<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:11456</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-23T14:00:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/215916-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:11456">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:11456</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-21T16:53:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:11456 Rechtbank Noord-Holland , 23-12-2022 / 15/215916-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:11456:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Onderzoek Neath.</para>
        <para>Ontnemingsvordering toegewezen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:11456:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Team Straf, zittingsplaats Haarlem</para>
    <para>Meervoudige strafkamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 15/215916-19 (ontneming)</para>
      <para>Uitspraakdatum	: 23 december 2022</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Deze beslissing heeft betrekking op de vordering van de officier van justitie d.d. 30 maart 2022 </emphasis>ten aanzien van de feiten in de zaak onder bovenstaand parketnummer, strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e lid 3 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] .</para>
      <para>(hierna te noemen: [veroordeelde] )</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De vordering</title>
    <para>De officier heeft bij vordering van 30 maart 2022 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e, lid 5 Sr zal vaststellen op <emphasis role="bold">€ 219.059,-</emphasis> en dat aan [veroordeelde] de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie baseert de vordering op andere strafbare feiten dan het misdrijf waarvoor [veroordeelde] is veroordeeld en waarvan aannemelijk is dat deze feiten op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat [veroordeelde] wederrechtelijk voordeel heeft verkregen (artikel 36e, derde lid, Sr).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>De officier van justitie heeft bovengenoemde vordering aanhangig gemaakt op de terechtzitting van deze rechtbank op 25 april 2022 op welke zitting ook de strafzaak tegen [veroordeelde] aan de orde is geweest. De rechtbank heeft de behandeling van de ontnemingszaak op deze zitting voor onbepaalde tijd aangehouden en er zijn termijnen afgesproken in verband met de schriftelijke voorbereiding van de ontnemingszaak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder het met deze vordering samenhangende strafdossier en de in het kader van de schriftelijke voorbereiding tussen de officier van justitie en de raadsman van [veroordeelde] gewisselde conclusies van antwoord en repliek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 7 december 2022. Daarbij zijn gehoord de gemachtigd raadsman van [veroordeelde] mr. M. Jonk en de officier van justitie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens is het onderzoek gesloten en is de uitspraak bepaald op 18 januari 2022 of zoveel eerder als mogelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van de officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting de vordering voorgedragen en naar beneden bijgesteld tot een bedrag van € 109.529,50.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van [veroordeelde] en zijn raadsman</title>
    <para>De raadsman heeft verzocht de vordering af te wijzen dan wel de hoogte van geschatte bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel te matigen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">5.	De gronden voor de schatting van het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_9858b3f5-0828-49c0-811e-941c9cff0094" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Grondslag van de vordering</emphasis>
        </para>
        <para>Gezien de stukken waarop de vordering berust en waarnaar de vordering verwijst, alsmede de ter zitting door de officier van justitie gegeven toelichting, verstaat de rechtbank de vordering aldus dat het een vordering betreft die is gebaseerd op artikel 36e, derde lid, Sr.  Dit betekent dat de vordering betrekking heeft op het geval van veroordeling wegens een misdrijf, waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd en waarbij aannemelijk is dat dit feit of andere strafbare feiten er op enigerlei wijze toe hebben geleid dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft gekregen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 23 mei 2022 is [veroordeelde] veroordeeld voor - kort gezegd - het medeplegen van witwassen en daarvan een gewoonte maken in de periode van 11 januari 2017 tot en met 8 november 2019. Dit is een misdrijf dat naar de wettelijke omschrijving wordt bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De ontnemingsrapportages</emphasis>
        </para>
        <para>Op 17 december 2020 heeft de verbalisant [verbalisant 1] , financieel rechercheur bij de Districtsrecherche Eenheid Noord-Holland, een rapport opgesteld betreffende het door [vennootschap 1] en haar bestuurders wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit rapport zal hierna worden aangehaald als de ontnemingsrapportage inzake [vennootschap 1] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 5 januari 2021 heeft de verbalisant [verbalisant 1] , financieel rechercheur bij de Districtsrecherche Eenheid Noord-Holland, een rapport opgesteld betreffende het door [vennootschap 2] en haar bestuurders wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit rapport zal hierna worden aangehaald als de ontnemingsrapportage inzake [vennootschap 2] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de rapporten zijn diverse bijlagen gevoegd, ontleend aan het dossier met betrekking tot de onderliggende strafzaak tegen [veroordeelde] . De rechtbank heeft bovendien de beschikking gehad over het volledige dossier van de strafzaak.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de ontnemingsrapportage inzake [vennootschap 1] wordt over de periode 2016 tot en met 2018 middels een eenvoudige kasopstelling het totaal aan wederrechtelijk verkregen voordeel berekend op een bedrag van € 196.804,-. In de ontnemingsrapportage inzake [vennootschap 2] wordt over de periode januari 2019 tot en met september 2019 middels een eenvoudige kasopstelling het totaal aan wederrechtelijk verkregen voordeel berekend op een bedrag van € 22.255,-. In beide ontnemingsrapportages wordt dit voordeel hoofdelijk aan [veroordeelde] en zijn medeveroordeelde [medeveroordeelde] toegerekend, aangezien sprake is geweest van een grote financiële verwevenheid tussen [veroordeelde] en [medeveroordeelde] (als toenmalige echtelieden) wat een zuivere toerekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel aan elk van hen in de weg staat.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat naar aanleiding van de vordering en het onderzoek ter terechtzitting voldoende aannemelijk is dat andere strafbare feiten dan die waarvoor [veroordeelde] is veroordeeld er op enigerlei wijze toe hebben geleid dat [veroordeelde] wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. De rechtbank grondt dit oordeel op de feiten en omstandigheden die in de ontnemingsrapportages inzake [vennootschap 1] en [vennootschap 2] zijn opgenomen en ontleent aan de inhoud daarvan, met inachtneming van het navolgende, tevens de schatting van het voordeel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De eenvoudige kasopstellingen die in beide ontnemingsrapportages zijn opgemaakt en op grond waarvan per vennootschap het totaal aan wederrechtelijk verkregen voordeel is berekend, acht de rechtbank deugdelijk en betrouwbaar. De rechtbank merkt ten aanzien van de ontnemingsrapportage inzake [vennootschap 1] op dat onder paragraaf 10.8 'Verdiensten exporthandel' sprake lijkt van een dubbeltelling voor zover wordt gesteld dat [veroordeelde] in totaal 11 voertuigen heeft uitgevoerd. Omdat deze dubbeltelling in het voordeel van [veroordeelde] is – hij heeft hierdoor immers meer legale inkomsten verkregen waardoor een groter bedrag op het onverklaarbaar vermogen in mindering wordt gebracht – zal de rechtbank bij de schatting van het wederrechtelijk vermogen geen acht slaan op deze misslag in de ontnemingsrapportage inzake [vennootschap 1] . </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [vennootschap 1]
          </emphasis>
        </para>
        <para>Als uitgangspunt voor de vaststelling van het wederrechtelijk voordeel verkregen binnen de vennootschap [vennootschap 1] , baseert de rechtbank zich op de eenvoudige kasopstelling zoals opgenomen in de ontnemingsrapportage inzake [vennootschap 1] .<footnote-ref linkend="_53ea67f4-7f98-41ef-b8f2-3b7aece92dd6" /> Deze is tot stand gekomen op basis van het verschil tussen de legale contante inkomsten en contante uitgaven van [vennootschap 1] in de periode van 2017 tot en met 2018. De rechtbank neemt daarbij tevens in aanmerking dat [veroordeelde] heeft verklaard dat het contante geld dat in de periode van 18 januari 2016 tot en met 24 oktober 2018 is opgenomen, is besteed aan diesel, reparaties en overige kosten onderweg.<footnote-ref linkend="_c05e34b6-30ad-49b4-9c3e-ef4ea16cb6be" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Kasopstelling [vennootschap 1] </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Periode 2017 </emphasis>
        </para>
        <para>Beginsaldo (contante geldopname 28-1 2-2016) 		€          415,00</para>
        <para>Verkoop Truck aan [betrokkene 1] april 2017  				€       7.000,00</para>
        <para>Contante geldopnames rekening [bankrekeningnummer 1]  	€     42.833,00</para>
        <para>Beschikbaar voor uitgaven  					€     50.248,00</para>
        <para>Contante uitgaven voor bedrijfsmiddelen  			€     42.833,00</para>
        <para>Contante stortingen rekening [bankrekeningnummer 1]  		€     71.988,00</para>
        <para>Feitelijke contante uitgaven  					€   114.821,00</para>
        <para>Onverklaarbaar vermogen  					€ -   64.573,00</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Periode 2018 </emphasis>
        </para>
        <para>Contante geldopnames rekening [bankrekeningnummer 1] 	€       4.808,00</para>
        <para>Beschikbaar voor uitgaven  					€       4.808,00</para>
        <para>Contante uitgaven voor bedrijfsmiddelen  			€       4.808,00</para>
        <para>Contante stortingen rekening [bankrekeningnummer 1]  		€   156.396,00</para>
        <para>Feitelijke contante uitgaven  					€   161.204,00</para>
        <para>Onverklaarbaar vermogen  					€ - 156.396,00</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Onverklaarbaar vermogen </emphasis>
        </para>
        <para>2017  								€ -   64.573,00</para>
        <para>2018  								€ - 156.396,00</para>
        <para>Subtotaal  							€ - 220.969,00</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdiensten export voertuigen 	 				€     24.165,00</para>
        <para>Totaal wederrechtelijk voordeel					€ - 196.804,00</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [vennootschap 2]
          </emphasis>
        </para>
        <para>Als uitgangspunt voor de vaststelling van het wederrechtelijk voordeel verkregen binnen de vennootschap [vennootschap 2] , baseert de rechtbank zich op de eenvoudige kasopstelling zoals opgenomen in de ontnemingsrapportage inzake [vennootschap 2] .<footnote-ref linkend="_036c8de6-6a3d-48fe-b510-c4260a4b6123" /> Deze is tot stand gekomen op basis van het verschil tussen de legale contante inkomsten en contante uitgaven van [vennootschap 2] in de periode 1 januari 2019 tot en met september 2019. De rechtbank neemt daarbij tevens in aanmerking dat [veroordeelde] heeft verklaard dat het contante geld dat in de periode van 12 januari 2019 tot en met 26 juli 2019 is opgenomen, uitgegeven is aan diesel en kosten onderweg.<footnote-ref linkend="_89a78752-de27-47df-bdc4-13ad9368e6ae" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Kasopstelling [vennootschap 2]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2019 tot en met september</emphasis>
        </para>
        <para>Contante geldopnames rekening [bankrekeningnummer 2]  	€   50.656,00</para>
        <para>Contante uitgaven voor bedrijfsmiddelen  			€   50.656,00</para>
        <para>Contante stortingen rekening [bankrekeningnummer 2]  		€   22.255,00</para>
        <para>Feitelijke contante uitgaven 					€   22.255,00</para>
        <para>(on)verklaarbaar vermogen 					€ - 22.255,00</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op (€ 196.804,- + € 22.255,- =) € 219.059,-. Niet aannemelijk is geworden dat aan de uitgaven een legale bron van inkomsten ten grondslag ligt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel</title>
    <para>De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat de maatregel ter ontneming van het wederrechtelijk voordeel moet worden opgelegd en stelt de omvang van het totale wederrechtelijk verkregen voordeel vast op een bedrag van € 219.059,-. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel heeft als uitgangpunt te gelden dat bij de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden uitgegaan van het voordeel dat een betrokkene in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft behaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In beide ontnemingsrapportages wordt telkens voorgesteld het wederrechtelijk verkregen voordeel hoofdelijk toe te rekenen aan [veroordeelde] en [medeveroordeelde] . De officier van justitie heeft op de zitting het standpunt ingenomen dat het wederrechtelijk voordeel pondspondsgewijs moet worden toegerekend aan [veroordeelde] en [medeveroordeelde] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat het naar aanleiding van de vordering en het onderzoek ter terechtzitting aannemelijk is geworden dat [veroordeelde] en [medeveroordeelde] beiden hebben geprofiteerd van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Wat betreft de verdeling van het totaal aan wederrechtelijk verkregen voordeel overweegt de rechtbank het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens het proces-verbaal van de zitting van de behandeling van de onderliggende strafzaak heeft [veroordeelde] verklaard dat hij optrad als feitelijk leidinggevende van [vennootschap 1] en dat hij binnen [vennootschap 1] en (het later opgerichte) [vennootschap 2] verantwoordelijk was voor zowel de planning en het personeel. Daarnaast heeft hij verklaard dat [medeveroordeelde] de boekhouding en administratie van beide ondernemingen deed. [medeveroordeelde] heeft deze rolverdeling bevestigd. [medeveroordeelde] heeft ook verklaard dat de reden dat de vennootschap [vennootschap 1] op haar naam stond was gelegen in een eerder faillissement van [veroordeelde] .</para>
      <para>Daarnaast hebben zowel [veroordeelde] als [medeveroordeelde] verklaard dat ze beiden contante geldbedragen op bankrekeningen hebben gestort maar dat [veroordeelde] altijd degene was die bepaalde welk contant geldbedrag op welke bankrekening moest worden gestort.<footnote-ref linkend="_ee9e8250-af94-41c4-9ac4-16b77aefe982" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank leidt hieruit af dat het [veroordeelde] is geweest die in meerdere mate dan [medeveroordeelde] de zeggenschap heeft gehad over beide vennootschappen. Gelet op de hiervoor vermelde rolverdeling tussen [veroordeelde] en [medeveroordeelde] is de rechtbank van oordeel dat aan [veroordeelde] een groter gedeelte van het totale wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden toegerekend. Dit gedeelte wordt door de rechtbank vastgesteld op 2/3e van het totaalbedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit leidt ertoe dat de rechtbank het door [veroordeelde] wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelt op een bedrag van <emphasis role="bold">€ 146.038,-</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat vooralsnog niet aannemelijk is geworden dat veroordeelde nu en in de toekomst over onvoldoende financiële draagkracht zal beschikken om aan een hem op te leggen betalingsverplichting te voldoen. Ook overigens is niet gebleken van feiten en omstandigheden, op grond waarvan het door veroordeelde te betalen bedrag lager zou moeten worden vastgesteld dan op het bedrag van het geschatte voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal gelet op het vorenstaande het door veroordeelde te betalen bedrag vaststellen op <emphasis role="bold">€ 146.038,-</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wettelijke bepaling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk voordeel wordt geschat, vast op <emphasis role="bold">€ 146.038,-</emphasis> (honderdzesenveertigduizend en achtendertig euro). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt aan [veroordeelde] op de verplichting tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van <emphasis role="bold">€ 146.038,-</emphasis> (honderdzesenveertigduizend en achtendertig euro), ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</emphasis>
      </para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. M. Hoendervoogt, voorzitter, </para>
      <para>mr. M. Mateman en mr. G.D. Kleijne, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.C. ten Klooster,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 december 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_9858b3f5-0828-49c0-811e-941c9cff0094" label="1">
    <para>De hierna door de rechtbank in de voetnoten als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_53ea67f4-7f98-41ef-b8f2-3b7aece92dd6" label="2">
    <para> Ontnemingsrapportage contra [vennootschap 1] d.d. 17 december 2020, p. 21.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c05e34b6-30ad-49b4-9c3e-ef4ea16cb6be" label="3">
    <para> Ontnemingsrapportage contra [vennootschap 1] d.d. 17 december 2020, p. 12.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_036c8de6-6a3d-48fe-b510-c4260a4b6123" label="4">
    <para> Ontnemingsrapportage contra [vennootschap 2] d.d. 5 januari 2021, p. 13.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_89a78752-de27-47df-bdc4-13ad9368e6ae" label="5">
    <para> Ontnemingsrapportage contra [vennootschap 2] d.d. 5 januari 2021, p. 9.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ee9e8250-af94-41c4-9ac4-16b77aefe982" label="6">
    <para> Proces-verbaal ter terechtzitting van 25 april 2022.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>