<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:1684</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-15T11:50:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9493581 \ CV EXPL 21-6985</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:1684">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:1684</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-15T11:48:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:1684 Rechtbank Noord-Holland , 02-03-2022 / 9493581 \ CV EXPL 21-6985</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:1684:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ziektekostenverzekering. Gedaagde heeft de drie termijnen van een betalingsregeling voldaan. Vanwege het ontbreken van een betalingskenmerk boekt eiseres de laatste termijn af op de lopende premie. Buitengerechtelijke incassokosten afgewezen en proceskosten gecompenseerd omdat pas bij repliek uitleg wordt gegeven.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:1684:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 9493581 \ CV EXPL 21-6985</para>
      <para>Uitspraakdatum: 2 maart 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">N.V. Univé Zorg </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Arnhem</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>verder te noemen: Univé</para>
      <para>gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders &amp; Incasso</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Univé heeft bij dagvaarding van 12 oktober 2021 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Univé heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] nog een schriftelijke reactie heeft gegeven. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is bij Univé verzekerd tegen ziektekosten. Univé heeft [gedaagde] op 22 november 2020 aangeschreven het restant van de premie mei 2020, juli 2020, september 2020, november 2020 alsnog te betalen. De achterstand in de premie bedroeg € 421,44, die Univé met € 40,00 voor incassokosten heeft verhoogd tot € 461,44.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Partijen hebben op 23 november 2020 voor het bedrag van € 461,44 een betalingsregeling getroffen. Daarbij is afgesproken dat Univé dat bedrag vanaf 27 december 2020 in drie gelijke maandelijkse termijnen van de bankrekening van [gedaagde] zal afschrijven. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Samen met de premie over januari 2020 heeft Univé de eerste termijnbetaling van € 153,81 automatisch geïncasseerd. Na herhaaldelijke storneringen heeft [gedaagde] zelf de twee overgebleven termijnbedragen aan Univé overgemaakt. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De gemachtigde van Univé heeaft [gedaagde] op 21 april 2021 aangeschreven tot betaling van een achterstand van € 237,50, verhoogd met € 48,80 voor buitengerechtelijke incassokosten, en € 1,22 aan rente tot € 286,97.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Na bezwaar van [gedaagde] heeft de gemachtigde van Univé haar op 12 juli 2021 geschreven dat hij haar bezwaren aan Univé heeft voorgelegd. In de brief van 12 juli 2021 staat: <?linebreak?><emphasis role="italic">“(…)</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Mijn cliënte geeft aan dat de premie van november 2020 in een betalingsregeling zat, maar dat de betalingsregeling destijds niet volledig was voldaan waardoor de betalingsregeling kwam te vervallen en deze saldo weer open is komen te staan. De vordering is dus terecht aan mijn kantoor overgedragen. </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">(…)”</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Univé heeft op 12 april 2021 nogmaals een betalingsregeling met [gedaagde] getroffen. De regeling hield in dat [gedaagde] een openstaand bedrag van € 175,73 voor 12 juni 2021 zou betalen in twee gelijke termijnen. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Univé vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 168,87, te vermeerderen met wettelijke rente en de proceskosten. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Univé legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] vanaf november 2020 tot en met augustus 2021 een achterstand had van € 720,07 in premiebetaling en terugbetaling van voorgeschoten zorgkosten. [gedaagde] heeft een bedrag van € 603,72 op de achterstand betaald, zodat in hoofdsom een bedrag openstaat van € 168,67. Omdat [gedaagde] ondanks herhaalde aanmaning niet tot betaling is overgegaan, vordert Univé haar te veroordelen het bedrag van € 168,67 aan Univé te betalen. Dit bedrag is inclusief een bedrag van € 48,40 voor buitengerechtelijke incassokosten en een rentebedrag van € 3,92.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist de vordering gedeeltelijk. [gedaagde] voert aan– samengevat – dat zij bij herhaling aan Univé en haar gemachtigde uitleg over de opbouw van de vordering heeft gevraagd. Univé en haar gemachtigde hebben de gevraagde uitleg niet gegeven. Pas in deze procedure, bij repliek via een uitgebreid mutatieoverzicht, laat Univé zien op welke openstaande bedragen Univé de betalingen van [gedaagde] heeft afgeboekt. Volgens [gedaagde] blijkt uit het overzicht dat zij de premie maart 2021 van € 121,00 heeft vergeten te betalen. [gedaagde] wijst erop dat indien Univé haar in een eerder stadium had laten weten dat de premie van maart 2021 niet was betaald, zij de kans had gehad dat recht te zetten zonder tussenkomst van een incassobureau en zonder gerechtelijke procedure. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] wil per 1 januari 2022 overstappen naar een andere zorgverzekeraar, kwijtschelding van alle kosten die Univé eist, en terugbetaling van € 153,82 als Univé in deze procedure gelijk krijgt. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gevorderde hoofdsom</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De buitengerechtelijke incassokosten en rente buiten beschouwing latend, vordert Univé in hoofdsom [gedaagde] te veroordelen € 116,44 aan Univé te betalen. [gedaagde] erkent dat zij in maart 2021 geen premiebetaling heeft verricht, en dat zij daarom een bedrag van € 121,00 aan Univé moet betalen. Na de erkenning door [gedaagde] van de verschuldigdheid van € 121,00 heeft Univé haar eis niet vermeerderd. Daarom zal het in hoofdsom gevorderde bedrag van € 116,44 worden toegewezen. <?linebreak?><emphasis role="italic">De buitengerechtelijke incassokosten en rente</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Univé maakt eveneens aanspraak op een vergoeding van € 48,40 voor buitengerechtelijke incassokosten. Uit de brief van 12 juli 2021 van de gemachtigde van Univé blijkt dat Univé haar vordering ter incasso uit handen heeft gegeven, omdat [gedaagde] de betalingsregeling niet is nagekomen. Vast staat dat [gedaagde] de overeengekomen drie termijnbetalingen heeft voldaan. Dat Univé de laatste termijn heeft afgeboekt op een maand die buiten de regeling viel, kan er niet aan afdoen dat [gedaagde] de betaalregeling correct is nagekomen. De kantonrechter is daarom van oordeel dat Univé ten onrechte een incasso-opdracht heeft gegeven voor de bedragen die onder de betalingsregeling vielen. Daar komt bij dat in de betalingsregeling ook al een bedrag van € 40,00 als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten was opgenomen. De thans gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden afgewezen. Omdat [gedaagde] geen zelfstandig verweer heeft gevoerd tegen de gevorderde rente, zal de rente zal worden toegewezen over het bedrag van € 116,44 met ingang van de dag van dagvaarden. Voor zover in het verweer van [gedaagde] een tegenvordering moet worden gelezen, zal deze, gelet op het voorgaande, worden afgewezen.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De conclusie en de proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Nu partijen over en weer op punten in het ongelijk zijn gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Univé van € 116,44, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag 12 oktober 2021 tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <parablock>
        <para>wijst de vordering voor het overige af.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg  en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>