<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:2966</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-14T14:38:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9195942 \ CV EXPL  21-3023</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBNHO:2021:10082" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBNHO:2021:10082</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:2966">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:2966</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-14T14:36:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:2966 Rechtbank Noord-Holland , 30-03-2022 / 9195942 \ CV EXPL  21-3023</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:2966:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedaagde in het verzet slaagt in bewijs van de door haar gestelde datum van tenuitvoerlegging. Op basis daarvan is het verzet te laat ingesteld en is eiser in het verzet niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:2966:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 9195942 \ CV EXPL  21-3023</para>
      <para>Uitspraakdatum: 30 maart 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser in het verzet] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>eisende partij in het verzet</para>
      <para>verder te noemen: [eiser in het verzet]</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.C. Mens</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">V.O.F. [naam vof] . </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [plaats] </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde in het verzet]</para>
      <para>gemachtigde: S. Baldinger</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde in het verzet] heeft in het kader van het haar bij tussenvonnis van 10 november 2021 opgedragen bewijs stukken toegezonden. Hierop heeft [eiser in het verzet] schriftelijk gereageerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. [gedaagde in het verzet] is daarbij in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van haar stelling dat 25 februari 2021 de datum is waarop de Gemeente [gemeente] de eerste uitbetaling heeft gedaan uit hoofde van het onder de Gemeente [gemeente] gelegde derdenbeslag ten laste van [eiser in het verzet] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de kantonrechter is [gedaagde in het verzet] geslaagd in de opgedragen bewijslevering omdat uit de overgelegde transactiedetails blijkt dat op 25 februari 2021 de eerste uitbetaling is gedaan na het gelegde derdenbeslag onder de Gemeente [gemeente] . Daarom is de verzettermijn op 25 februari 2021 ingegaan en is het verzet te laat gedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiser in het verzet] heeft nog aangevoerd dat het hanteren van die verzettermijn leidt tot strijd met zijn recht op een eerlijk proces. De inhoudelijke argumenten die [eiser in het verzet] in dat kader heeft aangevoerd kunnen niet leiden tot een ander oordeel, omdat het verstekvonnis in kracht van gewijsde is gegaan omdat het verzet te laat is gedaan. Ook het oplopen van de vordering en de stelling van [eiser in het verzet] dat zijn echtgenote – die nog wel op het GBA-adres van [eiser in het verzet] verbleef – de post van de deurwaarder <emphasis role="italic">waarschijnlijk</emphasis> heeft weggegooid kunnen niet leiden tot een ander oordeel. Mede gelet op hetgeen in het tussenvonnis is overwogen komen deze omstandigheden voor rekening en risico van [eiser in het verzet] .  <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, concludeert de kantonrechter dat [eiser in het verzet] niet tijdig verzet heeft ingesteld en om die reden niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het verzet tegen het verstekvonnis. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [eiser in het verzet] zal als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de kosten van de verzetprocedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verklaart [eiser in het verzet] niet-ontvankelijk;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser in het verzet] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagde in het verzet] worden vastgesteld op een bedrag van € 436,00 aan salaris van de gemachtigde van [gedaagde in het verzet] ;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>