<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:1305</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T04:57:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/320955 / HA ZA 21-533</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2022/142</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2022/141</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:1305">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:1305</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-17T10:07:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:1305 Rechtbank Noord-Holland , 15-02-2022 / C/15/320955 / HA ZA 21-533</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:1305:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdeling eenvoudige gemeenschap: hond. Belang van hond staat voorop en brengt mee dat co-baasjesschap niet op zijn plaats is. Mondeling vonnis: rechtbank hakt knoop door, man krijgt hond toebedeeld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:1305:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b7c90ad8-8644-48e7-b93c-4c0a07b64d33" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6c627771-8c40-444f-bc63-a92028cfc107" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>proces-verbaal mondelinge uitspraak</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/15/320955 / HA ZA 21-533</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 15 februari 2022 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eiseres in conventie,</para>
      <para>verweerster in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. Z.C.E. Houben te Velsen-Zuid,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde in conventie,</para>
      <para>eiser in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. J.M. Neervoort te Den Helder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ingevolge het vonnis van deze rechtbank van 17 november 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenwoordig zijn mr. L.J. Saarloos, rechter, en mr. C.J. Hankel-Luder, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na uitroeping van de zaak verschijnen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de vrouw, bijgestaan door haar vertrouwenspersoon;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>mr. Houben voornoemd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de man, bijgestaan door zijn moeder;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>mr. Neervoort voornoemd.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen en hun advocaten hebben de standpunten nader toegelicht, beide advocaten aan de hand van een pleitnota. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank ter zitting mondeling uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De feiten en de vorderingen over en weer</title>
    <bridgehead role="bold">in conventie en in reconventie</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Zij waren ongehuwd en tussen hen bestond geen samenlevingsovereenkomst of geregistreerd partnerschap.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Partijen hebben eind 2020 samen een hond gekocht met de naam [Y] (hierna: [Y]). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Partijen hebben tot 25 juli 2021 samengewoond in de woning van de man. De vrouw heeft de woning op die datum verlaten en woont sindsdien bij haar ouders. De relatie van partijen is beëindigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Partijen hebben op 31 juli 2021 met elkaar gesproken. Zij hebben toen een ‘Overeenkomst van verdeling roerende goederen na beëindiging relatie’ ondertekend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De vrouw vordert in conventie kort gezegd dat de rechtbank de wijze van de verdeling van de eenvoudige gemeenschap zal vaststellen, waarbij [Y] aan haar wordt toebedeeld en zij uit hoofde van overbedeling een bedrag van € 400,- aan de man moet betalen. Daarnaast vordert de vrouw afgifte aan haar van [Y] en van een salontafel, een dressoir en handdoeken van de Hema. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>In reconventie vordert de man primair dat de rechtbank zal bepalen dat hij eigenaar is van [Y]. Subsidiair vordert hij dat [Y] aan hem zal worden toebedeeld. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat partijen met de door hen gesloten overeenkomst van 31 juli 2021 afspraken hebben gemaakt over alle te verdelen roerende zaken. Dat blijkt allereerst uit de tekst van de overeenkomst van 31 juli 2021: <emphasis role="italic">“Inhoudelijk kan geen van de partijen in een later tijds vak nog aanspraak maken op de resterende roerende zaken die niet meegenomen zijn in bovengenoemde lijst”. </emphasis>Uit wat partijen hierover in de processtukken en tijdens de mondelinge behandeling naar voren hebben gebracht, blijkt dat partijen samen hebben gekeken naar de spullen in de woning en dat zij tot de verdeling zijn gekomen die in de overeenkomst staat. De bedoeling van partijen hierbij was dat zij de roerende zaken op die wijze zouden verdelen. De rechtbank is van oordeel dat de roerende zaken van partijen hiermee zijn verdeeld en dat er geen resterende te verdelen roerende zaken zijn. Dit betekent dat de vordering in conventie wat dat betreft zal worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Ten aanzien van [Y] volgt de rechtbank het standpunt van de vrouw dat uit alle omstandigheden blijkt dat [Y] gezamenlijk eigendom van partijen is. Partijen hebben [Y] samen gekocht en betaald. Daarmee is een beperkte gemeenschap ontstaan. De rechtbank is van oordeel dat latere ontwikkelingen (tenaamstelling paspoort, vaccinatieboekje) hierin geen verandering hebben gebracht. Omdat [Y] tot het gemeenschappelijk eigendom van partijen behoort, kunnen partijen verdeling van [Y] vorderen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De man stelt dat [Y] al aan hem is toebedeeld, omdat de hond niet op de lijst van roerende zaken wordt vermeld. De rechtbank verwerpt dat standpunt. Tijdens de bespreking van partijen over de roerende zaken op 31 juli 2021 is [Y] apart van de lijst van roerende zaken in de op die datum ondertekende overeenkomst aan de orde geweest. Bovendien is een hond volgens de wet geen roerende zaak. De rechtbank is daarom van oordeel dat [Y] geen onderdeel uitmaakte van de roerende zaken die met die overeenkomst zijn verdeeld. Dit betekent dat [Y] nog steeds tot het gezamenlijk eigendom van partijen behoort, zodat  [Y] nog verdeeld moet worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Partijen zijn het erover eens dat het voor het ras waartoe [Y] behoort niet gunstig is om te wisselen van omgeving en verzorgers (co-baasjesschap). Het is daarom niet in het belang van [Y] om een omgangsregeling te treffen. De rechtbank zal daarom de knoop doorhakken aan wie [Y] wordt toebedeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank weegt de belangen van partijen voor wat betreft de toedeling van [Y] als volgt. </para>
        <para>Het is voldoende aannemelijk dat vrouw meer inkomsten overhoudt dan de man, maar beide partijen houden voldoende financiële middelen over om goed voor [Y] te kunnen zorgen. De rechtbank is er verder niet van overtuigd geraakt dat één van partijen een meer bijzondere band heeft met [Y] dan de andere. </para>
        <para>Ditzelfde geldt voor de ruimte waarin [Y] zal verblijven. Bij de man is [Y] alleen als de man naar zijn werk is, bij de vrouw zal hij de woning met de twee honden van haar ouders moeten delen. Ook dit geeft dan ook niet de doorslag voor toedeling aan één van partijen. Beide partijen hebben [Y] goed verzorgd toen zij nog samenwoonden. De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat de man op dit moment onvoldoende tijd heeft om [Y] uit te laten. De rechtbank heeft de indruk gekregen dat het goed gaat met [Y]. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Doorslaggevend is daarom de huidige situatie zoveel mogelijk te handhaven. Deze bestaat al enige tijd, sinds het uiteengaan van partijen. [Y] heeft bovendien zijn hele leven verbleven in de woning van de man. De man gaat nog steeds met [Y] naar de hondentraining. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Dit betekent dat de rechtbank de subsidiaire vordering in reconventie van de man zal toewijzen. De man dient aan de vrouw een vergoeding van € 400,- wegens overbedeling te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Omdat partijen voormalige partners van elkaar zijn en dit geschil daarmee verband houdt, zullen de proceskosten tussen partijen zo worden gecompenseerd, dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <bridgehead role="bold">in conventie</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>bepaalt dat [Y] aan de man wordt toebedeeld.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">in conventie en in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten aldus dat elk van partijen de eigen kosten draagt. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit mondelinge vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2022.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Waarvan proces-verbaal,</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>de griffier is buiten staat dit vonnis </para>
        <para>mede te ondertekenen						rechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>