<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2021:7344</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-21T17:13:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8902426</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBNHO:2021:8153" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBNHO:2021:8153</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBNHO:2021:2669" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBNHO:2021:2669</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:7344">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:7344</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-21T16:57:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:7344 Rechtbank Noord-Holland , 01-09-2021 / 8902426</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2021:7344:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis na twee tussenvonnissen. Geschil over afrekening na einde huur woning (inhuurovereenkomst).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2021:7344:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 8902426 \ CV EXPL  20-10108</para>
      <para>Uitspraakdatum: 1 september 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>eiser</para>
      <para>verder te noemen: [eiser]</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.W.M. Aalsma</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Start Home Rentals Spijkenisse B.V. </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Rotterdam </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: Start Home</para>
      <para>gemachtigde: [vertegenwoordiger]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Naar aanleiding van hetgeen de kantonrechter bij tussenvonnis van 4 mei 2021 heeft opgedragen, heeft [eiser] op de rolzitting van 2 juni 2021 twee producties overgelegd, bestaande uit een e-mail van Start Home aan [eiser] van 20 april 2018 over de afrekening voor het jaar 2017 en een verklaring per e-mail van [eiser] van 21 mei 2021 over de schoonmaakkosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Hoewel Start Home daartoe wel in de gelegenheid is gesteld, heeft zij niet meer op de door [eiser] overgelegde producties gereageerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. [eiser] is daarbij in de gelegenheid gesteld zijn stellingen te bewijzen dat Start Home ook de internetkosten en de schoonmaakkosten, genoemd op de afrekening, verschuldigd is zoals onder 6.3 van het tussenvonnis nader omschreven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de kantonrechter is [eiser] niet geslaagd in dat bewijs. Ten aanzien van de internetkosten volgt uit de e-mail van Start Home van 20 april 2018 slechts dat Start Home de internetkosten over 2017 verschuldigd was. [eiser] heeft zich op het standpunt gesteld dat tussen partijen sinds 6 januari 2013 een overeenkomst voor het verrichten van enkele diensten bestond, op grond waarvan Start Home de internetkosten sinds 2013 verschuldigd was en dat deze afspraken sinds 2013 hetzelfde zijn gebleven, zodat de afspraken voor de internetkosten in 2017 ook vanaf 2018 nog golden, maar Start Home heeft dit betwist en zich op het standpunt gesteld dat de afspraken vanaf 2018 zijn gewijzigd, omdat zij de woning toen zelf is gaan huren en dat zij vanaf dat moment de internetkosten niet (meer) verschuldigd was. Omdat [eiser] zich beroept op de rechtsgevolgen van de afspraken – namelijk dat Start Home de internetkosten ook voor 2018 en 2019 moet betalen – welke afspraken door Start Home worden betwist, was het aan [eiser] om te bewijzen dat de oorspronkelijke afspraken vanaf 2018 nog altijd golden. Dat bewijs is niet geleverd met de overgelegde mail waaruit (slechts) de afspraken tot 2018 blijken. Het deel van de vordering dat ziet op de internetkosten zal dan ook worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Ook is [eiser] niet geslaagd in het bewijs dat Start Home de schoonmaakkosten verschuldigd is. Uit de verklaring van [eiser] per e-mail van 21 mei 2021 – welke verklaring niet door Start Home is betwist en dus in zoverre vast staat – blijkt alleen dat de woning is verlaten zonder deze schoon te maken ‘<emphasis role="italic">na ca. 7 jaar bewoond te zijn geweest door 6 steiger bouwers</emphasis>’ en dat ‘<emphasis role="italic">De in rekening gebrachte kosten voor schoonmaak maar een fractie zijn van het totaal</emphasis>’. [eiser] heeft hiermee niet, althans onvoldoende, onderbouwd dat de woning bij oplevering in slechtere staat verkeerde dan bij het aangaan van de huurovereenkomst als bedoeld in artikel 7:224 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek. Ook heeft [eiser] met deze verklaring niet onderbouwd dat Start Home op een andere grond de schoonmaakkosten verschuldigd is, zodat dit deel van de vordering ook niet zal worden toegewezen. De enkele opmerking dat de woning na vier maanden ‘<emphasis role="italic">inmiddels in zn geheel gerenoveerd</emphasis>’ is, zegt ook niets over de staat waarin de woning verkeerde bij het aangaan van de huurovereenkomst en de staat van de woning toen die weer werd opgeleverd. De renovatie kan immers ook een renovatie zijn ten opzichte van de staat van de woning toen de huurovereenkomst werd aangegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van [eiser] gedeeltelijk zal toewijzen, te weten tot een bedrag van € 2.212,01. Dit is het saldo van alle posten van de afrekening van 1 juli 2020 (€ 4.513,57) verminderd met de internet- en schoonmaakkosten (€ 2.301,56).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wettelijke handelsrente over hoofdsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijk handelsrente over de hoofdsom is niet betwist en zal vanaf 26 augustus 2020 worden toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gerechtelijke kosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [eiser] maakt aanspraak op de daadwerkelijk door hem gemaakte gerechtelijke kosten. De kantonrechter ziet echter geen aanleiding om af te wijken van een kostenveroordeling waarbij het salaris van de advocaat wordt begroot volgens het liquidatietarief.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Buitengerechtelijke incassokosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [eiser] maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. De kantonrechter stelt vast dat [eiser] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief dat hoort bij de hoofdsom waartoe Start Home zal worden veroordeeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rente over buitengerechtelijk incassokosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen, omdat niet is gesteld of gebleken dat deze kosten daadwerkelijk zijn betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van Start Home, omdat zij ten aanzien van een groot deel van de vordering ongelijk krijgt. Daarbij wordt Start Home ook veroordeeld tot betaling van € 109,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door [eiser] worden gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt Start Home tot betaling aan [eiser] van € 2.212,01, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dat bedrag vanaf 26 augustus 2020 tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt Start Home tot betaling aan [eiser] van € 401,48 aan buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt Start Home tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiser] tot en met vandaag vaststelt op:</para>
        <para>dagvaarding	€	106,47</para>
        <para>griffierecht	€	236,00</para>
        <para>salaris gemachtigde	€	             654,00 (3x € 218,00);</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>veroordeelt Start Home tot betaling van € 109,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door [eiser] worden gemaakt; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>wijst de vordering voor het overige af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>