<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2021:6997</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-08T12:00:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9005010 \ CV EXPL  21-646</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:6997">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:6997</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-07T15:31:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:6997 Rechtbank Noord-Holland , 14-07-2021 / 9005010 \ CV EXPL  21-646</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2021:6997:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Toewijzen vordering servicekosten. Na wijziging van eis heeft gedaagde de vordering erkend. Compensatie proceskosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2021:6997:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 9005010 \ CV EXPL  21-646 (AH)</para>
      <para>Uitspraakdatum: 14 juli 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap<emphasis role="bold"> CCV Group B.V., </emphasis>onder andere handelende onder de naam<emphasis role="bold"> CCV Nederland en CCV Holland, </emphasis>rechtsopvolger onder algemene titel van<emphasis role="bold"> CCV Holland B.V.</emphasis></para>
      <para>gevestigd te Arnhem</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>verder te noemen: CCV</para>
      <para>gemachtigde: De Klerk Vis Niekus Gerechtsdeurwaarders en Incasso  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] , voorheen h.o.d.n. [bedrijfsnaam]</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>procederend in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>Het gaat in deze zaak om de vraag of [gedaagde] moet worden veroordeeld in de betaling van de servicekosten en de buitengerechtelijke incassokosten. Nu [gedaagde] de vordering na wijziging van eis erkent, is de kantonrechter van oordeel dat zij deze kosten moet betalen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>CCV heeft bij dagvaarding van 28 januari 2021 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>CCV heeft hierop schriftelijk gereageerd en haar eis gewijzigd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>CCV is leverancier en verhuurder van (mobiele) pinapparaten en andere betaaloplossingen en levert daarnaast goederen en diensten op het gebied van telecommunicatie, installatie, onderhoud en reparatie van (mobiele) pinapparaten. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Tussen CCV en [gedaagde] bestaat een (huur)overeenkomst ter zake van een pinautomaat, een doorlopend servicecontract met betrekking tot het onderhoud en de reparatie van de pinautomaat en een internet- en telefoonabonnement. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft, vanwege de beëindiging van haar bedrijfsactiviteiten, op 29 december 2018 de overeenkomsten met CCV opgezegd. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>CCV vordert, na wijziging van eis, dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 108,82.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>CCV legt aan de vordering – kort weergegeven – het volgende ten grondslag. [gedaagde] heeft met CCV een zakelijke overeenkomst gesloten waarbij CCV goederen en diensten aan [gedaagde] heeft geleverd. [gedaagde] heeft de daartoe verzonden facturen tot een bedrag van                € 338,85 onbetaald gelaten. CCV maakt daarnaast aanspraak op de buitengerechtelijke incassokosten van € 50,83 en de wettelijke handelsrente. Na wijziging van eis vordert CCV enkel betaling van de factuur voor de servicekosten, zijnde een bedrag van € 68,82, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente. Ook maakt CCV aanspraak op de buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00 en vraagt zij om compensatie van proceskosten. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Bij conclusie van dupliek erkent [gedaagde] dat zij de factuur voor de servicekosten tot een bedrag van € 68,82 dient te voldoen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van      € 40,00 erkent [gedaagde] eveneens. Ook stemt [gedaagde] in met de compensatie van de proceskosten. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de vordering na akte wijziging van eis erkend, zodat de gevorderde hoofdsom van € 68,82 zal worden toegewezen. Omdat [gedaagde] in verzuim is met de betaling, wordt de wettelijke handelsrente ook toegewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>CCV heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag van € 40,00 komt overeen met het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief en zal daarom worden toegewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Nu partijen over en weer op punten in het ongelijk zijn gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan CCV van € 108,82, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 68,82 vanaf 5 maart 2019 tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <parablock>
        <para>wijst de vordering voor het overige af.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.W.S. Kiliç en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>