding de boekingsbescheiden overgelegd en hebben in de dagvaarding onder punt 5.4 de vordering gespecificeerd. Zij stellen op basis hiervan de vervoerder op grond van artikel 8 van de Verordening de ticketprijzen dient terug te betalen. Volgens de passagiers is het aan de luchtvaartmaatschappij om de passagier mede te delen dat hun vlucht geannuleerd is. De passagiers hoeven alleen te stellen dat zij aanspraak maken op restitutie wegens de annulering van hun vluchten, aldus de passagiers. De vervoerder betwist het voorgaande, maar heeft daarbij aangevoerd dat hij de tickets van passagiers sub 1, sub 2 en sub 4 reeds heeft terugbetaald. De vervoerder heeft voorts aangevoerd dat hij aan passagier sub 3 een bedrag van € 248,79 verschuldigd is. Gelet op voornoemde erkenning van de vervoerder en de omstandigheid dat niet betwist is dat de vluchten van de passagiers zijn geannuleerd, zal, hoewel de passagiers hun vordering summierlijk hebben onderbouwd, de kantonrechter hier geen gevolgen aan verbinden. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para> Niet in geschil is dat de vluchten geannuleerd zijn, zodat de passagiers op grond van artikel 8 lid 1 sub a van de Verordening recht hebben op volledige terugbetaling van de ticketprijzen. Overeenkomstig voorgenoemd artikel dient de luchtvaartmaatschappij het ticket terug te betalen tegen de prijs waarvoor het gekocht is. Dit betekent dat de vervoerder het volledig (door de passagiers) betaalde bedrag aan ticketkosten moet voldoen. De luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert is in beginsel gehouden deze restitutie binnen zeven dagen te voldoen.<?linebreak?><emphasis role="underline">Passagiers sub 1 en sub 2</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Partijen verschillen van mening over de vraag of de vervoerder de “<emphasis role="italic">additional flight services</emphasis>”, ter hoogte van € 50,00, dient te vergoeden. De vervoerder heeft aangevoerd dat de passagiers onvoldoende hebben gesteld waar deze kosten op zien en om die reden dient de vordering te worden afgewezen. Verder verwijst de vervoerder, voor zover de “<emphasis role="italic">additional flight services</emphasis>” zien op de provisie van de reisagent, naar het arrest Harm/ Vueling en het rapport van de Europese rekenkamer omtrent hetzelfde onderwerp. De passagiers betwisten het voorgaande en verwijzen naar artikel 8 van de Verordening. De kantonrechter overweegt als volgt. Voor zover de vervoerder gehouden is de “<emphasis role="italic">additional flight services</emphasis>” te voldoen, hebben de passagiers onvoldoende onderbouwd wat de “<emphasis role="italic">additional flight services</emphasis>” inhoudt en waar deze kosten op zien. Gelet op de gemotiveerde betwisting van de vervoerder, zal de vordering van passagier sub 1 en sub 2 worden afgewezen. <?linebreak?><emphasis role="underline">Passagier sub 3</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>De vervoerder heeft bij conclusie van dupliek aangevoerd dat hij nog een bedrag van <?linebreak?>€ 248,79 aan de passagier verschuldigd is. Gelet op de erkenning van de vervoerder ligt de  vordering derhalve voor toewijzing gereed. De vervoerder betwist de wettelijke rente verschuldigd te zijn vanaf zeven dagen na annulering van de vluchten. De enorme vloed aan aanvragen tot restitutie in de Covid-19 pandemie geeft reden tot coulance voor de datum waarop de wettelijke rente begint te lopen, aldus de vervoerder. De vervoerder doet een beroep op de redelijkheid en billijkheid, maar de vervoerder heeft ten aanzien van passagier sub 3 onvoldoende onderbouwd wat in onderhavig geval wel een redelijke ingangsdatum zou zijn, zodat de kantonrechter hieraan voorbij gaat. De wettelijke rente wordt dan ook toegewezen vanaf zeven dagen na de annulering van de vlucht.<?linebreak?><emphasis role="underline">Passagier sub 4</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>De vervoerder heeft ten aanzien van de passagier aangevoerd dat hij het vliegticket van de passagier volledig heeft terugbetaald en verwijst naar de betalingsgegevens (productie 4 bij conclusie van antwoord. De passagier stelt zich op het standpunt dat hij slechts een gedeelde van zijn ticketkosten terugbetaald heeft gekregen. De vervoerder dient volgens de passagier nog een bedrag van € 18,09 aan hem te betalen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt als volgt. Uit de boekingsbescheiden blijkt dat de passagier voor de retourvlucht Amsterdam-Schiphol Airport via Frédéric Chopin Airport naar Johannes Paul II. Krakau-Balice € 159,10 heeft betaald. De passagier heeft aangevoerd dat enkel de terugvlucht is geannuleerd en dat de vervoerder voor deze vlucht de ticketprijs ter hoogte van € 67,26, dient terug te betalen. De vordering van de passagier is aldus € 67,26 in plaats van € 159,10. De passagier stelt zich op het standpunt dat hij, blijkens de door de vervoerder overgelegde producties, een bedrag van € 49,17 heeft ontvangen. De passagier heeft zijn stelling verder niet toegelicht. De kantonrechter volgt de stelling van de passagier niet. Uit de overgelegde producties blijkt dat de vervoerder een bedrag van € 67,26 aan de passagier heeft terugbetaald. De vordering van de passagier dient dan ook te worden afgewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De vervoerder heeft deze vordering (gemotiveerd) betwist. De passagiers hebben hiertegenover onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (€ 68,68 en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10.</nr>
      <para>De vervoerder voert aan dat hij niet in de proceskosten moet worden veroordeeld. De vervoerder heeft hierbij aangevoerd dat hij de terugbetaling van de ongebruikte tickets reeds had voldaan voordat de passagiers enig griffierecht verschuldigd waren. Het staat volgens de vervoerder vast dat de passagiers de procedure ten onrechte hebben gevoerd. De kantonrechter overweegt het volgende. De vervoerder heeft bij conclusie van dupliek de vordering van passagier sub 3 erkend. Derhalve is niet gebleken dat de vervoerder de terugbetaling had voldaan voordat de passagiers enig griffierecht verschuldigd waren. Gelet op het een en ander ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten in onderhavig geval te compenseren, in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten draagt.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 248,79, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 248,79 vanaf zeven dagen na de annulering van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <parablock>
        <para>wijst het meer of anders gevorderde af. </para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. <?linebreak?></para>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>