<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:12325</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-20T13:47:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9898879 WM VERZ 22-1235</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:12325">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:12325</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-20T13:45:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:12325 Rechtbank Noord-Holland , 26-08-2022 / 9898879 WM VERZ 22-1235</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:12325:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WAHV. De machtigingen in het dossier voldoen niet. Bij de door de natuurlijk persoon ondertekende machtiging is niet bekend of deze persoon bevoegd is machtiging te verlenen namens betrokkene. De ander is door een rechtspersoon ondertekend, terwijl een rechtspersoon zelf niet kán ondertekenen. Er wordt aanhouding verleend om de machtigingverlening op orde te brengen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:12325:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
      <para>locatie Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 9898879 \ WM VERZ  22-1235</para>
      <para>CJIB-nummer	: 244810944</para>
      <para>Uitspraakdatum	: 26 augustus 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
      <para>naam		: [betrokkene].</para>
      <para>adres		: [adres]</para>
      <para>woonplaats	: [postcode] [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene)</para>
      <para>vermeend gemachtigde:	 [vermeend gemachtigde]</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd. Vermeend gemachtigde heeft namens betrokkene daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep op 11 januari 2022 ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is namens betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 26 augustus 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Namens de vermeend gemachtigde is [vermeend gemachtigde] verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het dossier zijn twee van elkaar verschillende volmachten aanwezig, op basis waarvan de vermeend gemachtigde namens betrokkene in het geding is verschenen. De ene volmacht is op 19 november 2021 getekend door [naam], en de andere volmacht is op 7 februari 2022 getekend door [naam]. De kantonrechter constateert dat beide volmachten niet voldoen. Ten aanzien van de eerstgenoemde volmacht blijkt uit het dossier niet of [naam] bevoegd is om namens betrokkene volmacht te verlenen. Voor de volmacht getekend door [naam] geldt, dat [naam] een rechtspersoon is, en daarom geen handtekening kán zetten. De handtekeningen op beide documenten verschillen ook van elkaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de zitting heeft [vermeend gemachtigde] – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“Ten aanzien van de overgelegde machtigingen wil ik u erop wijzen, dat mijn kantoor er in de oproep voor deze zitting niet op is gewezen dat de machtiging niet in orde zou zijn. Ook de officier van justitie heeft er in een eerder stadium geen probleem van gemaakt. U, rechter, vraagt of ik aanhouding wens te krijgen om het verzuim te herstellen, maar ik ben van mening dat er geen sprake van verzuim is. Er hoeft niet getwijfeld te worden aan de volmacht, nu we beschikken over de inleidende beschikking.” </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft desgevraagd aangegeven zich te refereren aan het oordeel van de kantonrechter, maar heeft daarbij ook aangegeven dat de omstandigheid dat er niet eerder gewezen is op het ontbreken van een deugdelijke machtiging niet met zich meebrengt dat dit dan in dit stadium van de procedure niet meer verlangd kan worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter ziet aanleiding de behandeling van de zaak aan te houden om de vermeend gemachtigde in de gelegenheid te stellen om een machtiging over te leggen met daarbij bewijs (zoals een uittreksel van de Kamer van Koophandel) waaruit blijkt dat [naam] bevoegd is om namens betrokkene machtiging te verlenen alsmede om duidelijk te maken van wie de handtekening is die gezet is namens [betrokkene] en dat deze persoon gemachtigd is om [betrokkene] te vertegenwoordigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vermeend gemachtigde wordt dan ook in de gelegenheid gesteld om aan het bovenstaande te voldoen binnen twee weken na de verzenddatum van deze beslissing. Indien het gevraagde niet tijdig is ontvangen, kan de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Als het gevraagde wél tijdig wordt ontvangen, dan zal er een nieuwe datum worden gepland voor de mondelinge behandeling. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>‒ stelt de vermeend gemachtigde in de gelegenheid om binnen twee weken na de verzenddatum van deze beslissing een volledige en juiste machtiging over te leggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Kanninga-Jonker, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier							De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum toezending: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>