<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:3566</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-17T15:10:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8826925 \ CV EXPL  20-8706</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:3566">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:3566</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-17T15:09:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:3566 Rechtbank Noord-Holland , 13-04-2022 / 8826925 \ CV EXPL  20-8706</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:3566:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaart. Of sprake is van buitengewone omstandigheden kan in het midden blijven. Vervoerder heeft niet alle redelijke maatregelen getroffen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:3566:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 8826925 \ CV EXPL  20-8706</para>
      <para>Uitspraakdatum: 13 april 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de passagier] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>eiser</para>
      <para>hierna te noemen de passagier</para>
      <para>gemachtigde mr. I.G.B. Maertzdorff (EUclaim B.V.) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Turk Havayollari A.O, tevens handelend onder de naam Turkish Airlines </emphasis>
      </para>
      <para>statutair gevestigd te Ankara (Turkije), mede kantoorhoudende te Schiphol </para>
      <para>gedaagde</para>
      <para>hierna te noemen de vervoerder</para>
      <para>gemachtigde mr. Uzeyir Aslan </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De passagier heeft bij dagvaarding van 21 juli 2020 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De passagier heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. De passagier heeft hierna nog een akte genomen. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagier diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Atatürk International Airport (Turkije) naar Mumbai Airport (India) op 27 juli 2018. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De passagier zou op 27 juli 2018 om 14:40 uur (lokale tijd) vanuit Amsterdam-Schiphol Airport met vlucht TK1958 vertrekken en om 19:00 uur (lokale tijd) aankomen op Atatürk International Airport. Vanuit daar zou de passagier met vlucht TK720 om 20:00 uur (lokale tijd) verder vliegen naar Mumbai Airport om daar op zaterdag 28 juli 2018 om 04:45 uur (lokale tijd) aan te komen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Vlucht TK1958 van Amsterdam-Schiphol Airport naar Atatürk International Airport (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd als gevolg waarvan de passagier zijn aansluitende vlucht naar Mumbai Airport heeft gemist. De passagier is omgeboekt naar een andere vlucht. De passagier is hierdoor 24 uur later dan oorspronkelijk gepland aangekomen op de overeengekomen eindbestemming. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>EUclaim B.V. heeft namens de passagier compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De passagier vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:<?linebreak?>-	€ 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 juli 2018, althans vanaf datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; <?linebreak?>- 	€ 181,50 dan wel € 108,90 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;<?linebreak?>-	de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De passagier heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is de passagier te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00.  </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vervoerder betwist de vordering en doet een beroep op buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan 24 uur later dan oorspronkelijk gepland is aangekomen op de overeengekomen eindbestemming Mumbai Airport, zodat de vervoerder op grond van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien hij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. Gelet op het arrest Wallentin-Hermann (C-549/07) van het Hof van 22 december 2008 dient een luchtvaartmaatschappij in het voorkomende geval aan te tonen dat zij zelfs met de inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen de buitengewone omstandigheden kennelijk niet had kunnen vermijden – behoudens indien zij op het relevante tijdstip onaanvaardbare offers uit het oogpunt van de mogelijkheden van haar onderneming had gebracht – dat de buitengewone omstandigheden waarmee zij werd geconfronteerd tot de langdurige vertraging van de vlucht leidden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De vraag die voorligt is of de vervoerder met de overgelegde producties en zijn toelichting daarop, voldoende heeft aangetoond dat de vertraging van de passagier het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De vervoerder heeft in dit verband aangevoerd dat de vlucht vertraagd is uitgevoerd wegens capaciteitsproblemen. De luchtverkeersleiding heeft om 12:40 uur (lokale tijd), reeds twee uur vóór de geplande vertrektijd, de oorspronkelijke slot van 14:40 uur (lokale tijd) ingetrokken en een nieuw slot van 15:30 uur (lokale tijd) aan het toestel toegekend. Hierna heeft de vervoerder om 14:09 uur (lokale tijd) de slot van 15:30 uur (lokale tijd) ingetrokken en een nieuw slot van 15:31 uur (lokale tijd) aan het toestel toegekend. De vervoerder heeft hierbij aangevoerd dat bij de slotberichten vertragingscode 81 staat genoemd, hetgeen staat voor: “DUE TO EN-ROUTE DEMAND/ CAPACITY”, oftewel restricties en drukte op de route naar de bestemming. De vlucht is met een vertrekvertraging van 43 minuten uitgevoerd en met een aankomstvertraging van 41 minuten aangekomen op Atatürk International Airport. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Wat er ook zij van eventuele bijzondere omstandigheden, volgens planning zou de passagier op 27 juli 2018 om 19:00 uur (lokale tijd) aankomen in Turkije en vervolgens met TK720 om 20:00 uur (lokale tijd) verder vliegen naar India. De vervoerder heeft de passagier omgeboekt naar een alternatieve vlucht met geplande vertrek op 28 juli 2018 om 20:00 uur (lokale tijd). Niet weersproken is dat de passagier met een vertraging van 24 uur is aangekomen op diens eindbestemming.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>Uit het arrest van het Hof van 11 juni 2020 (C-74/19) volgt dat het in beginsel geen redelijke maatregel is, indien de passagier met een door de vervoerder zelf uitgevoerde alternatieve vlucht de dag na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomt. Dit is anders indien er geen enkele andere mogelijkheid voor een rechtstreekse of indirecte alternatieve vlucht bestond met een door haarzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij uitgevoerde vlucht die op een minder laat tijdstip aankwam dan de volgende vlucht van de betrokken luchtvaartmaatschappij, of dat het organiseren van een dergelijke alternatieve vlucht voor die laatste een onaanvaardbaar offer betekende gelet op de mogelijkheden van haar onderneming op het relevante tijdstip. Hierbij gaat de kantonrechter, voor de interpretatie van het hiervoor genoemde woord ‘dag’, uit van een tijdruimte en voor de uitleg ervan wordt aangesloten bij de algemeen geaccepteerde uitleg, zijnde een tijdsduur van 24 uur. Gesteld noch gebleken is dat zich één van deze uitzonderingssituaties voordeed. Ook mede gelet op de vertraging op de eindbestemming kan derhalve niet zonder nadere onderbouwing van de vervoerder worden aangenomen dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagier te voorkomen dan wel te beperken.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>Het voorgaande betekent dat ook indien op enig moment zou komen vast te staan dat sprake was van een buitengewone omstandigheid, de vervoerder gehouden is de passagier te compenseren in verband met de vertraging van de vlucht. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>Nu de vervoerder voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom, gelet op de annulering van de vlucht worden toegewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10.</nr>
      <para>De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat de passagier buitengerechtelijke werkzaamheden heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II;  de tarieven neergelegd in het Besluit worden geacht redelijk te zijn. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal de vordering of het gevorderde bedrag dan ook toewijzen tot het subsidiair gevorderde, te weten € 108,90 (inclusief btw), en voor het overige afwijzen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, met dien verstande dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding, omdat de passagier in elk geval vanaf die datum daarop aanspraak kan maken en gesteld noch gebleken is dat dit ook al vanaf een eerdere datum kon. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.11.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 708,90, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 600,00 vanaf 28 juli 2018 en over € 108,90 vanaf 21 juli 2020 tot aan de dag van voldoening van deze bedragen;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:</para>
        <para>dagvaarding 	€ 	100,89;<?linebreak?>griffierecht	€ 	236,00;<?linebreak?>salaris gemachtigde	€ 	 248,00;<?linebreak?>vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 62,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening; </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <parablock>
        <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>