<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:2464</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T19:00:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/323071 / FA RK 21-5978</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>FJR 2022/66.12</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:2464">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:2464</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-01T14:20:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:2464 Rechtbank Noord-Holland , 22-03-2022 / C/15/323071 / FA RK 21-5978</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:2464:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontkenning vaderschap gegrond verklaard op basis van verklaringen en DNA-onderzoek bij Consanguinitas tussen verzoekster en biologische vader.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:2464:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Familie en Jeugd</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>gegrondverklaring ontkenning vaderschap</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rekestnr.: C/15/323071 / FA RK 21-5978</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 22 maart 2022 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] ,</para>
      <para>hierna mede te noemen: verzoekster,</para>
      <para>advocaat: mr. J.H.F. Overkleeft, kantoorhoudende te Hoorn Nh,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot gegrondverklaring van de ontkenning van het door huwelijk ontstaan vaderschap van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de man]
        </emphasis>,</para>
      <para>overleden op [overlijdensdatum] te [plaats] ,</para>
      <para>hierna mede te noemen: de man.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>-	het verzoekschrift met bijlagen van verzoekster, ingekomen op 7 december 2021.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 1 maart 2021 in aanwezigheid van verzoekster, bijgestaan door mr. J.H.F. Overkleeft. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten en omstandigheden</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Verzoekster is op [geboortedatum] te [plaats] geboren uit het huwelijk van de man en [de moeder] (hierna: de moeder). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Uit het uittreksel uit de Basisregistratie personen blijkt dat de man is overleden op [overlijdensdatum] te [plaats] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Verzoekster heeft de Nederlandse nationaliteit. De man had eveneens de Nederlandse nationaliteit.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Verzoekster verzoekt gegrondverklaring van de ontkenning van het door huwelijk ontstane vaderschap van de man. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Ter onderbouwing van haar verzoek heeft verzoekster gesteld dat zij begin juni 2021 een e-mailbericht van de heer [biologische vader] heeft ontvangen waarin hij aangaf dat hij haar (biologische) vader is. Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster een DNA-test gedaan met haar oudste broer, waaruit is gebleken dat zij niet volledig broer en zus zijn. Vervolgens heeft zij contact opgenomen met [biologische vader] en hebben zij ook een DNA-onderzoek laten verrichten tussen hen. Uit het rapport van Consanguinitas DNA van 9 juli 2021 blijkt dat de waarschijnlijkheid dat [biologische vader] de biologische vader van verzoekster is, 99,997% is. Verzoekster wenst dat [biologische vader] wordt geregistreerd als haar vader. Als de ontkenning van het vaderschap van de man gegrond wordt verklaard, wil [biologische vader] overgaan tot erkenning van verzoekster.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>In artikel 1:199 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat de vader van een kind is de man die op het tijdstip van de geboorte van het kind met de vrouw uit wie het kind is geboren is gehuwd. De man is derhalve de juridische vader van verzoekster. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:200 lid 1 sub b BW kan dit vaderschap, op de grond dat de man niet de biologische vader van het kind is, door het kind worden ontkend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>In artikel 1:200 lid 6 BW is bepaald dat het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning door het kind bij de rechtbank wordt ingediend binnen drie jaren nadat het kind bekend is geworden met het feit dat de man vermoedelijk niet zijn biologische vader is. Indien het kind evenwel gedurende zijn minderjarigheid bekend geworden is met dit feit, kan het verzoek tot uiterlijk drie jaren nadat het meerderjarig is geworden, worden ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Nu verzoekster heeft toegelicht dat zij begin juni 2021 voor het eerst heeft vernomen dat zij een andere biologische vader zou hebben, is de rechtbank van oordeel dat het verzoek binnen de termijn van artikel 1:200 lid 6 BW is ingediend. Verzoekster is derhalve ontvankelijk in haar verzoek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Aangezien het bij een ontkenning van het vaderschap een rechtsgevolg betreft dat niet ter vrije beschikking van partijen staat, dient de stelling dat de man niet de biologische vader is van verzoekster, te worden toegelicht met feiten en omstandigheden, ook nu de ontkenning van het vaderschap niet wordt betwist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Verzoekster heeft verklaard dat [biologische vader] haar heeft meegedeeld dat hij haar biologische vader is en dat haar moeder dit (uiteindelijk) ook heeft toegegeven. Met betrekking tot het DNA-onderzoek bij Consanguinitas DNA heeft verzoekster verklaard dat het genetisch materiaal van haar en [biologische vader] is afgenomen door de huisarts, waarbij de huisarts hun identiteit heeft gecontroleerd. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het onderzoek met voldoende waarborgen is omkleed en dat het DNA-rapport van 9 juli 2021 kan worden aanvaard als rechtsgeldig DNA-onderzoek, zodat de rechtbank van de juistheid hiervan zal uitgaan. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is komen vast te staan dat [biologische vader] de biologische vader is van verzoekster. Hieruit volgt dat de man niet de biologische vader is van verzoekster. Nu ook aan de overige voorwaarden van artikel 1:200 lid 1 BW is voldaan, zal het verzoek worden toegewezen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>verklaart gegrond de ontkenning van het door huwelijk ontstane vaderschap met betrekking tot:</para>
        <para>-	[verzoekster] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>draagt de griffier – op grond van artikel 1:20e lid 1 BW - op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking -en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld- een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] .</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. W.P. van der Haak, in tegenwoordigheid van T. Jelierse, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2022.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para>Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>