<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:2536</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T16:36:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9575745 / EJ VERZ 21-388</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2022/106</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:2536">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:2536</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-30T09:18:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:2536 Rechtbank Noord-Holland , 24-03-2022 / 9575745 / EJ VERZ 21-388</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:2536:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kanton. Erfrecht. Ontslag executeur ex artikel 4:149 lid 2 BW wegens gewichtige redenen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:2536:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>Locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./repnr.: 9575745 / EJ VERZ 21-388</para>
      <para>Uitspraakdatum: 24 maart 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] , </emphasis>in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [erfgenaam 1] en [erfgenaam 2] en als testamentair-bewindvoerder over de erfdelen van [erfgenaam 1] , [erfgenaam 2] en [erfgenaam 3] in de nalatenschap van [erflaatster]</para>
      <para>wonende gevestigd te [plaats]</para>
      <para>verzoekende partij</para>
      <para>verder te noemen: [verzoeker]</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.M.H. Devis</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>verwerende partij</para>
      <para>verder te noemen: [verweerder]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de nalatenschap van [erflaatster]</emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en overleden op [datum] te [plaats 2] ,</para>
      <para>laatstelijk gewoond hebbende te [plaats 3]</para>
      <para>verder te noemen: erflaatster</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [verzoeker] heeft een verzoekschrift ingediend, bij de griffie ontvangen op 19 november 2021. Bij brief van 20 januari 2022 heeft [verzoeker] het verzoek aangevuld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [verweerder] is in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoekschrift en de aanvulling hierop, maar heeft niet gereageerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Gelet op de aard van het verzoek is afgezien van een behandeling op een zitting. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Erflaatster heeft in haar testament als haar enig erfgenamen benoemd: [erfgenaam 3] ) , [erfgenaam 4] , [erfgenaam 1] en [erfgenaam 2] .</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [verzoeker] is wettelijk vertegenwoordiger van [erfgenaam 1] en [erfgenaam 2] . Ook is [verzoeker] testamentair-bewindvoerder over de erfdelen van [erfgenaam 1] , [erfgenaam 2] en [erfgenaam 3] in de nalatenschap ven erflaatster.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [verzoeker] verzoekt [verweerder] te ontslaan als executeur, omdat hij sinds het overlijden van erflaatster geen actie heeft ondernomen tot het verzamelen van gegevens met betrekking tot de boedel. Ook reageert [verweerder] nooit op verzoeken van (de wettelijk vertegenwoordigers van) de erfgenamen van erflaatster. Er is dus sprake van gewichtige redenen die het ontslag van [verweerder] als executeur rechtvaardigt. Ook wordt verzocht om te bepalen dat [verweerder] de boedelbescheiden moet afgeven aan [verzoeker] , op straffe van een dwangsom. Het is niet nodig om een nieuwe executeur te benoemen, omdat er momenteel, ruim 3 jaar na het overlijden van erflaatster, waarschijnlijk weinig over is van de boedel.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt het volgende. In artikel 4:149 lid 1 sub f Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat de taak van de executeur eindigt door ontslag dat de kantonrechter hem met ingang van een bepaalde dag verleent. Uit het tweede lid van het artikel volgt dat het ontslag hem wordt verleend, hetzij op eigen verzoek, hetzij om gewichtige redenen indien het verzoek wordt gedaan door een derde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De kantonrechter neemt, bij gebreke van tegenspraak, aan dat [verweerder] sinds geruime tijd zijn taken niet meer uitoefent. De nalatenschap is nog niet afgewikkeld, en [verzoeker] heeft er als wettelijk vertegenwoordiger van [erfgenaam 1] en [erfgenaam 2] (en als testamentair-bewindvoerder over de erfdelen van [erfgenaam 1] , [erfgenaam 2] en [erfgenaam 3] ) belang bij dat er tot afwikkeling van de nalatenschap wordt overgaan. Naar het oordeel van de kantonrechter is er sprake van gewichtige redenen als bedoeld in artikel 4:149 lid 2 BW, zodat aan [verweerder] ontslag zal worden verleend. Het verzoek om de boedelbescheiden af te geven op straffe van een dwangsom zal, bij gebrek van tegenspraak, ook worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van [verzoeker] zal toewijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>In de tussen partijen bestaande familierechtelijke relatie, ziet de kantonrechter aanleiding om te bepalen dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter: </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>ontslaat de heer [verweerder] als executeur in de nalatenschap van mevrouw [erflaatster] voornoemd,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>bepaalt dat [verweerder] alle boedelbescheiden af zal geven aan [verzoeker] , op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag voor het geval dat [verweerder] na het verstrijken van een termijn van vijf dagen na betekening van deze beschikking hieraan niet voldoet, met een maximum van € 5.000,-,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. S.W.S. Kiliç en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier																												De kantonrechter<?linebreak?></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>