<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:1817</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-30T13:37:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9533916 \ WM VERZ  21-1054</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:1817">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:1817</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-30T13:36:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:1817 Rechtbank Noord-Holland , 21-01-2022 / 9533916 \ WM VERZ  21-1054</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:1817:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat. Betrokkene reed op baan voor linksafslaand verkeer. De rijbaan voor afslaan naar rechts was afgezet. Betrokkene volgde het groene licht voor links afslaand verkeer en sloeg rechts af, terwijl het stoplicht dat gold voor rechts afslaan rood licht uitstraalde.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:1817:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
      <para>locatie Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 9533916 \ WM VERZ  21-1054</para>
      <para>CJIB-nummer	: [nummer]</para>
      <para>Uitspraakdatum	: 21 januari 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
      <para>naam		: [betrokkene]</para>
      <para>adres		: [adres]</para>
      <para>woonplaats	: [postcode] [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene)</para>
      <para>gemachtigde	: mr. [gemachtigde] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 7 januari 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Namens gemachtigde is mr. [gemachtigde] verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene is het niet eens met de boete. In het beroepschrift is – kort weergegeven – aangevoerd:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> dat betrokkene buiten deze boete met betrekking tot dezelfde verkeerssituatie ook nog een andere boete heeft ontvangen (overschrijding van de maximum snelheid), en een brief met het verzoek om contact te leggen over het niet opvolgen van een aanwijzing;</para>
      <para> dat betrokkene op de rijbaan waar hij reed, door groen licht reed;</para>
      <para> de betrokkene uit het dossier niet goed op kan maken of de positie van de verbalisant dusdanig was dat hij de gedraging kon vaststellen;</para>
      <para> dat de verklaring van de verbalisant niet op ambtseed is opgemaakt;</para>
      <para> dat de verklaring van de verbalisant te summier is ten opzichte van het verhaal van betrokkene;</para>
      <para> dat niet voldoende duidelijk is waarom betrokkene niet staande kon worden gehouden;</para>
      <para> er had een andere feitcode opgelegd moeten worden: die van het niet volgen van de voorgesorteerde rijrichting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie nog een proces-verbaal van bevindingen, door de verbalisant opgemaakt en ondertekend op 7 januari 2022, overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name ook het proces-verbaal van bevindingen en de aangeleverde overzichtsfoto – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Vaststaat dat betrokkene op de linker rijbaan heeft gereden. Voor deze rijbaan geldt het stoplicht alleen voor links afslaand verkeer. Betrokkene besloot echter om naar rechts te gaan. Dan geldt niet het stoplicht voor links afslaand verkeer, maar dat voor rechts afslaand verkeer. Als voor rechts afslaand verkeer rood licht geldt, dan kan het een gevaarlijke situatie opleveren als een bestuurder tóch naar rechts gaat. Het overige verkeer verwacht dit immers niet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de foto bij het aanvullend proces-verbaal is goed op te maken waar verbalisant heeft gestaan en dat hij dus ook goed zicht heeft gehad op de gedraging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu er een ambtsedig ondertekend proces-verbaal is overgelegd, zal voorbij gegaan worden aan de grond dat de verklaring niet ambtsedig is opgemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter acht de verklaringen van de verbalisant in het zaakoverzicht, alsook de verklaring in het aanvullend proces-verbaal, in tegenstelling tot gemachtigde niet te summier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene is niet staande gehouden, maar de kantonrechter is van oordeel dat hier ook geen reële mogelijkheid voor was nu de verbalisant ter plaatse ondersteunend werk verrichtte bij een voertuigbrand. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten slotte staat het een verbalisant vrij om een feitcode te kiezen waarvoor een boete wordt opgelegd. De verbalisant heeft er klaarblijkelijk voor gekozen om twee boetes op te leggen: één voor het overschrijden van de maximum snelheid en één voor het door rood licht rijden. Het is aan de kantonrechter in deze zaak enkel om te beoordelen of er getwijfeld kan worden aan de gedraging. Alles overwegende is dat niet het geval. De boete is dus terecht opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De gemachtigde heeft een beroep gedaan op toekenning van proceskosten, nu het aanvullend proces-verbaal pas op de zitting beschikbaar is gesteld. De kantonrechter ziet hier echter geen aanleiding voor. Deze omstandigheid is hooguit onzorgvuldig te noemen, maar daardoor kan niet worden besloten om stukken buiten behandeling te laten, of de officier van justitie ter vergelding hiervan een (kleine) proceskostenvergoeding op te leggen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>‒ verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. I. de Greef, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier							De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. <emphasis role="bold">Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum toezending: </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>