<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:10881</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-14T14:37:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9667220 en 9915133</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:10881">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:10881</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-14T14:35:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:10881 Rechtbank Noord-Holland , 07-12-2022 / 9667220 en 9915133</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:10881:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voormalige vennoten ontbonden v.o.f. hoofdelijk aansprakelijk voor geldlening. Tevens vrijwaringszaak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:10881:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 9667220 CV EXPL 22-694 (hoofdzaak) en 9915133 CV EXPL 22-3262 (vrijwaringszaak)</para>
      <para>Uitspraakdatum: 7 december 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>eiser</para>
      <para>verder te noemen: [eiser]</para>
      <para>gemachtigden: M.O. de Boer en mr. F.A. Rippen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">1. [gedaagde sub 1]</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>procederend in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">2 [gedaagde sub 2]</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>gemachtigde: mr. J. de Haan</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gedaagden  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">en in de vrijwaringszaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde sub 2]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>gemachtigde: mr. J. de Haan</para>
      <para>eiser </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde sub 1]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft bij dagvaardingen van 26 januari 2022 een vordering tegen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ingesteld. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] heeft op 4 februari 2022 schriftelijk geantwoord en de vordering erkend.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 2] heeft op 9 maart 2022 een incidentele conclusie tot vrijwaring genomen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft op 6 april 2022 een akte antwoord in incident genomen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Bij vonnis van de kantonrechter in het incident van 4 mei 2022 heeft de kantonrechter [gedaagde sub 2] toegestaan [gedaagde sub 1] te dagvaarden om op de eis in vrijwaring te antwoorden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Bij dagvaarding van 30 mei 2022 heeft [gedaagde sub 2] [gedaagde sub 1] in vrijwaring gedagvaard tegen 8 juni 2022.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] is niet verschenen waarna tegen hem verstek is verleend.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8.</nr>
      <para>Op 8 juni 2022 heeft [gedaagde sub 2] geantwoord in de hoofdzaak.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.9.</nr>
      <para>Op 20 juli 2022 heeft [eiser] een akte van repliek genomen in de hoofdzaak.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.10.</nr>
      <para>Op 14 september 2022 heeft [gedaagde sub 2] in de hoofdzaak een conclusie van dupliek genomen</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.11.</nr>
      <para>Op 12 oktober 2022 heeft [eiser] bij akte uitlating eiser gereageerd op de bij dupliek overgelegde productie.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.12.</nr>
      <para>Tenslotte is vonnis in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak (nader) bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] waren beiden vennoot in de vennootschap onder firma genaamd [de vof] .</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 28 maart 2019 is tussen [eiser] en [de vof] , vertegenwoordigd door  [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] een overeenkomst van geldlening gesloten, waarbij [eiser] een bedrag van € 25.000,00 heeft uitgeleend. Krachtens de overeenkomst dienden de aflossingen en rentebetalingen steeds plaats te vinden op de 27e van de maand ingaande 27 september 2019. In artikel 8 van de overeenkomst van geldlening is bepaald dat alle uit hoofde van de lening verschuldigde bedragen direct opeisbaar zijn als de lener achter is met betalen en 14 dagen na sommatie per aangetekend schrijven nog niet heeft betaald wat hij diende te betalen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 30 juni 2021 hebben [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] de v.o.f. ontbonden en uitgeschreven uit het handelsregister.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De aflossing en rentebetaling van 27 oktober en 27 november 2021 zijn niet voldaan. Ook daarna is niets meer afgelost.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 7 december 2021 heeft [eiser] [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] per aangetekende post aangemaand voor deze aflossingen en rentebetalingen en hen in de gelegenheid gesteld binnen 17 dagen tot betaling over te gaan. Aangezegd is dat bij niet tijdige voldoening conform artikel 8 van de overeenkomst het volledige resterende bedrag van de lening opeisbaar zal zijn.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 2] heeft bij e-mail van 12 december 2021 aangegeven dat hij niet aansprakelijk is voor de vordering omdat de schuld is overgenomen door [gedaagde sub 1] .</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Op 13 december 2021 heeft [eiser] [gedaagde sub 2] laten weten dat het opheffen van de vennootschap onder firma niet inhoudt dat hij ontslagen is van zijn verplichtingen uit de geldleningsovereenkomst.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering in de hoofdzaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert dat de kantonrechter [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 13.090,98 verhoogd met de wettelijke rente over € 12.290,98 vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag der algehele voldoening met nevenvorderingen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in gebreke zijn gebleven met de tijdige en volledige betaling van de rente en aflossing van de geldlening waarvoor zij als voormalige vennoten van de v.o.f. [de vof] hoofdelijk aansprakelijk zijn.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer in de hoofdzaak en de vordering in de vrijwaringszaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] heeft de vordering erkend. [gedaagde sub 2] betwist de vordering (gedeeltelijk). Hij voert aan – samengevat – dat bij de opheffing van de v.o.f. tussen hem en [gedaagde sub 1] is overeengekomen dat [gedaagde sub 1] de volledige restantschuld zou overnemen en dat [eiser] daarmee (mondeling) heeft ingestemd. Nadien heeft [gedaagde sub 2] zich jegens [gedaagde sub 1] bereid verklaard de helft van de nog openstaande schuld aan [eiser] tot een maximum van € 6.558,78 over te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>In de vrijwaringszaak vordert [gedaagde sub 2] om [gedaagde sub 1] bij het in de hoofdzaak uit te spreken vonnis gelijktijdig te veroordelen aan [gedaagde sub 2] te betalen al datgene waartoe hij als gedaagde sub 2 in de hoofdzaak bij dat vonnis op vordering van [eiser] zal worden veroordeeld met rente en (diverse) kosten, dat is voor zover die veroordeling meer bedraagt dan het bedrag van € 6.558,78 dat partijen ter zake op 8 november 2021 met elkaar waren overeengekomen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Voorts vordert [gedaagde sub 2] in de vrijwaringszaken veroordeling van [gedaagde sub 1] tot betaling van € 11.116,10 te vermeerderen met de daarover verschuldigde wettelijke handelsrente vanaf 8 juni 2022 tot aan de dag van algehele voldoening met veroordeling van [gedaagde sub 1] in de kosten van het geding in de hoofdzaak en in de vrijwaring. Aan deze vordering legt [gedaagde sub 2] ten grondslag dat hij na de beëindiging van de samenwerking een aantal bedragen heeft betaald en schulden heeft voldaan ten behoeve van [gedaagde sub 1] voor een totaalbedrag van € 2.758,51 en dat [gedaagde sub 1] in gevolge artikel 3.2. van de beëindigingsovereenkomst  d.d. 24 mei 2021 nog een bedrag van € 8.357,59 aan [gedaagde sub 2] is verschuldigd. Het totaal verschuldigde op grond hiervan bedraagt € 11.116,10.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] heeft niet op de vorderingen in de vrijwaringszaak gereageerd. Hem is verstek verleend. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In de hoofdzaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>In de hoofdzaak staat vast dat er sinds 27 oktober 2021 geen rente en aflossingen op de door [eiser] verstrekte lening hebben plaatsgevonden en dat de restant lening, vermeerderd met de vervallen rente, opeisbaar zijn geworden. Nu [gedaagde sub 1] de vordering heeft erkend, draait de zaak nog om de vraag of [eiser] er (mondeling) mee heeft ingestemd dat [gedaagde sub 1] de (aanvankelijk volledige) restschuld zou overnemen. Vast staat  dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] bij de ontbinding van de v.o.f. onderling waren overeengekomen dat [gedaagde sub 1] de lening zou overnemen. Dit is door de boekhouder [boekhouder] ook vastgelegd in een concept-overeenkomst die mede door [eiser] zou moeten worden ondertekend, hetgeen hij evenwel niet heeft gedaan. Dat [eiser] in het telefonisch contact op 25 mei 2021 tegen [gedaagde sub 2] zou hebben gezegd er begrip voor te hebben dat [gedaagde sub 2] uit de samenwerking met [gedaagde sub 1] wilde stappen en dat hij zou hebben gezegd er open voor te staan dat [gedaagde sub 2] eruit zou stappen, en dat dit dan ‘even’ op papier gezet moest worden, betekent niet dat [eiser] er mondeling mee heeft ingestemd dat de lening volledig op [gedaagde sub 1] zou overgaan. Nu dit door [eiser] met klem wordt ontkend en deze er terecht op wijst dat de weergave van het gesprek op 25 mei 2021door [gedaagde sub 2] in de conclusie van antwoord dat ook niet weergeeft, is de kantonrechter van oordeel dat niet vast is komen te staan dat [eiser] er mee heeft ingestemd dat [gedaagde sub 2] van zijn verplichtingen uit de overeenkomst van geldlening zou worden ontslagen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van [eiser] in de hoofdzaak zal toewijzen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] , omdat zij ongelijk krijgen. </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">In de vrijwaringszaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De vordering wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde sub 1] , omdat hij ongelijk krijgt. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing in de hoofdzaak	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk, des, dat de één betalende ook de ander zal zijn bevrijd, tot betaling aan [eiser] van € 13.090,98, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 12.290,98 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk, des, dat de één betalende ook de ander zal zijn bevrijd, tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiser] tot en met vandaag vaststelt op:</para>
        <para>dagvaarding	€            	250,06 (2 x € 125,03)</para>
        <para>griffierecht	€	693,00</para>
        <para>salaris gemachtigde	€	1.119,00;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>wijst de vordering voor het overige af.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing in de vrijwaringszaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>Veroordeelt [gedaagde sub 1] tot betaling aan [gedaagde sub 2] van al hetgeen waartoe [gedaagde sub 2] in de hoofdzaak is veroordeeld voor zover die veroordeling meer bedraagt dan € 6.558,78;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>Veroordeelt [gedaagde sub 1] tot betaling aan [gedaagde sub 2] van € 11.116,10 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 8 juni 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde sub 1] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [gedaagde sub 2] tot en met vandaag vaststelt op:</para>
        <para>dagvaarding	€            127,43</para>
        <para>griffierecht	€	244,00</para>
        <para>salaris gemachtigde	€	373,00;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.5.</nr>
      <parablock>
        <para>wijst de vordering voor het overige af.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>