<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:11147</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-14T14:59:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-009251</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:11147">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:11147</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-14T14:57:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:11147 Rechtbank Noord-Holland , 28-11-2022 / 22-009251</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:11147:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing vergoeding voor immateriële schade wegens onrechtmatig beslag – gilet met colors van motorclub Hells Angels.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:11147:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-HOLLAND</title>
    <para>Strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer	: 15/059829-21</para>
      <para>raadkamernummer	: 22-009251</para>
      <para>datum	: 28 november 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verzoeker],</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] te '[geboorteplaats],</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres]</para>
      <para>, </para>
      <para>woonplaats kiezend op het kantoor van mr. E. van de Pol, advocaat te Diemen (Verrijn </para>
      <para>Stuartweg 1, 1112 AW Diemen).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para>De officier van justitie heeft beslist de verzoeker niet verder te vervolgen en heeft dat bij brief van 18 januari 2022 aan de verzoeker meegedeeld. Deze beslissing is onherroepelijk geworden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 29 maart 2022 is het door de verzoeker ingediende klaagschrift gegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>Het verzoekschrift is op 19 april 2022 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 28 november 2022 het verzoekschrift in openbare raadkamer behandeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de verzoeker, de advocaat, mr. E. van de Pol en de officier van justitie op zitting gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek</title>
    <para>Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding van in totaal € 8.579,73 wegens:</para>
    <para>- € 94,62 wegens reiskosten; </para>
    <para>- € 2.955,11 wegens kosten rechtsbijstand;</para>
    <para>- € 4.850,00 wegens immateriële schade voor onrechtmatig beslag; </para>
    <para>- € 680,00 wegens opstelling, indiening en behandeling van onderhavig verzoekschrift.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In raadkamer heeft de raadsman in aanvulling op het verzoekschrift aangevoerd dat het beslag op het gilet – met colors van motorclub Hells Angels – onrechtmatig was. De verzoeker is het gilet 485 dagen kwijt geweest. Analoog aan de mogelijkheid tot schadevergoeding voor het ondergaan van voorlopige hechtenis – ex. artikel 533 Sv – of het inhouden van het rijbewijs – ex. artikel 164 Wegenverkeerswet 1994 – verzoekt de raadsman een vergoeding van € 10,00 per dag toe te wijzen voor het aantal dagen dat de verzoeker niet heeft kunnen beschikken over het gilet. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt van het Openbaar Ministerie</title>
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevraagde vergoeding voor reiskosten en kosten voor rechtsbijstand kunnen worden toegewezen.  </para>
      <para>De officier van justitie verzet zich tegen het toekennen van de gevraagde vergoeding voor het niet kunnen beschikken over het gilet. Er bestaat geen wettelijke grondslag voor vergoeding van immateriële schade. Daarnaast is de geleden schade van de verzoeker niet met stukken onderbouwd.</para>
      <para>De officier van justitie stelt zich tevens op het standpunt dat het voor het Openbaar Ministerie niet voorzienbaar was dat het onderhavige artikel – artikel 2:50a van de APV Haarlem – door de Hoge Raad onverbindend verklaard zou worden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>De rechtbank is bevoegd en het verzoek is tijdig ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De strafzaak tegen de verzoeker is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel door de kennisgeving van de officier van justitie dat de zaak geseponeerd is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De toekenning van een schadevergoeding heeft steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Met betrekking tot de reiskosten</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank zal een vergoeding toekennen voor de reiskosten. De opgegeven kosten worden in het verzoekschrift onderbouwd. De gevraagde vergoeding van in totaal € 94,62 wegens gemaakte reiskosten zal dan ook worden toegekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Met betrekking tot de kosten van rechtsbijstand</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank zal een vergoeding toekennen voor de kosten van de raadsman. De opgegeven kosten worden onderbouwd door de overgelegde urenspecificatie en declaratie. De gevraagde vergoeding van in totaal € 2.955,11 wegens gemaakte rechtsbijstandskosten zal dan ook worden toegekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Met betrekking tot de immateriële schade voor onrechtmatig beslag</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank zal de vergoeding voor immateriële schade wegens onrechtmatig beslag afwijzen. Gelet op artikel 530 Sv in combinatie met artikel 529, vijfde lid Sv is het mogelijk om voor een klaagschriftprocedure als bedoeld in artikel 552a Sv een schadevergoeding te vragen, mits deze procedure is geëindigd in een gegrondverklaring. </para>
      <para>Artikel 530, tweede lid Sv, beschrijft waarvoor een vergoeding kan worden toegekend, voor zover hier van belang: <emphasis role="italic">voor de schade welke hij tengevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting </emphasis><emphasis role="bold italic">werkelijk </emphasis><emphasis role="italic">heeft geleden</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat er geen wettelijke grondslag bestaat om immateriële schade vergoed te krijgen voor het inbeslaggenomen motorhesje. Anders dan de verdediging ziet de rechtbank geen aanleiding voor een analoge toepassing van artikel 533 Sv of artikel 164 Wegenverkeerswet 1994. Uit deze artikelen volgt dat de wetgever de immateriële schadevergoeding slechts in bepaalde gevallen mogelijk heeft willen maken. Naar de onmiskenbare bedoeling van de wetgever zijn deze artikelen niet van toepassing verklaard op een klaagschriftprocedure als bedoeld in artikel 552a Sv. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Met betrekking tot de forfaitaire vergoeding</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank zal het gebruikelijke bedrag van € 680,00 toekennen voor de kosten van opstellen, indiening en behandeling van dit verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 3.729,73 (zegge: drieduizend zevenhonderdnegenentwintig euro en drieënzeventig cent). </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst het meer of anders verzochte af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door</para>
      <para>mr. J. van Beek,	rechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D. Koppe,	griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen daarna en voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING</title>
    <parablock>
      <para>De rechter beveelt de tenuitvoerlegging van vorenstaande beslissing als de zaak onherroepelijk is en de betaling ten laste van ’s Rijks kas door de griffier van deze rechtbank van een bedrag van € 3.729,73 (zegge: drieduizend zevenhonderdnegenentwintig euro en drieënzeventig cent), ten gunste van de verzoeker, door overmaking van voornoemd bedrag op rekeningnummer [rekeningnummer], ten name van stichting derdengelden van </para>
      <para>Stroobach &amp;  Dijkers  advocaten, onder vermelding van [verzoeker], kenmerk 20220083. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>