<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2022:10596</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-30T13:49:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15-086951-22 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:10596">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:10596</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-30T13:48:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:10596 Rechtbank Noord-Holland , 21-11-2022 / 15-086951-22 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2022:10596:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Beroving; zwaar lichamelijk letsel; pedojagen; eigenrichting; jeugddetentie</para>
        <para>Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een beroving met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. Medeverdachte heeft zich op internet voorgedaan als zeventien jarig meisje en heeft in deze hoedanigheid afgesproken met het slachtoffer om hem samen met de verdachte ‘aan te spreken’ op zijn veronderstelde pedofiele gedrag. Vervolgens is het slachtoffer geschopt, geslagen en beroofd door verdachte en de medeverdachte, met een gebroken kaak tot gevolg. Los van de omstandigheid dat geen sprake was van een strafbare gedraging door het slachtoffer, acht de rechtbank het zich bedienen van eigenrichting binnen ons rechtssysteem niet acceptabel. Mede gelet op de ernst van het feit komt de rechtbank, anders dan de eis van de officier van justitie, tot oplegging van voorwaardelijk jeugddetentie voor de duur van twee weken, met een proeftijd van één jaar. De rechtbank beoogt hiermee richting zowel verdachte als de samenleving duidelijk te maken dat eigenrichting onacceptabel is. Daarnaast veroordeelt de rechtbank verdachte tot het verrichten van 60 uren taakstraf in de vorm van een werkstraf, met aftrek van het voorarrest en een taakstraf in de vorm van een leerstraf voor de duur van 25 uren.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2022:10596:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Familie &amp; Jeugd</para>
    <para>Locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige kamer jeugdstrafzaken</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 15-086951-22 (P)</para>
      <para>Uitspraakdatum: 21 november 2022</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting met gesloten deuren van 7 november 2022 in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="bold smallcaps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres</para>
      <para>
        [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie</para>
      <para>
        [officier van justitie] en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M. Berbee, advocaat te Den Helder, de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) en het Leger des Heils Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: LdH J&amp;R) naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Tenlastelegging </title>
    <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 25 februari 2022 te Schagen, op de openbare weg, te weten op/bij het (NS-)station en/of op/aan het Schip, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, 3</para>
      <para>althans alleen, een mobiele telefoon en/of een fles drank (Whisky) en/of een hoeveelheid wiet en/of een oplader en/of een koptelefoon (Bose) en/of een tas, in elk geval enig(e) goed(eren), dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door<?linebreak?>- tegen die [benadeelde partij] te zeggen dat hij een pedo was en/of dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) chatgesprekken en/of foto’s zou(den) doorsturen en/of<?linebreak?>- tegen die [benadeelde partij] te zeggen dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s), geld wilde(n) hebben en/of dat die [benadeelde partij] geld moest overmaken en/of<?linebreak?>- (daarbij) een mes te tonen en/of<?linebreak?>- die [benadeelde partij] een of meermalen in/tegen het gezicht, althans het lichaam, te slaan en/of te stompen en/of<?linebreak?>- die [benadeelde partij] een of meermalen op/tegen het lichaam te schoppen en/of te trappen</para>
      <para>ten gevolge waarvan die [benadeelde partij] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Voorvragen</title>
    <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft zich wat de bewezenverklaring betreft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">3.3.1.Redengevende feiten en omstandigheden</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn opgenomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Bewijsoverweging zwaar lichamelijk letsel</emphasis>
          </para>
          <para>Het door verdachte en de medeverdachte aan het slachtoffer toegebrachte letsel kan, naar het oordeel van de rechtbank, worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. Hiertoe neemt de rechtbank het volgende in overweging. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het staat de rechtbank vrij om buiten de in artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht opgesomde gevallen lichamelijk letsel als zwaar aan te merken wanneer het aangebrachte letsel naar gewoon spraakgebruik als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt. Bij de beantwoording van de vraag of letsel als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt, is van belang: de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en/of het uitzicht op (volledig) herstel.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte en de medeverdachte hebben fors geweld gebruikt bij het beroven van het slachtoffer. Het slachtoffer is onder andere meerdere keren in zijn gezicht gestompt. Het slachtoffer is na de beroving in het ziekenhuis onderzocht. Uit de medische verklaring van 5 juli 2022 (aparte bijlage in het dossier) blijkt dat bij het slachtoffer twee botbreuken in het aangezicht zijn geconstateerd: een breuk in zijn onderkaak (links) en een breuk in zijn jukbeen (links). Uit de medische verklaring blijkt onder meer dat voor de breuk in het jukbeen een medische ingreep noodzakelijk is. Het slachtoffer is op 2 maart 2022 geopereerd aan deze breuk, waarna hij 4 tot 6 weken slechts zacht voedsel mocht eten. Uit de medische verklaring blijkt verder dat er aanwijzingen zijn voor zenuwletsel aan een zenuw in het aangedane gebied (het linker aangezicht). De verwachting is dat dit traag maar volledig zal herstellen, maar dat is niet zeker. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gelet op de ernst van het letsel en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer, de noodzaak van medisch ingrijpen en de onzekerheid voor het slachtoffer of volledig herstel van het zenuwletsel zal volgen, is de rechtbank van oordeel dat het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel kan worden bewezen. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij op 25 februari 2022 te Schagen, op de openbare weg, te weten bij het (NS-)station en  het Schip, tezamen en in vereniging met een ander,  een mobiele telefoon en een fles drank (Whisky) en een hoeveelheid wiet en een oplader en een koptelefoon (Bose) en/een tas, toebehorende aan [benadeelde partij] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij] , </para>
        <para>gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door<?linebreak?>- tegen die [benadeelde partij] te zeggen dat hij een pedo was en dat hij, verdachte en zijn mededader chatgesprekken en foto’s zouden doorsturen en<?linebreak?>- tegen die [benadeelde partij] te zeggen dat hij, verdachte en zijn mededaders geld wilden hebben en dat die [benadeelde partij] geld moest overmaken en<?linebreak?>- daarbij een mes te tonen en<?linebreak?>- die [benadeelde partij] meermalen in het gezicht,  te slaan en te stompen en<?linebreak?>- die [benadeelde partij] meermalen tegen het lichaam te schoppen <?linebreak?>ten gevolge waarvan die [benadeelde partij] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Kwalificatie en strafbaarheid van het feit</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert op: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>Motivering van de sancties</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een leerstraf van 25 uren (Tools4U verlengd) en een werkstraf voor de duur van 60 uren met aftrek van het voorarrest, bij niet verrichten te vervangen door 30 dagen jeugddetentie.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft zich aangesloten bij het strafadvies van de Raad en de eis van de officier.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, en door de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernst van het feit</emphasis>
        </para>
        <para>In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan diefstal met geweld aan de openbare weg met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. De medeverdachte heeft zich voorgedaan als minderjarig meisje en is in die hoedanigheid een chatgesprek begonnen met het slachtoffer. De medeverdachte heeft het slachtoffer naar de afgesproken plek gelokt om hem samen met de verdachte aan te spreken over het feit dat hij met een minderjarig meisje wilde afspreken. Het slachtoffer is vervolgens uitgescholden voor pedofiel en de medeverdachte heeft een mes getoond aan het slachtoffer, waarbij is gezegd dat hij geld moest overmaken. Vervolgens is het slachtoffer met (bedreiging van) geweld beroofd door verdachte en zijn mededader. Medeverdachte heeft daarbij het initiatief genomen tot het afnemen van de spullen en heeft als eerste fysiek geweld gebruikt, maar ook verdachte heeft het slachtoffer geslagen en geschopt. Het slachtoffer heeft als gevolg van het door verdachte en de medeverdachte gebruikte geweld zwaar lichamelijk letsel opgelopen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte verklaart dat hij en zijn mededader het slachtoffer wilden confronteren met zijn gedrag en hem wilden laten weten dat het niet goed was dat hij had afgesproken met een minderjarig meisje. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij samen met de medeverdachte het slachtoffer heeft misleid met de bedoeling voor eigen rechter te gaan spelen en vervolgens het slachtoffer, die door zijn kwetsbare positie mogelijk niet snel naar de politie zou gaan, heeft beroofd. Nog los van de omstandigheid dat geen sprake was van een strafbare gedraging door het slachtoffer acht de rechtbank het zich bedienen van eigenrichting binnen ons rechtssysteem niet acceptabel, juist omdat daarin officiële instanties zijn aangewezen om strafbare feiten op te sporen en te vervolgen, met de daarbij behorende rechtswaarborgen. Omdat die waarborgen bij eigenrichting ontbreken is er een groot risico op fouten en extreme uitwassen, wat in deze zaak ook gebeurd is. Wanneer niet stevig wordt opgetreden tegen eigenrichting is uiteindelijk chaos het gevolg en delft de rechtsstaat het onderspit. </para>
        <para>Verder heeft verdachte kennelijk niet stilgestaan bij de ingrijpende gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer. Het gemak waarmee het plan van verdachte is veranderd van het aanspreken van het slachtoffer op zijn gedrag naar een beroving met geweld met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg is zorgelijk. Daar komt bij dat het feit, zeker nu dit in het openbaar en in aanwezigheid van anderen heeft plaatsgevonden, ook in de samenleving gevoelens van onrust en onveiligheid veroorzaakt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoon van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd </para>
      <para>4 juni 2022, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten;</para>
      <para />
      <para />
      <para>- het over verdachte uitgebrachte voorlichtingsadvies, gedateerd 1 november 2022, van </para>
      <para>
        [raadsonderzoeker] , als raadsonderzoeker verbonden aan de Raad. Dit advies houdt onder meer het volgende in:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De Raad adviseert verdachte te veroordelen tot een taakstraf, bestaande uit een (deels) voorwaardelijke werkstraf en een leerstraf, te weten de gedragsinterventie Tools4U (regulier). De Raad maakt zich weinig zorgen over het functioneren van verdachte. Verdachte is goed in contact met zijn ouders en houdt zich goed aan regels en afspraken. Verdachte heeft zijn mbo-diploma gehaald, heeft momenteel een tussenjaar en werkt vier dagen per week. Verdachte heeft geen georganiseerde vrijetijdsbesteding en lijkt zijn vrije tijd veelal thuis door te brengen. Een punt van zorg is zijn middelengebruik in de vorm van blowen. Het algemeen recidiverisico (gebaseerd op het politiedossier) is hoog en het dynamisch risicoprofiel (gebaseerd op de uitkomsten vanuit het onderzoek door de Raad), is (heel) laag. Dit betekent dat er vrijwel geen criminogene factoren in het leven van verdachte zijn die de kans op herhaling van zijn delictgedrag vergroten. Impulsief gedrag waarbij verdachte in het geheel niet nagedacht lijkt te hebben over de gevolgen voor het slachtoffer en voor hemzelf, lijken factoren te zijn geweest voor het (delict)gedrag. Ook toen hij daadwerkelijk in de situatie terecht kwam, was verdachte niet in staat om daar afstand van te nemen en raakte hij betrokken bij een situatie waarbij geweld werd gebruikt. Gelet op het gebrek aan vaardigheden om zijn gevoelens te uiten, acht de Raad een taakstraf in de vorm van een leerstraf Tools4U geïndiceerd. De Raad merkt daarbij op dat verdachte zich goed aan zijn schorsende voorwaarden heeft gehouden en dat verdachte daarmee heeft aangetoond verantwoordelijkheid te nemen voor zijn delictgedrag.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [naam] heeft ter terechtzitting voornoemd advies toegelicht en enigszins aangepast. De Raad adviseert een (deels) voorwaardelijke werkstraf en een leerstraf, te weten de gedragsinterventie Tools4U (verlengd). De Raad heeft ter zitting toegevoegd dat het duidelijk is dat verdachte goed doordrongen is van zijn misstap en dat wordt gezien dat verdachte veel spijt heeft. Er bestaat een duidelijke hulpvraag binnen het gezin, namelijk dat verdachte moeite heeft zich te uiten. Bij de gedragsinterventie Tools4U (verlengd) worden ook de ouders van verdachte betrokken, waardoor zij voor de toekomst kunnen terugvallen op wat er tijdens de interventie aan verdachte wordt geleerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter zitting is namens het LdH J&amp;J aangegeven dat zij achter het advies van de Raad staat. Verdachte heeft zich goed aan de schorsende voorwaarden gehouden en het LdH J&amp;J ziet dat de ouders erg betrokken zijn. Er bestaan wel zorgen over de gemoedstoestand van verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank neemt bij het bepalen van de straf de oriëntatiepunten van het LOVS als uitgangspunt. Het oriëntatiepunt voor een diefstal met geweld bedraagt minimaal 60 uur werkstraf dan wel (dienovereenkomstig) één maand jeugddetentie, waarbij iedere strafverzwarende omstandigheid, zoals de bedreiging met een wapen en de aard en ernst van het letsel, in beginsel telt voor 60 uur werkstraf dan wel (dienovereenkomstig) één maand jeugddetentie. Verder heeft de rechtbank acht geslagen op het taakstrafverbod (artikel 77ma Sr), omdat het bewezenverklaarde feit een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ten gevolge heeft gehad en artikel 312 lid 2 sub 4 Sr een maximumstraf van meer dan zes jaren kent. </para>
        <para>De rechtbank heeft in het voordeel van verdachte mee laten wegen dat het overwegend goed met hem gaat, dat hij zich gedurende lange tijd goed aan zijn schorsende voorwaarden heeft gehouden, dat hij open is geweest tijdens zijn verhoren en ter terechtzitting en dat hij spijt heeft betuigd. Daarnaast overweegt de rechtbank dat verdachte niet de initiatiefnemer is geweest in zowel het contact leggen met het slachtoffer als gedurende het delict. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De op te leggen straf </emphasis>
        </para>
        <para>Alles afwegende is de rechtbank, gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het feit is begaan, in afwijking van de eis van de officier van justitie van oordeel dat naast de op te leggen taakstraf ook een jeugddetentie van twee weken moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat deze jeugddetentie vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd van één jaar verbinden, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. De rechtbank beoogt hiermee naar zowel verdachte als de samenleving toe duidelijk te maken dat eigenrichting onacceptabel is. In die zin doet de door de officier van justitie gevorderde straf onvoldoende recht aan de ernst van het feit. Omdat verdachte zich nadien langdurig aan de schorsende voorwaarden heeft gehouden, acht de rechtbank een proeftijd van één jaar toereikend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf op in de vorm van een werkstraf voor de duur van 60 uren met aftrek van het voorarrest, bij niet verrichten te vervangen door 30 dagen jeugddetentie en een taakstraf in de vorm van een leerstraf voor de duur van 25 uren, te weten de gedragsinterventie Tools4U (verlengd), bij niet verrichten te vervangen door 12 dagen jeugddetentie. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <parablock>
      <para>De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:</para>
      <para>Artikelen 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 312 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat het bewezen verklaarde het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van <emphasis role="bold">twee weken</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat deze jeugddetentie <emphasis role="bold">niet</emphasis> ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van één jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt als algemene voorwaarde dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot het verrichten van <emphasis role="bold">25 (vijfentwintig) uren </emphasis>taakstraf in de vorm van een leerstraf, te weten de gedragsinterventie Tools4U (verlengd), bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door <emphasis role="bold">12 (twaalf) dagen</emphasis> jeugddetentie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot het verrichten van <emphasis role="bold">60 (zestig) uren</emphasis> taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door <emphasis role="bold">30 (dertig) dagen</emphasis> jeugddetentie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht, met dien verstande dat voor elke dag die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht twee uren taakstraf, subsidiair één dag jeugddetentie, in mindering worden gebracht, in totaal 6 uren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">beslissing over voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
      <para>Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</emphasis>
      </para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. G. Drenth, voorzitter, tevens kinderrechter,</para>
      <para>mr. W.C. Oosterbroek, tevens kinderrechter en mr. T. Fuchs, rechter, </para>
      <para>in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.E. Bos,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 november 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat ten aanzien van het bewezenverklaarde feit sprake is van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Daarom zal voor dit feit worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen op grond waarvan de rechtbank tot een bewezenverklaring is gekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna vermelde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 7 november 2022 afgelegd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij] van 26 februari 2022 (procesdossier, paginanummers 22 t/m 30);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] van 6 april 2022 (procesdossier, paginanummers 129 t/m 137);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 4°, Wetboek van Strafvordering, gedateerd 5 juli 2022, inhoudende een verslag van [forensisch arts] , forensisch arts bij de GGD, met betrekking tot het letsel van [benadeelde partij] (aanvullend stuk).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>