<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:1773</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-10T21:25:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9489054 \ CV EXPL 21-5111</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:1773">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:1773</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-08T15:20:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:1773 Rechtbank Noord-Holland , 23-02-2022 / 9489054 \ CV EXPL 21-5111</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:1773:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering facturen 2010-2014. Na verweer blijken betaalde facturen door Univé gevorderd. Bij repliek vordering vermindert. Dit erkent dus toegewezen. Kosten voor Univé. Dagvaarding voldeed niet aan de eisen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:1773:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 9489054 \ CV EXPL  21-5111 KB</para>
      <para>Uitspraakdatum: 23 februari 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De naamloze vennootschap N.V. Univé Zorg </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Arnhem</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>verder te noemen: Univé </para>
      <para>gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders &amp; Incasso</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>procederende in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Univé vordert betaling van verschillende facturen, waaronder diverse facturen uit 2010-2014. Naar aanleiding van het verweer van [gedaagde] heeft Univé geconstateerd dat zij betaling eiste van reeds betaalde facturen. Bij repliek is de vordering daarom verminderd. Deze wordt toegewezen, omdat [gedaagde] deze bij dupliek erkent. De kosten  blijven voor rekening van Univé omdat de dagvaarding gezien het voorgaande niet aan de eisen voldoet en ook bij repliek nog verschillende bedragen worden genoemd. Indien Univé haar dossier op orde had gehad, was de vordering zonder procedure betaald door [gedaagde] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Univé heeft bij dagvaarding van 9 september 2021 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Univé heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft bij Univé een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet afgesloten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 21 september 2016 is vonnis gewezen in de zaak van Univé Zorg N.V. tegen [gedaagde] (zaak/rolnr. 5344759 CV EXPL 16-7167). [gedaagde] is in dit vonnis veroordeeld tot betaling van facturen over de periode 1 oktober 2009 tot en met 15 maart 2014. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering en het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Univé stelt dat [gedaagde] een bedrag verschuldigd is van € 1.386,30 en vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 500,00 te vermeerderen met de wettelijke rente. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de vordering betwist. Hij voert aan – samengevat – dat er al een vonnis is gewezen voor dezelfde facturen en dat die vordering is afbetaald. Hij stelt voor een bedrag van € 500,00 te betalen tegen finale kwijting. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Univé heeft naar aanleiding van dit verweer haar vordering verminderd tot € 486,60.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vraag die in deze zaak dient te worden beantwoord is of [gedaagde] nog een bedrag ter zake polismutaties, declaraties en premie moet betalen aan Univé.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Bij dagvaarding vordert Univé betaling van facturen vanaf 1 april 2010 (factuurnummer 264778770) tot en met januari 2021 (factuurnummer 1360130295). In totaal een bedrag van € 2.113,65 waarop volgens de dagvaarding in mindering is betaald een bedrag van                € 1.290,83. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Naar aanleiding van het verweer van [gedaagde] vermindert Univé haar vordering bij repliek. Univé stelt dat voor de facturen 264778770 tot en met een deel van 292244335 reeds een vonnis is verkregen en verwijdert deze facturen uit haar vordering. Univé verzoekt vervolgens vonnis te wijzen over de facturen 313802110 tot en met 1360130295 waar volgens Univé nog een bedrag aan hoofdsom openstaat van € 486,60. Onder punt 3. van deze conclusie stelt Univé echter dat er op de vordering van € 2.113,65 een bedrag van in totaal     € 1.665,05 is voldaan en dat er nog een bedrag van € 448,60 openstaat. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft tegen dit laatstgenoemde bedrag inhoudelijk geen verweer meer gevoerd. De kantonrechter zal het bedrag van € 448,60 dan ook toewijzen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen, omdat in de door Univé verzonden aanmaning een hoger bedrag wordt genoemd dan op grond van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is toegestaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De door Univé gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf twee weken na de datum van het vonnis omdat nu pas duidelijk is welk bedrag [gedaagde] nog aan Univé dient te betalen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Omdat Univé gezien het voorgaande haar administratie in dit dossier niet op orde heeft en uit de brief van [gedaagde] van 9 november 2020<footnote-ref linkend="_7044de3a-3bb8-482c-9d52-db9916dcc96e" /> blijkt dat hij de vordering buiten rechte – ineens - had kunnen betalen als Univé niet eerst het drievoudige van het verschuldigde bedrag had gevorderd, hoeft [gedaagde] geen extra kosten te betalen en blijven de proceskosten voor rekening van Univé. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Univé van € 448,60, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf veertien dagen na heden tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>wijst de vordering voor het overige af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_7044de3a-3bb8-482c-9d52-db9916dcc96e" label="1">
    <para> Productie 7 bij repliek</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>