<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:1821</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-30T13:38:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9533949 \ WM VERZ  21-1059</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:1821">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:1821</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-30T13:37:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:1821 Rechtbank Noord-Holland , 21-01-2022 / 9533949 \ WM VERZ  21-1059</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:1821:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2). Verbalisant bevoegd tot het opleggen van de boete in verband met handhaven op de 'openbare orde' e/of 'de leefbaarheid' van de locatie. Verbalisant was te voet, en kon daarom betrokkene niet staande houden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:1821:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="528c3efc-f0cb-4a00-b851-176de19f932a" depth="4" width="550" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 9533949 \ WM VERZ 21-1059 CJIB-nummer : [nummer]</para>
      <para>Uitspraakdatum: 21 januari 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
      <para>naam	: [betrokkene]</para>
      <para>adres	: [adres]</para>
      <para>woonplaats	: [postcode] [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene) gemachtigde	: mr. [gemachtigde] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 7 januari 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Namens gemachtigde is mr. [gemachtigde] verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990, eenrichtingverkeer).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gemachtigde heeft ter zitting bevestigd dat betrokkene het niet eens is met de beslissing van de officier van justitie. Hierna zijn kort de door gemachtigde namens betrokkene aangevoerde gronden doorgenomen. In het beroepschrift is – kort weergegeven – aangevoerd:</para>
      <para> dat getwijfeld wordt aan de bevoegdheid van de verbalisant. Deze is aangesteld als Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) openbare ruimte. De verbalisant mag handhavend optreden ten aanzien van C- of D-borden in relatie tot de ‘openbare orde’ en/of de ‘leefbaarheid’ op die locatie. Volgens gemachtigde is dit onvoldoende uit het dossier op te maken en dient de inleidende beschikking om die reden te worden vernietigd;</para>
      <para> dat er ten onrechte niet staande is gehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat voldoende duidelijk is geworden dat de verbalisant bevoegd was tot het opleggen van de boete. Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie een kopie van een verkeersbesluit overgelegd van 7 juni 2018. Hieruit</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>blijkt dat onder meer het Kenaupark (waar onderhavige vermeende gedraging heeft plaatsgevonden) deel uitmaakt van een ‘verblijfsgebied’ binnen de bebouwde kom van Haarlem, dat de wegen binnen een verblijfsgebied zijn gecategoriseerd als erftoegangswegen (30 km per uur), en dat de verkeersfunctie in een verblijfsgebied ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie. Hieruit staat naar het oordeel van de kantonrechter vast dat de verbalisant gehandhaafd heeft op de ‘openbare orde’ en/of de ‘leefbaarheid’ van het Kenaupark.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie een tweede aanvullend proces-verbaal overgelegd, gedateerd en ondertekend op 4 januari 2022. Hieruit blijkt onder meer dat de verbalisant te voet was, terwijl betrokkene zich in een voertuig bevond.</para>
      <para>Dat verbalisant betrokkene niet staande heeft kunnen houden is naar het oordeel van de kantonrechter hiermee dan ook voldoende verklaard. Hiervoor wordt aansluiting gezocht bij een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 januari 2021 (vindplaats: ECLI:NL:GHARL:2021:84), waarin het hof onder rechtsoverweging 8. als volgt overwogen heeft:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">de aanvullende verklaring van de ambtenaar houdt in dat de ambtenaar te voet was en dat de snorfiets reed.. Het hof leidt hieruit af en acht dat ook aannemelijk, dat er onder de gegeven omstandigheden geen reële mogelijkheid was om (op veilige wijze) tot staandehouding over te gaan. Nu het dossier evenmin aanwijzingen bevat dat de gegevens in het zaakoverzicht niet juist zijn, ziet het hof geen reden om aan de juistheid van de gegevens te twijfelen….</emphasis>”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook in deze zaak heeft de kantonrechter geen reden om aan te nemen dat de verbalisant betrokkene veilig en succesvol had kunnen staandehouden. Verbalisant was te voet, en betrokkene reed in een bedrijfsbusje.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter is voorts van oordeel dat er verder geen feiten en omstandigheden meer zijn aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Hierdoor is geen aanleiding voor het vaststellen van een proceskostenvergoeding, zoals door gemachtigde is verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>‒	verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. I. de Greef, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier	De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG</para>
      <para>Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. <emphasis role="bold">Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum toezending:</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>