<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:2138</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-11T15:34:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9522555 \ CV EXPL 21-7369</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:2138">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:2138</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-11T15:32:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:2138 Rechtbank Noord-Holland , 16-03-2022 / 9522555 \ CV EXPL 21-7369</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:2138:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vonnis in incident. Vordering tot zekerheidstelling voor de proceskosten afgewezen. Eiser in de hoofdzaak woont in EU-lidstaat, zodat gedaagde ingevolge Verordening Brussel I-bis de proceskosten op eiser kan verhalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:2138:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 9522555 \ CV EXPL 21-7369</para>
      <para>Uitspraakdatum: 16 maart 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] (Portugal)</para>
      <para>eiser in de hoofdzaak </para>
      <para>verweerder in het incident</para>
      <para>verder te noemen: [eiser]</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.W. Dijke</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bysteel S.A.</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Palmeira (Portugal)</para>
      <para>kantoor houdende te Schiphol-Rijk, gemeente Haarlemmermeer </para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak</para>
      <para>eiseres in het incident</para>
      <para>verder te noemen: Bysteel </para>
      <para>gemachtigde: mr. V.M. van Erpers Roijaards</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft bij dagvaarding van 21 oktober 2021 een vordering tegen Bysteel ingesteld.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bysteel heeft een incidentele vordering ingesteld, en geantwoord in de hoofdzaak. [eiser] heeft schriftelijk op de incidentele vordering gereageerd. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering in het incident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bysteel vordert [eiser] te veroordelen om zekerheid te stellen voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan [eiser] in de hoofdzaak zou kunnen worden veroordeeld. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bysteel legt aan de vordering ten grondslag dat zij bij afwijzing van de vordering van [eiser] in de hoofdzaak het risico loopt de proceskosten niet op [eiser] te kunnen verhalen omdat [eiser] niet in Nederland woont, maar in Portugal. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verweer in het incident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Volgens [eiser] bestaat er voor hem geen verplichting om zekerheid te stellen. Het stellen van zekerheid voor de proceskosten en een mogelijke schadevergoeding is geregeld in artikel 224 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). [eiser] doet een beroep op de uitzonderingsbepaling van artikel 224 lid 2 aanhef en onder b Rv. Omdat [eiser] in een EU-lidstaat woont, zal Bysteel een eventuele kostenveroordeling ingevolge Verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking) (hierna: Verordening Brussel I-bis) op [eiser] kunnen verhalen. [eiser] beroept zich ook op de uitzonderingsbepaling van artikel 224 lid 2 aanhef en onder d Rv. Met de vordering tot zekerheidstelling werpt Bysteel een dusdanige financiële drempel op dat [eiser] geen effectieve toegang meer heeft tot het recht. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 224 Rv dient degene zonder woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland die bij een Nederlandse rechter een vordering instelt, op vordering van de wederpartij zekerheid te stellen voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan hij in die procedure veroordeeld zou kunnen worden, tenzij een van de in artikel 224 lid 2 Rv genoemde uitzonderingen van toepassing is.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het beroep van [eiser] op artikel 224 lid 2 aanhef en onder b Rv in samenhang met Verordening Brussel I-bis slaagt. Vast staat dat [eiser] woont in Portugal. Portugal is een EU-lidstaat. Bysteel kan op grond van de binnen de EU geldende Verordening Brussel I-bis een eventuele veroordeling van [eiser] tot betaling van de proceskosten ten uitvoer leggen in Portugal. De incidentele vordering tot zekerheidstelling van Bysteel zal daarom worden afgewezen. Het beroep van [eiser] op artikel 224 lid 2 aanhef en onder d Rv hoeft niet meer te worden besproken. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van Bysteel, omdat zij ongelijk krijgt. De kantonrechter ziet aanleiding een half salarispunt toe te kennen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt Bysteel in de kosten van het incident die de kantonrechter tot en met vandaag vaststelt op € 180,00 aan salaris van de gemachtigde van [eiser] ; </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van 30 maart 2022 om 10.00 uur voor beraad. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>