<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:12339</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-20T15:35:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9884880 WM VERZ 22-1159</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:12339">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:12339</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-20T15:33:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:12339 Rechtbank Noord-Holland , 26-08-2022 / 9884880 WM VERZ 22-1159</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:12339:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WAHV. Niet-ontvankelijk, beroep kantonrechter te laat. Nu betrokkene geen reden opgegeven waarom het beroep te laat is ingediend, kan de kantonrechter niet beoordelen of er aanleiding is om over de termijnoverschrijding heen te stappen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:12339:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
      <para>locatie Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 9884880 \ WM VERZ  22-1159</para>
      <para>CJIB-nummer	: 241915570</para>
      <para>Uitspraakdatum	: 26 augustus 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
      <para>naam		: [betrokkene]</para>
      <para>adres		: [adres]</para>
      <para>woonplaats	: [postcode] [woonplaats] </para>
      <para>(hierna te noemen: betrokkene).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 26 augustus 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene heeft het beroep bij de kantonrechter te laat ingesteld. Volgens artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Als een beroepschrift ná de gestelde termijn wordt ingediend, kan het beroepschrift niet-ontvankelijk worden verklaard. Het beroep is door betrokkene ingesteld op 23 januari 2022, terwijl dat beroep uiterlijk op 15 december 2021 ontvangen had moeten zijn. Onder het kopje “Ik ga te laat in beroep” in het beroepschrift aan de kantonrechter heeft betrokkene niets vermeld over de reden waarom het beroepschrift te laat is ingediend.  Betrokkene meldt in het beroepschrift nog wel een verhuizing, maar dat speelde rond de datum van de gedraging en is daarom niet van toepassing op de indiening van het beroepschrift van 23 januari 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 6:11 Awb geeft aan dat een beroepschrift, ondanks het feit dat dit te laat is ontvangen, tóch ontvankelijk kan worden verklaard als redelijkerwijs niet gezegd kan worden dat betrokkene in verzuim is geweest. Nu betrokkene geen reden heeft opgegeven waarom hij het beroepschrift niet op tijd in kon dienen, kan de kantonrechter niet beoordelen of er reden is om over de termijnoverschrijding heen te stappen. Hierdoor kan de kantonrechter niet toekomen aan het inhoudelijk beoordelen van het beroepschrift van betrokkene. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>‒ verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Kanninga-Jonker, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier							De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. <emphasis role="bold">Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum toezending: </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>