<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2021:6415</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-21T17:29:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9043557 \ CV EXPL  21-1204</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:6415">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:6415</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-21T17:27:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:6415 Rechtbank Noord-Holland , 04-08-2021 / 9043557 \ CV EXPL  21-1204</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2021:6415:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering tot nakoming van betalingsregeling enkel toegewezen voor wat betreft de tot op heden vervallen betalingstermijnen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2021:6415:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknr/rolnr.: 9043557 \ CV EXPL  21-1204 </para>
      <para>datum uitspraak: 4 augustus 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>hierna te noemen [eiseres]</para>
      <para>gemachtigde mr. G.A.P. Avontuur</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>gedaagde</para>
      <para>hierna te noemen [gedaagde]</para>
      <para>gemachtigde mr. N.O. Vogelaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samenvatting van de zaak en het vonnis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze zaak gaat over de vraag of [eiseres] betaling kan vorderen van een bedrag van € 2.973,38 van [gedaagde] . Naar het oordeel van de kantonrechter hebben partijen een betalingsregeling getroffen waarin is afgesproken dat [gedaagde] een bedrag van € 25 per maand aan [eiseres] zal voldoen. Aangezien [eiseres] nakoming van die betalingsregeling vordert – en daarin niet is afgesproken dat als [gedaagde] termijnen onbetaald laat hij het volledige bedrag ineens moet voldoen – wijst de kantonrechter enkel de termijnen toe die [gedaagde] tot op heden heeft gemist. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft bij dagvaarding van 17 februari 2021 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft op 31 maart 2021 met een conclusie van antwoord gereageerd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 12 juli 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft [eiseres] een akte ingediend waarmee zij aanvullende producties heeft overgelegd.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] en [gedaagde] hebben enige tijd een relatie gehad. [eiseres] heeft in die periode spullen gekocht voor de woning van [gedaagde] . </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 19 augustus 2020 heeft [gedaagde] aan [eiseres] een e-mail gestuurd, waarin hij onder meer schreef: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Ik ben er klaar mee. Maak even een lijstje van de spullen, en de prijzen erbij. Dan gaat het over de spullen die jij betaald hebt voor hier in huis. Ik betaal alles tot de laatste cent terug.</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 23 oktober 2020 schreef [gedaagde] in een andere e-mail aan [eiseres] onder meer: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Maar voor mij houd het hier op tussen ons. (….) Daarbij vraag ik ook om een lijstje van de kosten die jij gemaakt heb, zodat ik het in termijnen kan terug betalen.</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 25 oktober 2020 stuurde [gedaagde] opnieuw een e-mail aan [eiseres] , met daarin onder meer: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Tevens vraag ik je om een dokumentje waarin staat wat ik je verschuldigt ben aan je, en welke kosten je gemaakt hebt voor het huis hier. Ik betaal je dan in termijnen alles terug.</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 9 november 2020 heeft [eiseres] aan [gedaagde] een lijst van gekochte spullen toegestuurd met een totaalbedrag van € 2.973,38 en daarbij een betalingsregeling voorgesteld. Zij schreef onder meer: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Naar aanleiding van ons telefonisch onderhoud van d.d. 8 november ’20 doe ik je zoals beloofd een voorstel tot een betalingsregeling toekomen. </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Via dit schrijven verklaart [eiseres] dat zij van [gedaagde] een opeisbare vordering heeft van € 2.973,38 (…). </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Dhr. [gedaagde] verklaart dat het totale bedrag van de vordering van [eiseres] niet wordt betwist; </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Beide partijen zijn tot overeenstemming gekomen dat de vordering van de schuld als volgt is opgebouwd: </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het uitstaande bedrag zal in honderdnegentien maandelijkse termijnen worden voldaan `a € 25 (…) per maand. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De eerste termijn wordt voldaan dd. 20 november 2020 </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De tweede termijn wordt voldaan dd. 20 december 2020 (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Enzovoort. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Na 119 maanden (negen jaar en 11 maanden) is de totale vordering voldaan. (…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Op 9 november 2020 heeft [gedaagde] hierop geantwoord: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">(…) Zoals afgesproken dus, zo staat het volgens mij ook in de bijlage! </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Ik ga hiermee akkoord! (…)”</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is niet tot betaling van de termijnen overgegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een bedrag van € 2.973,38;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening; en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de proceskosten. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] legt hieraan – kort weergegeven – ten grondslag dat zij met [gedaagde] is overeengekomen dat hij het bedrag dat zij aan spullen voor [gedaagde] ’ woning heeft gekocht, zal terugbetalen. Omdat [gedaagde] weigert de afgesproken betalingstermijnen te voldoen, vordert [eiseres] betaling van het volledige bedrag. Ook maakt zij aanspraak op betaling van de wettelijke rente. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. Hij betwist dat hij een overeenkomst met [eiseres] heeft gesloten: hij heeft de schuld niet willen erkennen, maar wilde met zijn e-mail van 9 november 2020 enkel bewerkstelligen dat [eiseres] ’ e-mailberichten zouden stoppen. Ook voert [gedaagde] aan dat [eiseres] de spullen op eigen initiatief heeft aangeschaft, terwijl zij wist dat hij leeft van een zeer beperkt budget. Ook heeft [gedaagde] niets aan de aangeschafte spullen, omdat hij volledig blind is. Omdat [eiseres] de oude spullen al heeft afgevoerd, kan hij de spullen bovendien niet teruggeven.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Vast staat dat [eiseres] diverse spullen heeft gekocht voor de woning van [gedaagde] en dat die spullen zich in de woning van [gedaagde] bevinden. Partijen zijn het echter oneens over de vraag of zij een overeenkomst hebben gesloten op grond waarvan [gedaagde] de kosten die [eiseres] in dit verband heeft gemaakt, moet terugbetalen. Omdat [eiseres] het bestaan van de overeenkomst aan haar vordering ten grondslag legt, dient zij het bestaan hiervan te stellen en te bewijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Artikel 6:217 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) bepaalt dat een overeenkomst tot stand komt door een aanbod en de aanvaarding daarvan. Of sprake is van wilsovereenstemming, hangt af van wat partijen hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten toekennen, hebben afgeleid. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat partijen op 9 november 2020 een overeenkomst hebben gesloten waarin [gedaagde] zich heeft verbonden in 119 termijnen van € 25 per maand een bedrag van € 2.973,38 aan [eiseres] (terug) te betalen in verband met de spullen die zij voor de woning van [gedaagde] heeft gekocht. [gedaagde] heeft namelijk op 9 november 2020 zijn akkoord gegeven op de door [eiseres] op diezelfde dag voorgestelde betalingsregeling en specificatie van aangeschafte spullen. [gedaagde] voert nog aan dat hij die e-mail niet heeft gestuurd met de bedoeling om – zo begrijpt de kantonrechter – een overeenkomst te sluiten, maar hierin volgt de kantonrechter [gedaagde] niet. Dat [gedaagde] niet heeft willen instemmen met [eiseres] ’ voorstel is namelijk niet uit [gedaagde] ’ akkoord – of uit een andere gedraging van hem – af te leiden. Dat [gedaagde] ’ wil erop gericht is geweest de overeenkomst te sluiten, blijkt bovendien uit zijn eerdere e-mails aan [eiseres] van 19 augustus, 23 en 25 oktober 2020, waarin hij (ook) kenbaar maakt de door [eiseres] aangeschafte spullen te zullen terugbetalen. [gedaagde] ’ verweren dat (i) hij de spullen niet nodig heeft vanwege zijn gebrekkige zicht en (ii) [eiseres] de spullen zonder overleg heeft aangeschaft en wist dat hij de spullen niet kon betalen, doet aan het voorgaande niet af. Ook indien dit juist zou zijn, geldt dat [gedaagde] daarna – met zijn e-mail van 9 november 2020 – desondanks heeft ingestemd met het terugbetalen van de aangeschafte spullen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De kantonrechter ziet echter geen grond om, zoals gevorderd, het gehele bedrag van € 2.973,38 toe te wijzen. Partijen zijn immers duidelijk een betalingsregeling overeengekomen waarin is afgesproken dat [gedaagde] per maand € 25 zal voldoen. Daarin is niet (ook) afgesproken dat als [gedaagde] een of meerdere betalingstermijnen zou missen, hij de gehele vordering ineens moet voldoen. Aangezien [eiseres] zich enkel op nakoming van de overeenkomst beroept – en bijvoorbeeld niet op (een gedeeltelijke) ontbinding vanwege een toerekenbare tekortkoming van [gedaagde] – is de betalingsregeling nog tussen partijen van kracht. Verder licht [eiseres] onvoldoende toe dat zij uit mededelingen van [gedaagde] heeft moeten afleiden dat hij in de nakoming van alle toekomstige termijnen (die over een periode van bijna tien jaar moeten worden voldaan) zal tekortschieten. [eiseres] kan derhalve ten hoogste aanspraak maken op de tot op heden door [gedaagde] onbetaald gelaten termijnen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Vast staat dat [gedaagde] tot nu toe geen betalingstermijnen heeft betaald. Dit betekent dat hij tot op heden negen termijnen (20 november 2020 t/m 20 juli 2021) onbetaald heeft gelaten, gelijk aan een bedrag van (€ 25 x 9 =) € 225. De kantonrechter zal [gedaagde] veroordelen dit bedrag aan [eiseres] te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft daarnaast wettelijke rente gevorderd vanaf de datum van de dagvaarding, te weten 17 februari 2021. Omdat partijen een vaste (terugkerende) termijn voor nakoming zijn overeengekomen, treedt het verzuim ten aanzien van de gemiste termijnen in zonder dat daarvoor een ingebrekestelling is vereist (artikel 6:83 sub a BW). Over de termijnen die bij het uitbrengen van de dagvaarding al verschuldigd waren (20 november 2020 t/m 20 januari 2021) zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf 17 februari 2021. Voor de termijnen die daarna opeisbaar zijn geworden, is [gedaagde] steeds de wettelijke rente verschuldigd vanaf de betreffende vervaldatum (te weten 20 februari 2021, 20 maart 2021, 20 april 2021, 20 mei 2021, 20 juni 2021 en 20 juli 2021).  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij (grotendeels) ongelijk krijgt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van € 225, te vermeerderen met de wettelijke rente over (i) € 75 vanaf 17 februari 2021 tot en met de dag van algehele voldoening, (ii) € 25 vanaf 20 februari 2021 tot en met de dag van algehele voldoening, (iii) € 25 vanaf 20 maart 2021 tot en met de dag van algehele voldoening, (iv) € 25 vanaf 20 april 2021 tot en met de dag van algehele voldoening, (v) € 25 vanaf 20 mei 2021 tot en met de dag van algehele voldoening, (vi) € 25 vanaf 20 juni 2021 tot en met de dag van algehele voldoening, (vii) € 25 vanaf 20 juli 2021 tot en met de dag van algehele voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:</para>
        <para>dagvaarding	€	106,01</para>
        <para>griffierecht	€	85,00</para>
        <para>salaris gemachtigde	€	74,00;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Hendriks en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>