<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:1081</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-07T11:26:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8904185</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:1081">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:1081</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-07T11:25:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:1081 Rechtbank Noord-Holland , 02-02-2022 / 8904185</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:1081:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaartzaak. Eén en dezelfde eindbestemming volgens artikel 8 lid 3 van Verordening (EG) nr. 261/2004. Geen recht op compensatie want de uiteindelijke vertraging is minder dan drie uur.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:1081:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 8904185 \ CV EXPL  20-10134</para>
      <para>Uitspraakdatum: 2 februari 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">AirHelp Limited </emphasis>
      </para>
      <para>statutair gevestigd te Hong Kong (China)</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>hierna te noemen AirHelp</para>
      <para>gemachtigde mr. D.E. Lof</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Turk Havayollari A.O. </emphasis>
      </para>
      <para>statutair gevestigd te Ankara (Turkije), mede kantoorhoudende te Schiphol </para>
      <para>hierna te noemen de vervoerder</para>
      <para>gemachtigde mr. H. Bulut-Yazir</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>AirHelp heeft bij dagvaarding van 13 november 2020 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>AirHelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. AirHelp heeft hierna nog een akte genomen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [De passagier] (nader te noemen: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagier diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Istanbul Havalimani Airport (Istanbul) naar Gazipasa Airport (Turkije) op 3 mei 2019. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De passagier is omgeboekt naar andere vluchten. De passagier is uiteindelijk om 20:35 uur aangekomen op de luchthaven van Antalya, met een vertraging van één uur en 30 minuten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De passagier heeft de vordering gecedeerd aan AirHelp.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met de vertraging. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>AirHelp vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:<?linebreak?>-	€ 400,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening; <?linebreak?>- 	de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>AirHelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vervoerder betwist de vordering. Daartoe voert hij aan dat de passagier volgens schema met vlucht TK 2594 om 19:05 uur in Gazipasa had moeten aankomen. De passagier is omgeboekt naar andere vluchten en met vlucht TK 7526 om 20:35 uur op de luchthaven  van Antalya aangekomen, één uur en 30 minuten later dan gepland. De luchthaven van Gazipasa en de luchthaven van Antalya vallen onder één regio, te weten Alanya. De uiteindelijke vertraging bedraagt niet meer dan drie uur, zodat er geen recht op compensatie bestaat.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Tussen partijen is in geschil of een andere luchthaven, te weten de luchthaven van Gazipasi (<emphasis role="italic">GZP</emphasis>) ten opzichte van de luchthaven Antalya (<emphasis role="italic">AYT</emphasis>), kan gelden als één en dezelfde eindbestemming in de zin van de Verordening. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>In artikel 2, sub h van de Verordening wordt het begrip ‘eindbestemming’ gedefinieerd als: de bestemming die vermeld staat op het bij de incheckbalie aangeboden ticket of, in geval van rechtstreeks aansluitende vluchten, de bestemming van de laatste vlucht. Op het ticket van de passagier staat als eindbestemming “Gazipasa (GZP)”. De vervoerder beroept zich op artikel 8 lid 3 van de Verordening waarin staat: <emphasis role="italic">“in het geval waarin een stad of regio wordt bediend door meerdere luchthavens, de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert een passagier een vlucht aanbiedt naar een andere luchthaven dan die waarvoor geboekt, draagt de luchtvaartmaatschappij de kosten van de reis van die andere luchthaven waarvoor was geboekt of naar een andere met de passagier overeengekomen nabijgelegen bestemming.”</emphasis> De vervoerder wijst in dit verband ook op de Richtsnoeren voor de interpretatie van de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad, waarin onder meer citerend het volgende staat: <emphasis role="italic">“een omgeleide vlucht waarmee een passagier uiteindelijk aankomt op een luchthaven die niet overeenstemt met de luchthaven die is aangegeven als eindbestemming volgens het oorspronkelijke reisplan van de passagier, moet op dezelfde wijze worden behandeld als een annulering, tenzij: (…) de luchthaven van aankomst en de luchthaven van de oorspronkelijke eindbestemming dezelfde stad of regio bedienen; in dat geval kan de vlucht uiteindelijk als vertraagd worden beschouwd. In dat geval is artikel 8, lid 3 naar analogie van toepassing”. </emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Met de vervoerder is de kantonrechter van oordeel dat indien een passagier is omgeboekt naar een andere luchthaven binnen dezelfde stad of regio, de luchthaven van de omgeboekte vlucht kan gelden als de eindbestemming van de passagier, in de zin van de Verordening. Uit artikel 8 lid 3 van de Verordening volgt immers dat het (enige) gevolg dat de Verordening verbindt aan het omboeken naar een andere vlucht maar naar dezelfde regio, is dat de luchtvaartmaatschappij de kosten van de passagier vergoedt met betrekking tot de reis naar de andere luchthaven of een andere overeengekomen bestemming. AirHelp betwist bij gebrek aan wetenschap dat de plaats Antalya onder de regio van Alanya valt. Voorts stelt AirHelp dat Gazipasi naast de plaats Alanya ligt. De vervoerder heeft het voorgaande gemotiveerd weersproken en heeft daartoe aangevoerd dat Turkije in zeven regio’s is onderverdeeld, waaronder de Middellandse Zeeregio. Antalya is de hoofdstad van deze regio en Alanya is een district in dezelfde regio, aldus de vervoerder. Naar oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder summier, maar voldoende onderbouwd dat de luchthaven van Gazipasi en de luchthaven van Antalya onder dezelfde regio vallen. Gesteld noch gebleken is waarom de passagier alsnog naar Gazipasa Airport moest afreizen, waar hij vervolgens met een vertraging van meer dan drie uur zou zijn aangekomen. Het ligt op de weg van AirHelp, onder deze omstandigheden, om nader te onderbouwen waarom toch sprake zou zijn geweest van een vertraging op de eindbestemming van meer dan 3 uur, hetgeen AirHelp heeft nagelaten. De enkele stelling dat de passagier met meer dan drie uur vertraging op zijn eindbestemming is aangekomen is in onderhavig geval onvoldoende om een langdurige vertraging op de eindbestemming aan te nemen. Dit geldt tevens voor een schatting van de aankomsttijd. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de vordering tot compensatie op grond van artikel 7 van de Verordening moet worden afgewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van AirHelp, omdat zij ongelijk krijgt.  </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 150,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad. <?linebreak?>Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>