<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2021:9492</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T18:36:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/320062 / FA RK 21-4328</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PFR-Updates.nl 2021-0250</rdf:li>
          <rdf:li>FJR 2022/44.37</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:9492">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:9492</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-01T13:55:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:9492 Rechtbank Noord-Holland , 27-10-2021 / C/15/320062 / FA RK 21-4328</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2021:9492:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Moeder vraagt vervangende toestemming voor het aanvragen van paspoorten voor twee kinderen en voor reizen naar Libië of Egypte in de kerstvakantie. De  vervangende toestemming voor het aanvragen van paspoorten wordt verleend. Gelet op het negatieve reisadvies van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor Libië (code rood) en de veiligheidssituatie in dat land, wordt geen toestemming gegeven voor een reis naar Libië. De vervangende toestemming voor een reis naar Egypte wordt wel verleend, onder de voorwaarde dat er op de datum van vertrek geen quarantaineplicht geldt als de moeder en de minderjarigen met een negatieve test kunnen aantonen dat zij niet besmet zijn met het virus of dat een vaccinatiebewijs wordt geaccepteerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2021:9492:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Familie en Jeugd</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rekestnr.: C/15/320062 / FA RK 21-4328</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 27 oktober 2021. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder, </para>
      <para>advocaat mr. L.J.P. Mentink, kantoorhoudende te Alkmaar,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>advocaat mr. S. Kuijs, kantoorhoudende te Heiloo.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoek, met bijlagen, van de moeder, ingekomen op 6 september 2021;</para>
      <para>- het verweer, van de vader, ingekomen op 5 oktober 2021. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 13 oktober 2021 in aanwezigheid van de moeder, bijgestaan door mr. L.J.P. Mentink, en namens de vader mr. S. Kuijs. De vader was niet ter zitting aanwezig. Ten behoeve van de vrouw was [tolk] , tolk Arabisch aanwezig. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen zijn op [datum] in [plaats] , Libië, met elkaar gehuwd, welk huwelijk op [datum] is ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank van 26 oktober 2016.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De minderjarige kinderen van partijen zijn:</para>
      <para>- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ;</para>
      <para>- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] . </para>
      <para>De minderjarigen hebben de Nederlandse nationaliteit. De ouders zijn van rechtswege belast met het gezag over de minderjarigen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij de beschikking van 26 oktober 2016 is bepaald dat het ouderschapsplan dat door partijen op 1 augustus 2016 is ondertekend, deel uitmaakt van de beschikking. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het ouderschapsplan blijkt – voor zover hier relevant – het volgende: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">‘Artikel 2	Hoofdverblijf </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De kinderen zullen hun hoofdverblijf hebben bij de moeder. Indien nodig zal een wijziging van inschrijving in de Gemeentelijke Basisadministratie plaatsvinden. </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Artikel 4 	De zorgregeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gelet op de leeftijd van de kinderen zullen de ouders in overleg afspreken welke tijd de kinderen met zijn vader doorbrengen. Vader zal aanvankelijk de kinderen thuis bij de moeder bezoeken. Als de kinderen ouder zijn zullen partijen in onderling overleg mogelijk een andere regeling afspreken. </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ook de verdeling van de vakanties wordt tijdig in onderling overleg vastgesteld door de ouders met de kinderen, waarbij rekening wordt gehouden met de voorkeur van de kinderen. Gezien de (veranderende) leeftijd van de kinderen is het van belang dat de zorgregeling door beide ouders met flexibiliteit wordt gehanteerd. Buiten de gemaakte afspraken staat het de kinderen altijd vrij om (telefonisch dan wel persoonlijk) contact te hebben met de andere ouder dan de ouder waar hij verblijft.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Artikel 6	Geschillenregeling en evaluatie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">7. 1. De ouders spreken over de overige aangelegenheden: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. […]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. De moeder beheert het paspoort van de kinderen. Indien nodig zal zij het paspoort afgeven aan de andere ouder.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. De ouders spreken met elkaar af dat de kinderen niet zonder overleg langer dan drie weken in het buitenland verblijft. Indien de ene ouder met de kinderen elders verblijft voor bijvoorbeeld vakantie, dan in het gewone verblijf van die ouder, dan zal die ouder de andere ouder informeren over de tijdelijke verblijfplaats en zijn/haar bereikbaarheid..</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>In onderling overleg tussen partijen heeft de vader tweemaal per week omgang met de minderjarigen, waarbij hij ze om 14.00 uur ophaalt en hij ze na het eten terugbrengt. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De moeder heeft verzocht om, uitvoerbaar voorraad: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>vervangende toestemming te verlenen voor de aanvraag van een paspoort voor beide kinderen op grond van de Paspoortwet;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>vervangende toestemming te verlenen voor het maken van een reis gedurende drie weken in de periode van [datum] tot [datum] naar Libië of Egypte. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De moeder heeft – samengevat – het volgende gesteld. De moeder komt oorspronkelijk uit Libië. De vader komt oorspronkelijk uit Syrië, maar heeft lange tijd in Libië gewoond. De moeder wil graag met de minderjarigen naar Libië in de kerstvakantie. De ouders van de moeder hebben hun kleinkinderen nog nooit gezien. De moeder heeft ook nog vier broers in Libië en veel ooms en tantes, die zij graag zou willen zien en met wie zij de minderjarigen kennis wil laten maken. De vader weigert om toestemming te geven voor de aanvraag van de paspoorten van de minderjarigen en voor de vakantie van de moeder met de minderjarigen. De vader is bang dat de moeder dan met de minderjarigen in Libië blijft. De moeder wil zich echter niet in Libië vestigen. Haar leven bevindt zich in Nederland. Bovendien hebben zij en de minderjarigen de Nederlandse nationaliteit, waardoor zij zich ook niet zo maar in Libië kunnen vestigen. De moeder heeft aan de vader ook voorgesteld dat hij op de minderjarigen kan passen als zij naar Libië gaat, maar daar heeft de vader niet mee ingestemd. Op dit moment is het redelijk rustig in [plaats] , maar als de veiligheidssituatie verslechtert dan kan de moeder haar ouders in Egypte zien waar twee broers van de moeder wonen. De moeder heeft om een ruime periode verzocht, omdat zij zo goedkope tickets hoopt te krijgen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Verweer </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vader heeft daartegen gemotiveerd verweer gevoerd en heeft verzocht om de verzoeken van de moeder af te wijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De vader heeft – samengevat – aangevoerd dat hij de geplande vakantie van de moeder als wens en niet als noodzaak beschouwt. De vader heeft bezwaren tegen deze vakantie. De vader verwijst naar de website van het Ministerie van Buitenlandse zaken, waaruit blijkt dat Libië de code rood heeft. Het land is vanwege het coronavirus een hoog risicogebied en verder wordt vermeld dat er dagelijks gewapende incidenten plaatsvinden, er landmijnen liggen en er een hoge dreiging voor terroristisch geweld is door extremistische groeperingen. Vanwege de slechte veiligheidssituatie kan het ministerie van Buitenlandse Zaken geen hulp bieden in geval van problemen. De ambassade in Tripoli is al jaren gesloten en de vliegvelden worden regelmatig gesloten vanwege gevechten. </para>
        <para>Doordat het coronavirus in Libië niet onder controle is, zijn er beperkte medische faciliteiten en moet men bij aankomst in het land 14 dagen in quarantaine. Er geldt ook een avondklok. Volgens de vader zijn de minderjarigen niet gewend aan dergelijke omstandigheden en hij vindt het ook zeer onwenselijk om hen hieraan bloot te stellen. Daarbij vreest de vader dat de minderjarigen niet terug zullen keren, omdat de moeder besluit om in Libië te blijven of omdat de familie van de moeder niet zal toestaan dat zij terugreizen. Partijen zijn in 2014 zonder de toestemming van de familie van de moeder naar Nederland vertrokken. De vader verwijst naar een algemeen ambtsbericht Libië van juni 2020, waarin staat dat vrouwen zich bij reizen moeten laten begeleiden door mannelijke familieleden en dat zij toestemming nodig hebben (meestal van hun vader) om te kunnen reizen naar het buitenland. Volgens de vader zijn de minderjarigen extra kwetsbaar, omdat hij afkomstig is uit Syrië en de minderjarigen ook als zodanig worden beschouwd. De vader leeft van een bijstandsuitkering en beschikt over onvoldoende financiële middelen om juridische hulp in te schakelen in Libië als de minderjarigen niet terugkeren. Daar komt bij dat Libië geen partij is bij het Haags Kinderontvoeringsverdrag. Egypte is ook geen partij bij voornoemd verdrag. De vader heeft ook bezwaren tegen verblijf in Egypte van de minderjarigen. Ook kan via Egypte makkelijk worden doorgereisd naar Libië. Voorts merkt de vader op dat het verzoek breed geformuleerd is en dat de beoogde reis deels buiten de kerstvakantie valt. De vader vraagt zich af of hierover contact is geweest met de leerplichtambtenaar. Tot slot is het volgens de vader belastend voor de minderjarigen om de vaccinaties te moeten krijgen die nodig zijn voor een reis naar Libië. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 1:253a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek kunnen, in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag, geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt in dat geval een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank begrijpt dat het belangrijk is voor de moeder om haar familie te zien, nu zij hen sinds zij uit Libië is vertrokken niet meer heeft gezien en haar ouders ziek zijn. De rechtbank begrijpt ook dat de moeder wenst dat de minderjarigen haar kant van de familie leren kennen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de bezwaren die de vader heeft geuit tegen een vakantie van de minderjarigen in Libië echter gegrond. Libië is door het Ministerie van Buitenlandse zaken aangemerkt als risicogebied en heeft code rood, vanwege het coronavirus en de veiligheidssituatie in het land.  </para>
        <para>Er zouden dagelijks gewapende incidenten plaatsvinden, landmijnen liggen en er is een hoge dreiging voor terroristisch geweld door extremistische groeperingen. De rechtbank ziet niet in hoe de veiligheid van de minderjarigen zou zijn gewaarborgd doordat zij een Libisch uiterlijk hebben, zoals door de moeder ter zitting is betoogd. De veiligheidsrisico’s kunnen naar het oordeel van de rechtbank ook niet worden ondervangen door niet in Libië, maar in Caïro te landen en daarna met ander vervoer door te reizen, zoals de moeder voornemens is om te doen. Vanwege voornoemde veiligheidsrisico’s acht de rechtbank verblijf van de minderjarigen naar Libië niet in het belang van de minderjarigen. Het verzoek van de moeder tot vervangende toestemming voor een reis en verblijf in Libië zal dan ook worden afgewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de vervangende toestemming voor een vakantie in Egypte overweegt de rechtbank als volgt. Egypte is niet aangemerkt als risicogebied. De angst van de vader dat de moeder met de minderjarigen via Egypte zal doorreizen naar Libië en daar zal blijven acht de rechtbank niet reëel. De moeder heeft ter zitting met klem betwist zich in Libië te willen vestigen. Zij heeft verklaard dat haar toekomst en die van de minderjarigen in Nederland is. Bovendien zou de moeder in Libië naar eigen zeggen problemen ondervinden doordat zij en de minderjarigen alleen nog maar de Nederlandse nationaliteit hebben en omdat zij een gescheiden vrouw is. De moeder verwacht niet dat haar familie haar onder druk zal zetten om met de minderjarigen in Libië te blijven, als dit wel het geval is dan is zij daartegen opgewassen. </para>
        <para>Verder neemt de rechtbank in aanmerking dat de moeder de vader ook heeft aangeboden om alleen naar Libië te gaan en zij hem heeft gevraagd om de minderjarigen op te vangen. Gelet op het voorgaande is het naar het oordeel van de rechtbank niet bezwaarlijk dat Egypte niet is aangesloten bij het Haags Kinderontvoeringsverdrag. Nu het coronavirus een internationaal probleem betreft vormt dit geen belemmering voor toewijzing van het verzochte onder de voorwaarde dat er geen quarantaineplicht geldt als de moeder en de minderjarigen met een negatieve test kunnen aantonen dat zij niet besmet zijn met het virus of dat een vaccinatiebewijs wordt geaccepteerd. </para>
        <para>De rechtbank acht het in het belang van de minderjarigen om hun familie van moederskant te ontmoeten en zal vervangende toestemming verlenen voor verblijf met hun moeder in Egypte, zoals is verzocht. Nu de moeder ter zitting desgevraagd heeft verklaard dat zij de minderjarigen niet zonder toestemming van de school of de leerplichtambtenaar zal meenemen, ziet de rechtbank geen aanleiding om de door haar verleende toestemming te beperken tot de duur van de schoolvakantie. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Artikel 34 lid 2 juncto artikel 38 lid 2 van de Nederlandse Paspoortwet voorziet in de mogelijkheid, indien een van de personen die het gezag uitoefent weigert een verklaring van toestemming voor het aanvragen van een Nederlands paspoort af te geven, deze verklaring te vervangen door een verklaring van de kinderrechter, die een zodanige beslissing geeft als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>De minderjarigen hebben een paspoort nodig hebben voor de vakantie naar Egypte. Uit het ouderschapsplan vloeit voort dat de moeder de paspoorten van de minderjarigen beheert. Naar het oordeel van de rechtbank is er daarom geen belemmering voor het aanvragen van de paspoorten van de minderjarigen door de moeder, zodat de rechtbank voor het aanvragen daarvan eveneens vervangende toestemming zal verlenen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>bepaalt dat de verklaring ouderlijke toestemming van de vader voor het reizen naar en het verblijven in het buitenland ten behoeve van de minderjarigen:</para>
      <para>- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ;</para>
      <para>- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ; </para>
      <para>wordt vervangen door de toestemming van de rechtbank voor de periode van drie weken in de periode van 15 december 2021 tot 15 januari 2022 voor verblijf met hun moeder in Egypte, onder de voorwaarde dat er op de datum van vertrek geen quarantaineplicht geldt als de moeder en de minderjarigen met een negatieve test kunnen aantonen dat zij niet besmet zijn met het virus of dat een vaccinatiebewijs wordt geaccepteerd; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>bepaalt dat de verklaring van toestemming van de vader tot het aanvragen van een reisdocument (paspoort) ten behoeve van bovengenoemde minderjarigen wordt vervangen door de toestemming van de rechtbank;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. W.P. van der Haak, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.A. Lengyel als griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2021.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para>Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>