<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:1555</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-15T11:31:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9447688</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:1555">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:1555</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-15T11:29:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:1555 Rechtbank Noord-Holland , 02-03-2022 / 9447688</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:1555:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Zorgverzekeraar vordert gedaagde te veroordelen de premieachterstand van één maand te voldoen. Volgens gedaagde heeft zij de premie over de betreffende maand betaald. De vordering wordt toegewezen. Het getoonde betaalbewijs betreft een andere maand.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:1555:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 9447688 \ CV EXPL 21-6337</para>
      <para>Uitspraakdatum: 2 maart 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V. </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Leiden</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>verder te noemen: Zilveren Kruis</para>
      <para>gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zilveren Kruis vordert [gedaagde] te veroordelen de premieachterstand van één maand te voldoen. Volgens [gedaagde] heeft zij de premie over de betreffende maand betaald. De vordering wordt toegewezen, omdat het getoonde betaalbewijs op een andere maand betrekking heeft. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Zilveren Kruis heeft bij dagvaarding van 8 september 2021 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Zilveren Kruis heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven, met producties. Tot slot heeft Zilveren Kruis zich bij akte uitgelaten over de bijgevoegde producties van [gedaagde] . </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] was in 2021 bij Zilveren Kruis verzekerd tegen ziektekosten. De premie bedroeg € 139,50 per maand, verhoogd met € 1,00 per maand voor het verzenden van een acceptgiro. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 23 februari 2021 heeft [gedaagde] via internetbankieren het maandbedrag van € 140,95 aan Zilveren Kruis overgemaakt, zonder vermelding van een betalingskenmerk. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Zilveren Kruis heeft [gedaagde] op 6 augustus 2021 verzocht een betalingsachterstand van € 140,95, verhoogd met rente tot € 142,18, binnen 15 dagen na bezorging van die aanmaning te voldoen. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Zilveren Kruis vordert – samengevat – dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 190,71, te vermeerderen met rente en kosten. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Zilveren Kruis legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] een betalingsachterstand heeft van € 140,95 doordat [gedaagde] de premie over de maand maart 2021 niet heeft betaald. Omdat [gedaagde] ondanks de herhaaldelijk verstuurde betalingsherinneringen van zowel Zilveren Kruis als haar gemachtigde nog niet heeft betaald, is [gedaagde] ook € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten aan Zilveren Kruis verschuldigd geraakt. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist de vordering. Onder overlegging van betaalbewijzen voert [gedaagde] (samengevat) dat Zilveren Kruis geen vordering op haar heeft. Alle termijnbedragen zijn betaald. Omdat in februari 2021 bij de overboeking van de premie maart 2021 niet het juiste kenmerk is genoemd, is de betaling mogelijk niet afgeboekt op de maand maart 2021. Uit de overgelegde betaalbewijzen blijkt volgens [gedaagde] echter dat zij Zilveren Kruis volledig heeft betaald.  </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hoofdsom</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Zilveren Kruis heeft een overzicht verstrekt, waaruit blijkt welke bedragen [gedaagde] in 2021 maandelijks diende te voldoen, en welke betalingen Zilveren Kruis van [gedaagde] daarop heeft ontvangen. Hieruit blijkt dat [gedaagde] meestal de maandpremie in de loop van de betreffende maand voldoet, en dus niet in de voorafgaande maand. In lijn hiermee heeft Zilveren Kruis de premiebetaling van 23 februari 2021 afgeboekt op de maand februari 2021. Onder verwijzing naar artikel 6:43 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek stelt Zilveren Kruis dat zij vanwege het ontbreken van een betalingskenmerk de betaling van 23 februari 2021 ook op die maand mocht afboeken. Dat was volgens Zilveren Kruis op dat moment de oudste schuld van [gedaagde] aan Zilveren Kruis. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter overweegt het volgende. Zilveren Kruis had de betaling van 23 februari 2021 op de maand maart 2021 moeten afboeken, als de premie voor februari 2021 op dat moment al was betaald. Uit het overzicht van Zilveren Kruis blijkt dat dit niet het geval was. Omdat [gedaagde] niet met een betaalbewijs heeft aangetoond dat de premie februari 2021 op een eerder moment dan 23 februari 2021 al was betaald, moet het ervoor worden gehouden dat de betaling van 23 februari 2021 betrekking heeft op februari 2021. Zilveren Kruis heeft vervolgens op grond van het betalingskenmerk de eerst volgende betaling van 23 maart 2021 afgeboekt op de maand april 2021. Hieruit volgt dat het voor maart 2021 verschuldigde maandbedrag nog open staat. Het gevorderde bedrag van € 140,95 zal daarom worden toegewezen. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Buitengerechtelijke incassokosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Zilveren Kruis maakt eveneens aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De vordering dient beoordeeld te worden aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De door de gemachtigde van Zilveren Kruis verzonden aanmaning van 6 augustus 2021 voldoet aan de in artikel 6:96 lid 6 BW gestelde eisen. Omdat [gedaagde] hierover geen verweer heeft gevoerd, zal van de ontvangst van deze aanmaning door [gedaagde] worden uitgegaan. Daarmee staat vast dat [gedaagde] niet binnen 15 dagen na bezorging van de brief tot betaling van de vordering is overgegaan. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 48,40 zal dan ook worden toegewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde rente. De gevorderde rente zal daarom eveneens worden toegewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Zilveren Kruis van € 190,71, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 140,95 vanaf  8 september 2021 tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Zilveren Kruis tot en met vandaag vaststelt op:</para>
        <para>dagvaarding	€	123,60</para>
        <para>griffierecht	€	126,00</para>
        <para>salaris gemachtigde	€	92,50;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk  en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>