<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:10608</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-04T09:30:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/333604 / JU RK 22-1687</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:10608">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:10608</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-16T12:50:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:10608 Rechtbank Noord-Holland , 16-11-2022 / C/15/333604 / JU RK 22-1687</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:10608:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De GI heeft verzocht de minderjarige voor de duur van de ondertoezichtstelling (nog vijf maanden) uit huis te plaatsen. Dat verzoek is als spoedbeslissing toegewezen voor de duur van vier weken zonder dat de belanghebbenden daarover zijn gehoord en voor het overige aangehouden. Aanleiding was dat de vader zich onvoorspelbaar gedraagt en dat de minderjarige niet meer naar huis durft. De spoedbeslissing wordt gehandhaafd en het verzoek wordt voor het overige toegewezen. De vader kan (ondanks aangeboden hulp) niet goed omgaan met de diabetes van de minderjarige en legt de schuld hiervan buiten zichzelf. Daarnaast valt de vader uit tegen het kind en tegen de hulpverlening.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:10608:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/15/333604 / JU RK 22-1687</para>
      <para>Datum uitspraak: 16 november 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een vervolg spoeduithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering</emphasis>, </para>
      <para>locatie Velserbroek, hierna te noemen: de GI,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de minderjarige]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [de minderjarige]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>kind van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>wonende te [plaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank merkt de vader als belanghebbende aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: </para>
        <para>- de beschikking spoeduithuisplaatsing van deze rechtbank van 9 november 2022 en de daarin genoemde stukken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 16 november 2022 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. </para>
        <para>Verschenen zijn: <?linebreak?>-	de vader, vertegenwoordigd door mr. I.M. Thieme. <?linebreak?>-	[vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] namens de GI;</para>
        <para>-	[de minderjarige] , die apart is gehoord.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de vader. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [de minderjarige] woont bij de vader. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij beschikking van de kinderrechter van 30 maart 2022 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling thans nog voortduurt tot 30 maart 2023. De beschikking is bekrachtigd bij beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van 13 september 2022.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De GI heeft op 21 juli 2022 een schriftelijke aanwijzing gegeven inhoudende dat de vader -kortgezegd- dient mee te werken met:</para>
      <para>- de wijkverpleging en het door hen op de diabetes van [de minderjarige] afgestemde behandelplan;</para>
      <para>- de ambulante opvoedondersteuning;</para>
      <para>- de inzet van een kindercoach voor [de minderjarige] ;</para>
      <para>- een structurele omgang tussen [de minderjarige] en de moeder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft op 9 november 2022 een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een pleeggezin en/of een 24-uurs setting met ingang van 9 november 2022 voor de duur van vier weken en heeft het verzoek voor het overige (te weten de uithuisplaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling) aangehouden. Daarbij is ook bepaald dat de GI, [de minderjarige] en de vader op de zitting van 16 november 2022 worden gehoord.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De GI heeft een (spoed)machtiging verzocht om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een pleeggezin en/of een 24-uurs setting voor de duur van de ondertoezichtstelling. Dat verzoek is als spoedbeslissing toegewezen voor de duur van vier weken zonder dat de belanghebbenden daarover zijn gehoord en voor het overige aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De GI heeft aan dit verzoek ten gelegd dat de veiligheid van [de minderjarige] thuis niet gewaarborgd is. De GI heeft in samenwerking met het Rode Kruis Ziekenhuis Kinderthuiszorg ingezet om de vader en [de minderjarige] te helpen om te gaan met de diabetes van [de minderjarige] . Kinderthuiszorg is gestopt met het leveren van zorg omdat de medewerkers zich onveilig voelden bij de vader thuis. De GI heeft naar aanleiding van het verslag van Kinderthuiszorg Ambulante Spoedhulp (ASH) ingezet om een uithuisplaatsing te voorkomen. De GI ziet dat de vader (sindsdien) stapjes zet en zijn best doet. Zo heeft de vader na de aankondiging van de inzet van ASH zijn hele huis opgeruimd. Ook lijkt de vader meer gezonde dingen te kopen voor de diabetes van [de minderjarige] maar [de minderjarige] neemt nog geregeld niet de juiste voeding mee naar school. De vader zegt dan dat [de minderjarige] niets meeneemt naar school en [de minderjarige] zegt dat er niks (geschikts) in huis is. De GI ziet dat de vader zijn best doet maar vaak onmachtig is om alles te onthouden, te organiseren, grenzen te stellen en de regie te nemen.</para>
        <para>Op 9 november 2022 heeft [de minderjarige] op school verteld dat ze niet meer naar huis durft. Ze weet niet in welke bui de vader is als ze thuiskomt en is bang vanwege zijn onvoorspelbare gedrag. [de minderjarige] kan er niet meer tegen dat de vader zo veel schreeuwt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De GI heeft ter zitting nog naar voren gebracht dat het de vader niet lukt om koolhydraten te berekenen terwijl dat heel belangrijk is voor [de minderjarige] . Elke maand dat dat zo blijft is een risico voor haar gezondheid. Als de uithuisplaatsing verlengd wordt krijgt [de minderjarige] de kans om haar bloedsuiker stabiel te houden. [de minderjarige] verblijft bij de vader in een kindonvriendelijke omgeving. Bij de moeder kan ze ook niet wonen. [de minderjarige] is nu op een plek waar ze kind kan zijn en de school ziet dat ze opbloeit. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van [de minderjarige] en de vader</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [de minderjarige] heeft verteld dat ze op een groep in [plaats] verblijft waar op dit moment nog één ander kind zit. Ze gaat naar haar eigen school. Het gaat goed in de groep maar thuis bij de vader thuis is wel haar plekje. Ze wil uiteindelijk weer naar huis, maar weet niet of ze dat nu al wil. [de minderjarige] heeft via WhatsApp contact met de vader.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De vader staat niet achter het verzoek van de GI. De vader geeft aan dat hij thuis heftig kan reageren omdat hij zich bedreigd voelt. Hij wil niet nog meer kinderen kwijt raken. [de minderjarige] wil vaak snoepen na het eten en dan kan hij boos worden. Hij herkent zich niet in het beeld dat hij onvoorspelbaar is in zijn gedrag maar staat wel open voor hulpverlening om zijn woede beter te beheersen. De vader doet zijn best om [de minderjarige] een gezonde maaltijd mee te geven naar school. Maar [de minderjarige] is een puber en wil alleen maar ongezonde dingen eten. De vader wil wel meewerken met de hulpverlening maar heeft moeite met de manier waarop de ondertoezichtstelling is gestart. De verstandhouding tussen de vader en [vertegenwoordiger van de GI] is niet goed en dat roept weerstand op. Er zijn meer instanties betrokken waardoor hij het ook niet goed overziet, maar hij volgt wel de adviezen op. Voor het geval de uithuisplaatsing wordt toegewezen, verzoekt de vader die in duur te beperken, bijvoorbeeld tot de kerstvakantie.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat de uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding, onderzoek van haar geestelijke toestand en onderzoek van haar lichamelijke toestand (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek). Dat betekent dat de beschikking van 9 november 2022 wordt gehandhaafd en dat het verzoek voor het overige wordt toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Daaraan legt de kinderrechter het volgende ter grondslag. De vader en [de minderjarige] missen elkaar, maar de vader kan [de minderjarige] op dit moment niet bieden wat zij nodig heeft. Hij gedraagt zich onvoorspelbaar en wordt vaak heel boos op haar, ook in bijzijn van anderen. Daarnaast kan de vader niet goed omgaan met de diabetes van [de minderjarige] . Het kan zo zijn dat [de minderjarige] daarin moeilijker te sturen is omdat zij een puber is, maar de verantwoordelijkheid voor een goed voedingspatroon ligt bij de vader en [de minderjarige] zal een stabiele bloedspiegel moeten krijgen. Uit de stukken en de houding van de vader op de zitting blijkt dat hij de schuld vooral buiten zichzelf legt, terwijl het belangrijk is dat hij erkent wat zijn tekortkomingen zijn zodat hij hieraan kan werken. De kinderrechter adviseert de vader met klem om hulpverlening te accepteren om te werken aan woedebeheersing. Ter zitting is nog de mogelijkheid besproken om de uithuisplaatsing voor een kortere periode toe te wijzen, maar de verwachting is dat de vader een langere periode nodig heeft om zijn thuissituatie voor [de minderjarige] te verbeteren. Als de GI ziet dat de vader al voor 30 maart 2023 de nodige stappen heeft gemaakt om de veiligheid van [de minderjarige] te waarborgen zal ze eerder naar huis kunnen. Dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst betekent niet dat [de minderjarige] en de vader geen contact met elkaar zullen hebben. [de minderjarige] en de vader hebben hier duidelijk behoefte aan. De GI zal kijken op welke wijze de vader en [de minderjarige] op korte termijn weer contact met elkaar kunnen hebben. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>verleent de machtiging uithuisplaatsing van:</para>
        <para>- [de minderjarige]</para>
        <para>in een voorziening voor pleegzorg en/of een 24-uurs setting met ingang van 16 november 2022 tot 30 maart 2023;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2022 door mr. E.C.M. van Mierlo, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.E.J. van Schie, als griffier.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 30 november 2022.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <para>- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
      <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.</para>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>