<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2021:526</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-25T08:04:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-01-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8582117</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:526">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:526</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-25T08:04:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:526 Rechtbank Noord-Holland , 20-01-2021 / 8582117</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2021:526:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onbetaalde facturen motorrijtuigenverzekeringen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2021:526:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 8582117 CV EXPL 20-2718</para>
      <para>Uitspraakdatum: 20 januari 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Alan Jacktar B.V., h.o.d.n. TIS verzekeringen</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Amsterdam</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>verder te noemen: TIS</para>
      <para>gemachtigde: Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] , h.o.d.n. Taxi Snor</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.P. van den Broek</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>TIS heeft bij dagvaarding van 5 juni 2020 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord. Daarna heeft TIS gerepliceerd en [gedaagde] gedupliceerd.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>TIS heeft als gevolmachtigde van diverse verzekeraars namens die verzekeraars met [gedaagde] vijf verzekeringen voor motorrijtuigen van [gedaagde] afgesloten met als ingangsdatum 1 april 2019.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In verband met genoemde verzekeringen stuurde TIS aan [gedaagde] kwartaalfacturen wegens de verschuldigde premie en een factuur wegens een verschuldigde borg van EUR 500,-.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 27 juni 2019 heeft [gedaagde] aan TIS gevraagd om drie polissen te royeren per 1 augustus 2019 en gemeld dat de verzekering met nummer TIS-099000005 wordt overgeschreven naar een andere intermediair.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>TIS vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van EUR 1.050,40, vermeerderd met rente en kosten. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>TIS legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] tot voormeld bedrag de facturen van TIS voor de verschuldigde verzekeringspremies onbetaald heeft gelaten.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat TIS ten onrechte de overstand die hij had in de betaling van de premies per 18 juni 2019 ad EUR 472,93 en de betaalde borg ad EUR 500,- die hij terug dient te ontvangen van TIS na royement van de verzekeringen, niet heeft verrekend met de uitstaande facturen. Als TIS dat correct zou hebben gedaan, zou [gedaagde] nog slechts EUR 77,07 hoeven te betalen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>TIS heeft haar vordering gespecificeerd door een overzicht in het geding te brengen van alle facturen die zij aan [gedaagde] in verband met de verzekeringen heeft gestuurd, alsmede van alle betalingen die zij van [gedaagde] heeft ontvangen. Dit overzicht saldeert op een vordering van TIS op [gedaagde] van EUR 1.050,40. [gedaagde] heeft de juistheid van de in het overzicht vermelde facturen van TIS niet betwist. Hij heeft evenmin gesteld dat de betalingen zoals die blijken uit het door TIS in het geding gebrachte overzicht onjuist zijn. Weliswaar heeft hij onder verwijzing naar zijn eerdere correspondentie met TIS aangevoerd dat “de optelling in dit overzicht niet correct is” en dat uit zijn eigen administratie volgt dat TIS een veel kleiner bedrag te vorderen heeft, maar hij heeft niet toegelicht waar de fout zit in de specificatie van TIS, laat staan dat hij die fout heeft onderbouwd. Nu niet in geschil is dat hij de facturen van TIS voor de lopende verzekeringen verschuldigd was, had dit wel op zijn weg gelegen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Wat betreft de door [gedaagde] aan TIS betaalde borg van EUR 500,- heeft TIS toegelicht dat zij de borg incasseerde namens de verzekeringsmaatschappij en dat deze borg eerst wordt terugbetaald na royement van de betreffende verzekering. TIS heeft daarbij verwezen naar hoofdstuk 8 van de polisvoorwaarden, waarin is bepaald dat een waarborgsom is verschuldigd voordat de verzekering ingaat, die de verzekeraar kan gebruiken als de verzekeringnemer de premie niet betaalt. Hierin is ook vermeld dat de waarborgsom wordt terugbetaald als de verzekering wordt beëindigd. Nu [gedaagde] (tenminste) een van de verzekeringen heeft voortgezet (via een andere intermediair), wordt de waarborgsom (nog) niet terugbetaald. Van verrekening met de openstaande premie kan dus ook geen sprake zijn.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van TIS zal toewijzen. Dat geldt ook voor de gevorderde buitengerechtelijke kosten en rente, die [gedaagde] is verschuldigd omdat hij de betalingstermijn van de facturen heeft laten verlopen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan TIS van EUR 1.317,66 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over EUR 1.050,40 vanaf 20 mei 2020 tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van TIS tot en met vandaag vaststelt op:</para>
        <para>dagvaarding	€	 105,09</para>
        <para>griffierecht	€	 499,00</para>
        <para>salaris gemachtigde	€	 360,00	;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>wijst de vordering voor het overige af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Flipse en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>