<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2021:8979</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-20T12:00:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/316291 / HA ZA 21-279</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_goederenrecht">Civiel recht; Goederenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:8979">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:8979</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-18T14:51:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:8979 Rechtbank Noord-Holland , 13-10-2021 / C/15/316291 / HA ZA 21-279</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2021:8979:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>(Voorwaardelijk) incident tot deelname derde partij en incident tot tussenkomst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2021:8979:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="8593881c-a868-4264-b2f1-cbd4fa5da14e" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="147110cb-4cd7-4f12-95a6-0bf764004d36" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/15/316291 / HA ZA 21-279</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in (voorwaardelijk) incident tot deelname derde partij en in het incident tot tussenkomst van 13 oktober 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiseres in conventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in (voorwaardelijke) reconventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het (voorwaardelijk) incident tot deelname derde partij,</para>
      <para>verweerster in het incident tot tussenkomst,</para>
      <para>advocaat mr. J. Koekkoek te Haarlem,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[gedaagde 2]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagden in conventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>eisers in (voorwaardelijke) reconventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>eisers in het (voorwaardelijk) incident tot deelname derde partij,</para>
      <para>verweerders in het incident tot tussenkomst,</para>
      <para>advocaat mr. D.W. Giltay Veth te Haarlem,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser tot tussenkomst] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 3] ( [land] )</para>
      <para>eiser in het incident tot tussenkomst,</para>
      <para>advocaat mr. J.H. van der Meulen te Joure.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiseres] , [gedaagden] . en [eiser tot tussenkomst] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 10 mei 2021; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte overlegging producties van 19 mei 2021 met productie 1 tot en met 9;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte overlegging producties tevens houdende vermeerdering van eis voor zover nodig van 16 juni 2021 met productie 10 tot en met 14;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijke conclusie van eis in reconventie alsmede (voorwaardelijk) verzoek deelname derde partij van [gedaagden] . met 8 producties (hierna: de conclusie van antwoord);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie in incident houdende vordering toelating tussenkomst ex artikel 218 Rv van [eiser tot tussenkomst] met 5 producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in het incident ex artikel 218 Rv van [gedaagden] .;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in incident artikel 218 Rv tevens akte tot referte van [eiseres] ; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de faxbrief van [eiseres] van 27 augustus 2021;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in het incident tot deelname derde partij van [eiseres] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in beide incidenten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] is eigenares van het perceel kadastraal bekend [gemeente] , [kadastraalnr. 1] en van het perceel kadastraal bekend [gemeente] , [kadastraalnr. 2] . Daarnaast is ze voor 3/4e eigenares van de haven gelegen te [plaats] , kadastraal bekend [gemeente] , [kadastraalnr. 3] (hierna: de Haven). De andere mede-eigenaren (voor 1/4e deel) van de Haven is het echtpaar [xxx] (hierna: [xxx] ). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagden] . is eigenaar van het perceel kadastraal bekend [gemeente] , [kadastraalnr. 4] en voor de onverdeelde helft van het pad gelegen op het kadastrale perceel [gemeente] , [kadastraalnr. 5] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiser tot tussenkomst] is eigenaar van het perceel kadastraal bekend [gemeente] , [kadastraalnr. 6] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De percelen zijn weergegeven op de onderstaande kaart:</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kaart verwijdert i.v.m. anonimisering</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De betrokken percelen liggen direct aan de Langweerder Wielen, een Fries recreatiemeer. De Langweerder Wielen zijn eigendom van de provincie Friesland (hierna: de Provincie). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Het geschil van partijen betreft een pier. In de kaart opgenomen in 2.4 is de pier weergegeven als de geknikte rechthoek, bovenin perceel [kadastraalnr. 3] en een klein gedeelte van perceel [kadastraalnr. 4] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Tussen partijen (ook [eiser tot tussenkomst] ) is een procedure aanhangig bij de rechtbank Noord-Nederland onder zaaknummer C/17/172925/ HA ZA 20-105. In deze procedure zijn twee tussenvonnissen gewezen. [eiseres] heeft haar vordering in de procedure bij de rechtbank Noord-Nederland vermeerderd met een verklaring voor recht dat de pier voor 1/4e eigendom is van [xxx] en voor 3/4e eigendom is van [eiseres] . Bij het (tussen)vonnis van 21 april 2021 heeft de rechtbank Noord-Nederland geoordeeld dat deze vermeerdering van eis leidt tot een onredelijke vertraging van de procedure en daarom buiten beschouwing moet worden gelaten. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vorderingen in de hoofdzaak in conventie en (voorwaardelijke) reconventie</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>voor recht zal verklaren dat de pier gelegen is in perceel [kadastraalnr. 3] , [gemeente] , en voor ¼ eigendom is van [xxx] en voor ¾ eigendom is van [eiseres] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>voor recht zal verklaren dat onder onderhoud van de pier ook vernieuwing van de pier dient te worden verstaan, ongeacht de vorm en uiterlijk van de pier/golfbreker;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagden] . veroordeelt tot betaling aan [eiseres] van de proceskosten, te vermeerderen met rente en (na)kosten.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>	[gedaagden] . vordert – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>in conventie de vorderingen van [eiseres] afwijst onder veroordeling van [eiseres] in de proceskosten,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>in (voorwaardelijke) reconventie, onder veroordeling van [eiseres] in de kosten van de procedure, vermeerderd met de wettelijke rente</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <parablock>
        <para>A.</para>
        <para>I. voor recht verklaart dat [gedaagden] . gerechtigd is tot een erfdienstbaarheid waarmee (de eigenaar van) de pier (dienend erf) belast is, welke erfdienstbaarheid inhoudt een recht tot gebruik van de pier;</para>
        <para>II. verstaat dat de uitspraak de rechtstoestand van de registergoederen betreft en daarom ingeschreven kan worden in de openbare registers;</para>
        <para>III. verstaat dat de inschrijving van de uitspraak zal plaatsvinden op de wijze als aangegeven in artikel 25 lid 1 van de Kadasterwet;</para>
        <para>B.</para>
        <para>IV. indien de voorwaarde als aangegeven onder randnummer 6.3 en 6.4 van de conclusie van antwoord niet vervuld wordt en de Provincie als eigenaar van de pier wordt geduid, aan [gedaagden] . gelegenheid te geven de Provincie met een termijn van 8 weken bij tussenkomst in het geding te laten deelnemen om zich bij voormelde tussenkomst uit te doen laten over de gevorderde verklaring voor recht inzake de erfdienstbaarheid tot gebruik van de pier door [gedaagden] . en [eiser tot tussenkomst] , zoals omschreven onder I, II, en III, dan wel ex artikel 118 Rv [gedaagden] . de gelegenheid te geven de Provincie te doen dagvaarden tot deelname aan het huidig geding bij tussenkomst en zich als voornoemd uit te laten over de vordering in reconventie.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Uit randnummer 6.3 van de conclusie van antwoord blijkt dat de vorderingen in (voorwaardelijke) reconventie onder A. I-III worden ingesteld onder de voorwaarde dat [eiseres] als eigenaar van de pier wordt beschouwd. Uit randnummer 6.4 van de conclusie van antwoord blijkt dat de vordering onder A. IV wordt ingesteld als de rechtbank van oordeel is dat niet [eiseres] maar de Provincie eigenaar is van de pier. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling in het (voorwaardelijk) incident tot deelname derde partij</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagden] . stelt in zijn vordering dat de Provincie ofwel door tussenkomst zich in de procedure kan mengen ofwel dat [gedaagden] . in de gelegenheid wordt gesteld de Provincie te dagvaarding op grond van artikel 118 Rv. Deze vordering kan als een incidentele vordering worden gezien. Artikel 209 Rv bepaalt dat op incidentele vorderingen eerst en vooraf aan de hoofdzaak wordt beslist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Aan zijn vordering legt [gedaagden] . ten grondslag dat de pier geen eigendom is van [eiseres] en [xxx] gezamenlijk. [gedaagden] . is van mening dat de Provincie als eigenaar van de Langweerder Wielen door natrekking eigenaar van de pier is geworden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft de vordering gemotiveerd bestreden. Als de rechtbank oordeelt dat [eiseres] geen (gedeeltelijk) eigenares is van de pier, refereert zij zich naar het oordeel van de rechtbank.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Als de incidentele (voorwaardelijke) vordering moet worden opgevat als een vordering tot tussenkomst overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van artikel 217 Rv kan een ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding vorderen in dat geding te mogen tussenkomen. Er dient sprake te zijn van een vrijwillige deelname door een derde. Omdat de Provincie (op dit moment) een dergelijke vordering niet heeft ingesteld, kan van tussenkomst geen sprake zijn. Om deze reden wijst de rechtbank de incidentele vordering af voor zover deze ziet op tussenkomst van de Provincie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Met betrekking tot de vordering tot oproeping ex artikel 118 Rv overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank stelt vast dat in de hoofdzaak nog niet is geoordeeld wie de (gedeeltelijke) eigenaar is van de pier. Dat oordeel is van belang voor het al dan niet toestaan om de Provincie in de procedure op te roepen. De rechtbank zal dan ook de beslissing over de incidentele vordering tot oproeping ex artikel 118 Rv aanhouden tot de beslissing in de hoofdzaak over wie als eigenaar van de pier kan worden beschouwd. Dit geldt eveneens voor de beslissing op de vraag wie de kosten van dit incident dient te dragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling in het incident tot tussenkomst</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>
        [eiser tot tussenkomst] vordert in het door hem ingestelde incident tot tussenkomst dat hem wordt toegestaan tussen te komen in de procedure in de hoofdzaak. [eiser tot tussenkomst] stelt dat zijn belang is dat benadeling of verlies van een aan hem toekomend erfdienstbaarheid wordt voorkomen. Deze erfdienstbaarheid wordt bedreigd door de vordering van [eiseres] zoals vermeld onder 3.1 sub b. Op grond van de gestelde erfdienstbaarheid zou [eiser tot tussenkomst] de pier mogen belopen en daar boten aanmeren. Deze erfdienstbaarheid staat tussen partijen echter niet vast. [eiseres] beoogt met haar vordering in de hoofdzaak, volgens [eiser tot tussenkomst] , de vrijheid te krijgen een niet beloopbare vernieuwde pier/golfbreker aan te leggen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>
        [gedaagden] . vraagt zich af of de door [eiser tot tussenkomst] ingestelde vordering kwalificeert als een vordering tot tussenkomst of tot voeging, maar refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. [eiseres] doet hetzelfde en vraagt zich daarnaast af of [eiser tot tussenkomst] wel voldoende belang heeft bij zijn vordering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De rechtbank begrijpt dat [eiser tot tussenkomst] vreest dat hij zijn erfdienstbaarheid niet meer kan uitoefenen als de vordering van [eiseres] als genoemd onder 3.1 sub b wordt toegewezen. Daarmee heeft [eiser tot tussenkomst] voldoende aangetoond dat hij een belang heeft om in de hoofdzaak tussen te komen. [eiseres] en [eiser tot tussenkomst] hebben zich ook niet verzet tegen de tussenkomst. Deze incidentele vordering zal dan ook worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>
        [eiser tot tussenkomst] zal in de gelegenheid worden gesteld een conclusie te nemen in de hoofdzaak. De zaak zal daartoe naar de rol worden verwezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Omdat tussenkomst niet anders dan na het instellen van een incident kan plaatsvinden, zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het (voorwaardelijk) incident deelname derde partij van [gedaagden] .</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>wijst de vordering tot tussenkomst af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>houdt de beslissing tot oproeping van de Provincie ex. artikel 118 Rv aan tot de beslissing in de hoofdzaak,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in het incident tot tussenkomst van [eiser tot tussenkomst]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>staat [eiser tot tussenkomst] toe in de hoofdzaak tussen te komen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">24 november 2021</emphasis> voor het nemen van de conclusie van eis in de tussenkomst door [eiser tot tussenkomst] ,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Flipse en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2021.<footnote-ref linkend="_df1b313d-eee2-48e1-8009-5b76a445a7f3" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_df1b313d-eee2-48e1-8009-5b76a445a7f3" label="1">
    <para>type: IK</para>
    <para>coll:  MF</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>