<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:12243</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-22T14:22:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9858972 \ CV EXPL  22-2675</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:12243">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:12243</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-22T14:20:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:12243 Rechtbank Noord-Holland , 07-12-2022 / 9858972 \ CV EXPL  22-2675</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:12243:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenvonnis. Terugbetaling geldlening. Bewijsopdracht ten aanzien van de vraag of gedaagde een bedrag contant aan eiseres heeft betaald.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:12243:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">NOORD-HOLLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 9858972 \ CV EXPL  22-2675</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tussenvonnis van 7 december 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiseres] ,</para>
      <para>gemachtigde: de Ruijter &amp; Willemsen Gerechtsdeurwaarders en Incasso,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het mondelinge antwoord, met bijlage;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 13 juli 2022;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een bijlage van [eiseres] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een brief met bijlagen van [gedaagde] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 10 november 2022, waarbij partijen (zonder gemachtigde) zijn verschenen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft van juni 2018 tot en met september 2020 in totaal een bedrag van € 9.915 uitgeleend aan [gedaagde] . [eiseres] en [gedaagde] hebben afgesproken dat [gedaagde] daarvoor een bedrag van € 760 aan rente moet betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] en [gedaagde] hebben ook afgesproken dat [gedaagde] per maand € 200 aan [eiseres] moet terugbetalen, en daarnaast eventueel nog meer als [gedaagde] daarvoor voldoende financiële ruimte heeft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft niet elke maand € 200 terugbetaald. Onder andere heeft zij van juli 2020 tot en met februari 2021 niets afgelost, en sinds juli 2021 slechts € 100 per maand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij brief van 24 januari 2022 heeft Juristu Incassodiensten [gedaagde] namens [eiseres] in gebreke gesteld. In diezelfde brief is [gedaagde] gesommeerd het openstaande bedrag van de lening, met rente en kosten, binnen 10 dagen te voldoen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 6.275, vermeerderd met rente en kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. Zij stelt dat het gevorderde bedrag € 2.500 lager moet zijn omdat zij € 2.500 contant aan [eiseres] heeft betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [gedaagde] moet de geldlening en de rente ineens terugbetalen aan [eiseres]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het draait in deze zaak om de geldleningsovereenkomst tussen [eiseres] en [gedaagde] . [eiseres] en [gedaagde] zijn het erover eens dat [eiseres] in totaal een bedrag van € 9.915 aan [gedaagde] heeft uitgeleend en dat [gedaagde] daarover € 760 aan rente zou betalen. Ook zijn ze het eens over het bedrag dat [gedaagde] per bank heeft afgelost. Tot slot zijn ze het erover eens dat [gedaagde] uiteindelijk alles aan [eiseres] moet terugbetalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De afspraak tussen [eiseres] en [gedaagde] was dat [gedaagde] € 200 per maand zou aflossen. Aan die afspraak heeft [gedaagde] zich niet gehouden. Ook niet nadat zij een aanmaning had ontvangen. Daarom wil [eiseres] dat [gedaagde] nu de gehele lening met rente aan haar terugbetaalt. De kantonrechter leidt daaruit af dat [eiseres] wil dat de kantonrechter de overeenkomst tussen [eiseres] en [gedaagde] ontbindt en bepaalt dat [gedaagde] de afgesproken rente als schadevergoeding moet betalen. Omdat [gedaagde] de afspraak met [eiseres] – ook na een aanmaning – niet is nagekomen, zal de kantonrechter dit toewijzen. Concreet betekent dit dat [gedaagde] het openstaande bedrag van de geldlening, inclusief rente, ineens aan [eiseres] moet terugbetalen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet bewijzen dat zij € 2.500 contant aan [eiseres] heeft betaald</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [eiseres] en [gedaagde] zijn het niet eens over het openstaande bedrag van de geldlening. Volgens [eiseres] is dat bedrag per de datum van de dagvaarding € 6.275. [gedaagde] vindt dat dat bedrag € 2.500 lager moet zijn, omdat [gedaagde] nog een bedrag van € 2.500 contant aan [eiseres] heeft betaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] stelt dat zij bij haar thuis in september 2021 5 x € 500 contant aan [eiseres] heeft betaald. Dat geld moest zij van [eiseres] van de bank halen en zo aan haar geven. [gedaagde] heeft dat bedrag geleend van een vriendin, die dat bedrag contant thuis had liggen. Die vriendin, en nog een getuige, zijn erbij geweest toen [gedaagde] [eiseres] € 2.500 heeft betaald. [gedaagde] heeft daarvan geen bewijs gekregen van [eiseres] . [gedaagde] heeft deze stelling onderbouwd met schriftelijke verklaringen van de twee personen die erbij zouden zijn geweest.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [eiseres] betwist dat [gedaagde] € 2.500 contant aan haar heeft betaald. Zij zou nooit contant geld aannemen. De overige terugbetalingen gingen ook steeds per bank. De getuigen zijn een vriendin en de vriend van [gedaagde] , dus die zijn niet betrouwbaar. In september 2021 hadden [eiseres] en [gedaagde] al geen contact meer met elkaar, dus [eiseres] is in die tijd ook niet bij [gedaagde] thuis geweest. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Omdat [gedaagde] stelt dat zij een bedrag van € 2.500 contant aan [eiseres] heeft betaald, maar [eiseres] dit betwist, moet er bewijs worden geleverd. Het is aan [gedaagde] om dit bewijs te leveren.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoe nu verder?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde] kan het bewijs leveren door getuigen te laten horen door de kantonrechter. Als zij dat wil, moet zij de namen en adresgegevens van de getuigen aan de kantonrechter en aan [eiseres] sturen. Ook kan zij eventueel nog stukken sturen naar de kantonrechter, zoals foto's of kopieën van whatsapp-berichten, e-mails of andere stukken waaruit blijkt dat zij € 2.500 contant aan [eiseres] heeft betaald. Als [gedaagde] stukken aan de rechtbank stuurt, moet zij daarvan een kopie sturen aan [eiseres] . [eiseres] mag daarna op die stukken reageren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Tot slot overweegt de kantonrechter dat [eiseres] en [gedaagde] het erover eens zijn dat de bedragen die [gedaagde] na de datum van de dagvaarding nog per bank aan [eiseres] heeft betaald, van de vordering van [eiseres] moeten worden afgetrokken. De kantonrechter zal dit in de einduitspraak vastleggen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>draagt [gedaagde] op te bewijzen dat zij € 2.500 contant aan [eiseres] heeft betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>bepaalt dat, als [gedaagde] het bewijs door het horen van <emphasis role="bold">getuigen</emphasis> wil leveren, het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. Y. Steeg-Tijms, in het gerechtsgebouw te Haarlem, Jansstraat 81, op <emphasis role="bold">16 februari 2023</emphasis> van <emphasis role="bold">13:00</emphasis> tot <emphasis role="bold">16:00</emphasis> uur,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de partij die op genoemd tijdstip niet kan verschijnen, <emphasis role="bold">binnen twee weken</emphasis> na de datum van deze beslissing schriftelijk en gemotiveerd aan de kantonrechter om een andere datum dient te vragen onder opgave van de verhinderdata van <emphasis role="bold">alle</emphasis> partijen in de drie maanden volgend op het uitstelverzoek,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>bepaalt dat [gedaagde] uiterlijk op 1 februari 2023 <emphasis role="bold">de namen en adresgegevens van de getuigen </emphasis>toestuurt aan de kantonrechter en aan [eiseres] ,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>bepaalt dat als [gedaagde] geen getuigen wil laten horen, zij dit <emphasis role="bold">binnen twee weken</emphasis> na de datum van deze uitspraak schriftelijk aan de kantonrechter en aan [eiseres] moet laten weten; in dat geval zal het getuigenverhoor niet doorgaan,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>bepaalt dat <emphasis role="bold">alle partijen</emphasis> uiterlijk op1 februari 2023 <emphasis role="bold">alle beschikbare bewijsstukken</emphasis> aan de kantonrechter (met kopie aan de andere partij) moeten toesturen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Y. Steeg-Tijms en in het openbaar uitgesproken op 7 december 2022.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>