<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:2683</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-05T12:00:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9536282 \ BM VERZ 21-2741</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zaanstad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:2683">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:2683</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-04T15:12:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:2683 Rechtbank Noord-Holland , 25-03-2022 / 9536282 \ BM VERZ 21-2741</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:2683:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek opheffing bewind. Gronden onderbewindstelling zijn niet komen te vervallen. Rechthebbende heeft aan de bewindvoerder geen informatie verstrekt over haar extra inkomsten waardoor de bewindvoerder nog geen schuldhulpverleningstraject heeft</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:2683:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-HOLLAND</title>
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
      <para>locatie Zaanstad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 9536282 \ BM VERZ 21-2741 GS</para>
      <para>Uitspraakdatum: 25 maart 2022  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking van de kantonrechter </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>op verzoek van:</para>
      <para>
        [verzoekster] ,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,</para>
      <para>van wie het adres bekend is bij deze rechtbank, </para>
      <para>hierna ook te noemen: betrokkene,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van wie de bewindvoerder is: </para>
      <para>Stichting Schuldvrij,</para>
      <para>gevestigd te Alkmaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>procedure</title>
    <para>De kantonrechter heeft kennisgenomen van:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoek met bijlagen, ter griffie ingekomen op 9 november 2021;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweer van de bewindvoerder, ingekomen op 8 december 2021;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de reactie van betrokkene, ingekomen op 30 december 2021.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De mondelinge behandeling van het verzoek heeft op 14 maart 2022 online via Teams plaatsgevonden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>beoordeling</title>
    <para>Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 22 november 2018 ingestelde bewind over de goederen die aan betrokkene (zullen) toebehoren.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene heeft het verzoek, zakelijk weergegeven, als volgt toegelicht. Het bewind loopt al drie jaar, maar er is nog niets geregeld voor de schulden. Betrokkene heeft geen inzage in haar financiën. De bewindvoerder geeft aan dat er geen financiële buffer is, terwijl betrokkene fulltime werkt. Betrokkene krijgt € 60 leefgeld en moet daar ook kleding en benzine van kopen. Als zij vraagt om extra geld geeft de bewindvoerder aan dat daar geen ruimte voor is. De bewindvoerder is slecht bereikbaar en geeft soms pas twee weken later antwoord. De zus van betrokkene is maatschappelijk werker en heeft de schuldeisers benaderd. Veel van hen zijn bereid mee te werken aan een schuldenregeling. Betrokkene heeft geen vertrouwen meer in de bewindvoerder en wil de schulden zelf oplossen met de hulp van haar zus. Betrokkene is hartpatiënt en moet bezuinigen op haar boodschappen waardoor zij vaak genoeg geen warme maaltijd eet. Zij is het afgelopen jaar met spoed opgenomen in verband met hartklachten en het uitvallen van een nier. Daarnaast is zij astmapatiënt. Deze hele toestand komt haar gezondheid niet ten goede. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewindvoerder heeft verklaard dat zij nog geen aanvraag heeft kunnen doen voor een schuldhulpverleningstraject, omdat geen correcte aangiftes inkomstenbelasting zijn gedaan over het afgelopen vijf jaar. Betrokkene werkt in de kinderopvang en heeft daarnaast inkomsten als partyconsulente. Er moet daarom aangifte voor inkomsten ‘uit overig werk’ worden gedaan. Hiervoor is het nodig dat betrokkene haar inkomsten in kaart brengt zodat er aangifte gedaan kan worden. De bewindvoerder heeft hier diverse keren om gevraagd. Het bewind kan nog niet worden opgeheven. Er moeten eerst zaken uitgezocht worden om tot een goede afwikkeling van de schulden te kunnen komen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter beoordeling ligt de vraag of de gronden die destijds aanleiding hebben gegeven tot onderbewindstelling nog bestaan. Het bewind is ingesteld wegens verkwisting of het hebben van problematische schulden. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat nog sprake is van problematische schulden. De bewindvoerder heeft nog geen aanvraag voor een schuldhulpverlening kunnen doen, omdat daarvoor nodig is dat over de afgelopen vijf jaar correcte aangiftes inkomstenbelasting zijn gedaan. De bewindvoerder heeft betrokkene meerdere keren verzocht informatie te verstrekken over haar inkomsten als partyconsulente. Betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling van het verzoek verklaard dat het vanwege haar slechte gezondheid niet is gelukt om de gevraagde gegevens aan te leveren. Naar het oordeel van de kantonrechter is het gelet op het bovenstaande niet te wijten aan de bewindvoerder dat nog geen stappen zijn gezet richting een schuldhulpverleningstraject. Indien betrokkene van haar schulden af wil, zal zij de gevraagde gegevens moeten aanleveren bij haar bewindvoerder. De gronden van het bewind zijn naar het oordeel van de kantonrechter niet komen te vervallen. De kantonrechter zal het verzoek tot opheffing van het bewind daarom afwijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>beslissing</title>
    <para>De kantonrechter wijst het verzoek af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Goossens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier	De kantonrechter</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>