<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:12568</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-12T12:53:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/317681-21  P</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:12568">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:12568</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-20T16:47:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:12568 Rechtbank Noord-Holland , 21-11-2022 / 15/317681-21  P</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:12568:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>herstelvonnis</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:12568:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Alkmaar</para>
      <para>Meervoudige strafkamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 15/317681-21 (P)</para>
      <para>Uitspraakdatum: 21 november 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Herstelvonnis </emphasis>van de rechtbank Noord-Holland, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold smallcaps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [pleegdatum en -plaats]</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,</para>
      <para>thans gedetineerd in Justitieel Complex Zaanstad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat zij aanleiding ziet het op 21 november 2022 uitgesproken vonnis in de strafzaak tegen bovengenoemde verdachte te herstellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderdeel van het vonnis dat hersteld dient te worden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 21 november 2022 vonnis gewezen in de strafzaak tegen bovengenoemde verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na de uitspraakdatum is de rechtbank gebleken dat het dictum van voormeld vonnis een kennelijke misslag bevat. Aan de verdachte is de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking opgelegd. In het dictum staat vermeld dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard. Echter, hier bestaat geen wettelijke grondslag voor. Dit houdt in dat de dadelijke uitvoerbaarheid, zoals vermeld in het dictum van bovengenoemd vonnis, moet komen te vervallen. In het belang van een juiste executie van het vonnis, zal de rechtbank dit herstellen door verbetering van het dictum, waartoe het onderhavige vonnis strekt.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handhaaft haar beslissingen van 21 november 2022, met dien verstande dat het dictum met herstel van een kennelijke misslag als volgt komt te luiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart <emphasis role="bold">niet bewezen</emphasis> wat aan de verdachte in zaak C onder feit 1 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart <emphasis role="bold">bewezen</emphasis> dat de verdachte de feiten 1 en 2 in zaak A, het feit in zaak B, de feiten 2 en 3 in zaak C en de feiten 1 primair en 2 in zaak D heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte bij deze feiten meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de verdachte hiervoor <emphasis role="bold">strafbaar</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">18 maanden</emphasis>, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 3 maanden, <emphasis role="bold">niet</emphasis> ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op 2 jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt aan de verdachte op de <emphasis role="bold">maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de griffier dit vonnis doet hechten aan het originele vonnis van 21 november 2022 en dit vonnis per brief ter kennis doet brengen van de verdachte, zijn raadsman, de officier van justitie en de benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</emphasis>
      </para>
      <para>Dit herstelvonnis is op 15 december 2022 gewezen door</para>
      <para>mr. M. Ramondt, voorzitter,</para>
      <para>mr. M.E. Francke en mr. S.J. Riem, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. van Splunter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. S.J. Riem en mr. M. van Splunter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>