<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:1502</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-30T12:36:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9533898 \ WM VERZ 21-1053</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:1502">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:1502</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-30T12:35:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:1502 Rechtbank Noord-Holland , 21-01-2022 / 9533898 \ WM VERZ 21-1053</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:1502:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Handelen in strijd met een geslotenverklaring. De boete is volgens de kantonrechter voldoende individualiseerbaar, ook al is niet door verbalisant aangegeven ter hoogte van welk huisnummer de gedraging werd geconstateerd. Het pas overleggen van aanvullend proces-verbaal ter zitting door de vertegenwoordiger van de officier van justitie, leidt er niet toe dat om die reden proceskosten aan gemachtigde moeten worden toegekend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:1502:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>RECHTBANK NOORD-HOLLAND</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 9533898 \ WM VERZ 21-1053 CJIB-nummer : [nummer]</para>
      <para>Uitspraakdatum: 21 januari 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
      <para>naam	: [betrokkene] adres	: [adres]</para>
      <para>woonplaats	: [postcode] [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene) gemachtigde	: mr. [gemachtigde] , [gemachtigde] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 7 januari 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Namens gemachtigde is mr. [gemachtigde] verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990, eenrichtingverkeer).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting is gebleken dat gemachtigde niet over een aanvullend proces-verbaal, door de verbalisant ( [verbalisant] ) opgemaakt en getekend op 16 december 2020, beschikt, dat wel in het dossier van de kantonrechter is gevoegd. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ook een exemplaar hiervan mee, dat door de betreffende verbalisant met één regel is aangevuld en opnieuw ondertekend is op 6 januari 2022. Dit heeft zij ter zitting overgelegd. Gemachtigde heeft vervolgens aangegeven de gang van zaken ‘raar’ te vinden, en heeft de kantonrechter verzocht om ook een proceskostenvergoeding toe te kennen als het beroepschrift ongegrond wordt verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nadat de kantonrechter gelegenheid heeft geboden om het aanvullend proces-verbaal door te nemen, heeft gemachtigde aangegeven dat betrokkene het niet eens is met de beslissing van de officier van justitie. Hierna zijn kort de door gemachtigde namens betrokkene aangevoerde gronden doorgenomen. In het beroepschrift is – kort weergegeven – aangevoerd:</para>
      <para> dat betrokkene de gedraging ontkent;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para> dat de verklaring van de verbalisant te summier is, en dat de officier van justitie opheldering van de verbalisant had moeten vragen;</para>
      <para> dat de vermelding “Zuiderstraat” te summier is, omdat niet verklaard is ter hoogte van welk huisnummer de waarneming is gedaan. Hierdoor kan betrokkene zich onvoldoende verweren;</para>
      <para> dat er ten onrechte niet staande is gehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zowel het zaakoverzicht als het uitgebreide aanvullend proces-verbaal is uitvoerig aangegeven hoe een en ander zich heeft voltrokken. De vermelding “Zuiderstraat” in combinatie met de pleegplaats “Haarlem” acht de kantonrechter voldoende precies. De gehele Zuiderstraat in Haarlem is ingericht voor eenrichtingsverkeer en de verbalisant heeft geconstateerd dat betrokkene de straat in de verkeerde richting gebruikte. Dat verbalisant betrokkene niet staande heeft gehouden is naar het oordeel van de kantonrechter ook voldoende onderbouwd. Hiervoor wordt aansluiting gezocht bij een arrest van het Gerechtshof</para>
      <para>Arnhem-Leeuwarden van 6 januari 2021 (vindplaats: ECLI:NL:GHARL:2021:84), waarin het hof in rechtsoverweging 8. als volgt overwogen heeft:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">de aanvullende verklaring van de ambtenaar houdt in dat de ambtenaar te voet was en dat de snorfiets reed. Het hof leidt hieruit af en acht dat ook aannemelijk, dat er onder de gegeven omstandigheden geen reële mogelijkheid was om (op veilige wijze) tot staandehouding over te gaan. Nu het dossier evenmin aanwijzingen bevat dat de gegevens in het zaakoverzicht niet juist zijn, ziet het hof geen reden om aan de juistheid van de gegevens te twijfelen…..</emphasis>”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook in deze zaak heeft de kantonrechter geen reden om aan te nemen dat de verbalisant betrokkene veilig en succesvol had kunnen staande houden. Verbalisant was in privé, te voet, en betrokkene reed in een personenauto.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles overwegende is de kantonrechter van oordeel dat er onvoldoende feiten en omstandigheden zijn aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Het verzoek van gemachtigde om een proceskostenvergoeding, nu gemachtigde naar zijn zeggen op de zitting pas de beschikking heeft gekregen over het aanvullend proces-verbaal van verbalisant, zal de kantonrechter niet honoreren. Als inderdaad het geval is dat gemachtigde het aanvullend proces-verbaal niet eerder heeft ontvangen dan op de zitting, en dit aldus een ‘nieuw’ stuk voor hem betreft, dan rechtvaardigt dit geen toekenning van proceskosten (zie in dit verband mede het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 mei 2021 (vindplaats: ECLI:NL:GHARL:2021:4775).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>‒	verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. I. de Greef, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier	De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG</para>
      <para>Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. <emphasis role="bold">Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum toezending:</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>