<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2021:556</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-15T09:01:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-01-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8721541</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:556">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:556</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-15T09:01:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:556 Rechtbank Noord-Holland , 20-01-2021 / 8721541</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2021:556:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>overeenkomst van opdracht, redelijk loon, deelneming onderneming</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2021:556:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 8721541 \ CV EXPL  20-4238 (TB)</para>
      <para>Uitspraakdatum: 20 januari 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] , h.o.d.n. [naam bedrijf 1]</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 1]</para>
      <para>eiser</para>
      <para>verder te noemen: [eiser]</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.J. Engelsma</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] , h.o.d.n. [naam bedrijf 2]</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>procederend in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft bij dagvaarding van 14 augustus 2020 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 14 december 2020 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft [eiser] bij brief van 7 december 2020 nog stukken toegezonden.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] exploiteert een keukenfirma en verkoopt keukens.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Partijen zijn mondeling overeengekomen dat [eiser] een periode in het bedrijf van [gedaagde] zou gaan werken, waarbij hij enerzijds werkzaamheden zou verrichten gericht op het verkopen van keukens en anderzijds gekeken zou worden of [eiser] in de onderneming van [gedaagde] zou willen en kunnen deelnemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft voor de werkzaamheden een tweetal facturen aan [gedaagde] toegestuurd voor in totaal € 6.352,50. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] heeft op 29 februari 2020 in een WhatsApp bericht het volgende gezegd, voor zover relevant:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Jij hebt nog recht op salaris. Jou factuur zoals je het voorrekende is in orde en kan je insturen. […] Dan graag een bedrag zonder deel voor meneer belasting maar voel jij je beter bij deze factuur dan zorg ik dat deze betaald wordt”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 4.912,75 (€ 4.352,50 aan hoofdsom en € 560,25 buitengerechtelijke incassokosten), vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldag van de individuele factuur, althans vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele betaling, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat hij gedurende een periode werkzaamheden voor [gedaagde] heeft verricht en [eiser] volgens afspraak de uren aan [gedaagde] heeft gefactureerd. [gedaagde] heeft expliciet aangegeven het eens te zijn met de berekeningswijze van [eiser] en tot betaling over te zullen gaan van de factuur. [gedaagde] heeft daarna al tweemaal een betaling gedaan.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat [eiser] zich mogelijk in zijn onderneming zou inkopen en dat partijen hebben afgesproken dat [eiser] een maand met [gedaagde] mee kon draaien. Er zijn geen afspraken gemaakt over een vergoeding voor de werkzaamheden die [eiser] zou verrichten gedurende de ‘snuffel’ periode. Het is echter wel gebruikelijk dat in ‘keukenland’ je als verkoper wordt betaald op het moment dat je een keuken hebt verkocht. [eiser] heeft echter geen keukens verkocht. De factuur is veel te hoog voor de werkzaamheden die [eiser] heeft verricht. [gedaagde] heeft aan [eiser] tweemaal € 1.000,00 betaald. Eenmaal halverwege februari 2020 en eenmaal begin maart 2020.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Het gaat in deze zaak om de vraag of [gedaagde] moet worden veroordeeld tot betaling van de facturen voor onderzoek naar het al dan niet deelnemen in de onderneming van [gedaagde] en de door [eiser] verrichte werkzaamheden gericht op het verkopen van keukens. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Wat betreft de tijd die [eiser] heeft besteed aan onderzoek naar het al dan niet deelnemen in de onderneming van [gedaagde] is de kantonrechter van oordeel dat hier geen vergoeding tegenover staat. Partijen zouden, zoals mondeling overeengekomen, gedurende een periode onderzoeken of [eiser] wil en kan deelnemen in de onderneming van [gedaagde] , en tegen welke prijs. Een vergoeding voor de tijd die [eiser] hierin heeft gestoken, zijn partijen niet overeengekomen. Door [eiser] is dit onvoldoende onderbouwd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Ten aanzien van de werkzaamheden gericht op het verkopen van keukens geldt dat de tussen partijen gesloten overeenkomst moet worden gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht. Op grond van artikel 7:405 lid 1 BW is [gedaagde] loon aan [eiser] verschuldigd. [eiser] heeft voor zijn werkzaamheden in de periode van 10 februari 2020 tot en met 8 maart 2020 een factuur aan [gedaagde] toegestuurd. Ondanks dat partijen aan het begin van de overeenkomst geen afspraken hebben gemaakt over een vergoeding voor de werkzaamheden en [gedaagde] de factuur te hoog vond, heeft [gedaagde] bij WhatsApp bericht van 29 februari 2020 toch akkoord gegeven op deze factuur en heeft [gedaagde] toegezegd deze te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is echter gebleken – nadat hij akkoord had gegeven op de factuur – dat [eiser] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. [eiser] maakte fouten in tekeningen. Fouten die iemand met ervaring niet behoort te maken. Door [eiser] is dit onvoldoende gemotiveerd betwist. Daar komt bij dat [eiser] vervolgens een paar dagen later zonder enige aankondiging vooraf definitief op 4 maart 2020 is vertrokken en het werk zonder enige overdracht heeft achtergelaten. [eiser] heeft zelf besloten om per direct te stoppen, omdat naar zijn idee [gedaagde] kwaad over hem sprak. Wat daar ook van zij, het gevolg daarvan is dat hij geen keukens heeft verkocht. Voor zover [eiser] met orders bezig was zaten die nog in de beginfase. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Tegen deze achtergrond kan [eiser] [gedaagde] niet houden aan hetgeen [gedaagde] in het WhatsApp bericht van 29 februari 2020 heeft geschreven naar aanleiding van de factuur. [gedaagde] ging er bij dat bericht namelijk nog van uit dat [eiser] door zou gaan met zijn werkzaamheden – en keukens zou verkopen - en dat partijen nog zouden uitzoeken of [eiser] zou deelnemen in de onderneming. Dit kan ook worden afgeleid uit de contante betaling die [gedaagde] nog aan [eiser] heeft gedaan begin maart 2020 en het feit dat [eiser] deze betaling vervolgens in mindering heeft gebracht op de factuur. Ook valt dit uit het door [eiser] ingenomen standpunt af te leiden, aangezien hij stelt dat [gedaagde] hem, zelfs nadat hij is weggegaan, heeft gezegd dat ze opnieuw konden starten en hij alsnog kon deelnemen in de onderneming van [gedaagde] . Nu de werkzaamheden van [eiser] door zijn plotselinge vertrek geen resultaat voor [gedaagde] hebben opgeleverd, is het reeds betaalde gedeelte een redelijk loon voor de verrichte werkzaamheden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft tweemaal € 1.000,00 betaald aan [eiser] . [eiser] heeft gelet op het voorgaande onvoldoende onderbouwd dat [gedaagde] daarnaast nog meer loon aan hem was verschuldigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van [eiser] zal afwijzen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [eiser] , omdat hij ongelijk krijgt. Omdat niet is gebleken van kosten van [gedaagde] die voor vergoeding in aanmerking komen, zullen deze kosten tot op heden worden vastgesteld op nihil.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagde] worden vastgesteld op nihil. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>