<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2021:5235</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-18T12:24:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15-283874-20 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2025:1027" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#overig">Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2025:1027, Overig</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:5235">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:5235</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-29T12:37:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:5235 Rechtbank Noord-Holland , 29-06-2021 / 15-283874-20 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2021:5235:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming van € 121.915,95 na professionele hennepteelt in verdiepte kruipruimte onder woning</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2021:5235:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Team Straf, locatie Alkmaar</para>
    <para>Meervoudige strafkamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 15-283874-20 (ontneming) (P)</para>
      <para>Uitspraakdatum	: 29 juni 2021 </para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Dit vonnis ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht </emphasis>heeft betrekking op de vordering van de officier van justitie van 25 mei 2021 strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel  in de zaak tegen de veroordeelde:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de veroordeelde]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold smallcaps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum en -plaats] ,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [woonadres] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de schriftelijke vordering van 25 mei 2021 heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, zal vaststellen op € 121.915,95 en aan de veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De officier van justitie baseert de vordering op de strafbare feiten waarvoor de veroordeelde is gedagvaard om op 15 juni 2021 te verschijnen voor de meervoudige strafkamer in deze rechtbank, alsmede één of meer andere strafbare feiten, waarvan het volgens de officier van justitie aannemelijk is dat die op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Volgens de officier van justitie kan worden bewezen dat feit 2 (het telen van hennep) door de veroordeelde is begaan en is het aannemelijk dat dit over een ruimere periode dan ten laste is gelegd heeft plaatsgevonden. De hennepteelt heeft er volgens de officier van justitie toe geleid dat de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft de schriftelijke vordering aanhangig gemaakt met de oproeping van de veroordeelde om te verschijnen op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 juni 2021. De rechtbank heeft de ontnemingsvordering op deze zitting inhoudelijk behandeld en daartoe gehoord de officier van justitie, mr. M.E. Grijsen, alsmede de veroordeelde en zijn raadsman, mr. C.C. Polat, advocaat te Breukelen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Standpunt van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft de schriftelijke vordering gehandhaafd en gevorderd dat de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelt op € 121.915,95 en een betalingsverplichting voor dat bedrag oplegt, waarbij de officier van justitie voor de voordeelberekening heeft verwezen naar het zogenoemde ontnemingsrapport van 27 augustus 2020 en het proces-verbaal over de indicatoren voor eerdere oogsten van 23 september 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Standpunt van de veroordeelde </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft bepleit dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat in de hennepkwekerij voor 28 augustus 2019 meer dan één succesvolle oogst is gekweekt. Het dossier bevat geen concrete aanknopingspunten dat het zou gaan om drie eerdere oogsten. Daarom heeft de raadsman bepleit het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel te beperken tot één oogst. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>Beoordeling van de rechtbank </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Grondslag van de vordering</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 29 juni 2021 is de veroordeelde veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden, met twee jaren proeftijd, en een taakstraf van 200 uren. Daarbij is bewezen verklaard dat de veroordeelde:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de periode van 28 augustus 2019 tot en met 23 oktober 2019 te Alkmaar, in een pand aan [adres] , opzettelijk 352 hennepplanten heeft geteeld en opzettelijk 2,1 kg hennep aanwezig heeft gehad.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van deze veroordeling kan aan de veroordeelde de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, verkregen door middel van of uit de baten van het ingevolge dat vonnis bewezen verklaarde strafbare feit of andere strafbare feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door veroordeelde zijn begaan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ontnemingsrapport</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, in het bijzonder van het ontnemingsrapport met bijlagen, dat is opgesteld over het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel. In dit rapport is verwezen naar enkele stukken uit het dossier in de onderliggende strafzaak, waaronder het proces-verbaal over de indicatoren voor eerdere oogsten in de hennepkwekerij in de verdiepte kruipruimte onder de woning aan de [adres] in Alkmaar, waarover de rechtbank de volledige beschikking heeft gehad.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank komt op basis van de inhoud van het dossier en het verhandelde op de zitting tot de volgende berekening van het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel.<footnote-ref linkend="_7b27cfff-467d-4f6d-904f-9b29eba17ace" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De veroordeelde is veroordeeld voor het opzettelijk telen van 352 hennepplanten in de periode van 28 augustus 2019 tot en met 23 oktober 2019 in de verdiepte kruipruimte van de woning aan de [adres] in Alkmaar en het opzettelijk aanwezig hebben 2,1 kilogram hennep in die woning. De hennepkwekerij in de kruipruimte was verdeeld over twee kweekruimtes, waarin 227 respectievelijk 125 hennepplanten stonden. Het dossier bevat diverse aanknopingspunten dat al voor 28 augustus 2019 hennep is geteeld in de kweekruimtes van deze hennepkwekerij. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aan de hand van een aantal aanknopingspunten - zoals het verhoogde elektriciteitsverbruik, het verhoogde watergebruik, de productiedata van enkele gebruikte materialen in de hennepkwekerij, de gedetailleerd beschreven vervuiling van de twee kweekruimtes en de daarin gebruikte materialen en gezien de uitvoerige onderbouwing van de aan die vervuiling verbonden conclusies over het aantal eerdere oogsten, een en ander gedetailleerd vastgelegd in het ontnemingsrapport<footnote-ref linkend="_25bb1370-bc04-46e8-8a1f-16552b87112a" /> en het proces-verbaal over de indicatoren voor eerdere oogsten<footnote-ref linkend="_9a352de4-e3ad-494e-a654-a715bbfe537a" /> - heeft de politie de ontnemingsperiode bepaald op 29 januari 2019 tot en met 23 oktober 2019. Daarbij is uitgegaan van drie eerdere oogsten en is de tijdens de inval aangetroffen kweek, van acht weken oud, niet meegerekend. De rechtbank ziet geen aanleiding hieraan te twijfelen en verwerpt het door de raadsman gevoerde verweer dat het dossier geen concrete aanknopingspunten bevat voor meer dan één eerdere oogst in de hennepkwekerij. De rechtbank gaat bij de beoordeling van de schriftelijke vordering van de officier van justitie daarom uit van de in het ontnemingsrapport genoemde ontnemingsperiode en het daarin genoemde aantal eerdere oogsten. Dat betekent dat de rechtbank uitgaat van <emphasis role="bold">drie eerdere geslaagde oogsten</emphasis>, met ieder een gemiddelde kweekcyclus van tien weken, waarover de veroordeelde voordeel heeft genoten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Omdat aanknopingspunten voor de door de veroordeelde genoten opbrengsten en de door hem gemaakte kosten ontbreken, gaat de rechtbank bij de verdere beoordeling van de vordering uit van de standaardberekeningen en normen met betrekking tot wederrechtelijk verkregen voordeel van hennepkwekerijen, zoals weergegeven in het ontnemingsrapport.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De bruto geldelijke opbrengst van één oogst in de eerste kweekruimte bedraagt op basis van het rapport van het Functioneel Parket Afpakken een bedrag van € 28.178,65.<footnote-ref linkend="_899b3280-79d6-4de1-8a7b-5e859713381b" />,<footnote-ref linkend="_c9a893ee-389d-4d84-b38b-238af0a1c2ed" /> Uitgaande van drie oogsten in deze kweekruimte komt dat neer op een totale bruto geldelijke opbrengst van <emphasis role="bold">€ 84.535,95</emphasis>.</para>
        <para>De bruto geldelijke opbrengst van één oogst in de tweede, kleinere kweekruimte bedraagt op basis van het rapport van het Functioneel Parket Afpakken een bedrag van € 15.516,88.<footnote-ref linkend="_dca274fd-af79-4345-b63f-ab4f2b1e78f5" />,<footnote-ref linkend="_7ab1d78f-9de6-43df-aff3-923e7f74aaa7" /> Uitgaande van drie oogsten in deze kweekruimte komt dat neer op een totale bruto geldelijke opbrengst van <emphasis role="bold">€ 46.550,64</emphasis>.</para>
        <para>Dat brengt de totale opbrengsten voor de hennepkwekerij op een bedrag van <emphasis role="bold underline">€ 131.086,59</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De in mindering te brengen kosten voor de eerste kweekruimte bedragen op basis van het rapport van het Functioneel Parket Afpakken een bedrag van € 1.945,63 per oogst<footnote-ref linkend="_af27eddf-f37c-404f-80cb-b5d9e704510f" />,<footnote-ref linkend="_7fea26fc-288f-45f4-a0aa-be11567adfaa" />, wat neerkomt op een totaalbedrag van <emphasis role="bold">€ 5.836,89 </emphasis>bij drie oogsten.</para>
        <para>De in mindering te brengen kosten voor de tweede kweekruimte bedragen op basis van het rapport van het Functioneel Parket Afpakken een bedrag van € 1.111,25 per oogst<footnote-ref linkend="_2d6c3a6f-af23-4e62-8deb-f964bbf16aed" />,<footnote-ref linkend="_4b4db4a5-ef32-4ea0-b2c4-f2f0edcb9977" />, wat neerkomt op een totaalbedrag van <emphasis role="bold">€ 3.333,75 </emphasis>bij drie oogsten.</para>
        <para>Dat brengt de totaal in mindering te brengen kosten voor de hennepkwekerij op een bedrag van <emphasis role="bold underline">€ 9.170,64</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het licht van het vorenstaande schat de rechtbank de hoogte van het door de veroordeelde genoten wederechtelijk verkregen voordeel dus op <emphasis role="bold underline">€ 121.915,95</emphasis> (€ 131.086,59 minus € 9.170,64).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Betalingsverplichting </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat aan de veroordeelde de maatregel ter ontneming van het wederrechtelijk voordeel moet worden opgelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat vooralsnog niet aannemelijk is geworden dat de veroordeelde nu en in de toekomst over onvoldoende financiële draagkracht zal beschikken om aan een hem op te leggen betalingsverplichting te voldoen. Er zijn de rechtbank ook geen andere feiten en omstandigheden gebleken op grond waarvan het door de veroordeelde te betalen bedrag lager zou moeten worden vastgesteld dan op het bedrag van het geschatte voordeel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het licht van het vorenstaande stelt de rechtbank de hoogte van het door de veroordeelde aan de Staat te betalen bedrag vast op <emphasis role="bold underline">€ 121.915,95</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wettelijke bepaling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk voordeel wordt geschat, vast op <emphasis role="bold underline">€ 121.915,95</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt aan de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat van dat bedrag van € 121.915,95 ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de duur van de gijzeling, die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd, op <emphasis role="bold">1.080 (duizend tachtig) dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</emphasis>
      </para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. M.S. Lamboo, voorzitter,</para>
      <para>mr. L. Boonstra en mr. J. van Beek, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van de griffier, mr. P.H. Boersma,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 juni 2021.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_7b27cfff-467d-4f6d-904f-9b29eba17ace" label="1">
    <para> De door de rechtbank in de voetnoten als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen aan de daaraan bij wet gestelde eisen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_25bb1370-bc04-46e8-8a1f-16552b87112a" label="2">
    <para> Een rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex art. 36e tweede lid Sr van 27 augustus 2020, p. 207 e.v., inhoudende de bevindingen van verbalisanten [..] en [..] (het ontnemingsrapport).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9a352de4-e3ad-494e-a654-a715bbfe537a" label="3">
    <para> Een proces-verbaal van bevindingen van 23 september 2020, p. 177 e.v., inhoudende de bevindingen van verbalisanten [..] en [..] .</para>
  </footnote>
  <footnote id="_899b3280-79d6-4de1-8a7b-5e859713381b" label="4">
    <para> Het hiervoor genoemde ontnemingsrapport, p. 208-209.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c9a893ee-389d-4d84-b38b-238af0a1c2ed" label="5">
    <para> Berekend op basis van 6,9235 kilogram (227 hennepplanten x 30,5 gram) met een kiloprijs van € 4.070,-.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dca274fd-af79-4345-b63f-ab4f2b1e78f5" label="6">
    <para> Het hiervoor genoemde ontnemingsrapport, p. 210.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7ab1d78f-9de6-43df-aff3-923e7f74aaa7" label="7">
    <para> Berekend op basis van 3,8125 kilogram (125 hennepplanten x 30,5 gram) met een kiloprijs van € 4.070,-.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_af27eddf-f37c-404f-80cb-b5d9e704510f" label="8">
    <para> Het hiervoor genoemde ontnemingsrapport, p. 209.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7fea26fc-288f-45f4-a0aa-be11567adfaa" label="9">
    <para> Namelijk per oogst € 200,- aan afschrijvingskosten, € 864,87 voor de inkoop van 227 hennepstekken (van € 3,81 per stek), en € 880,76 aan variabele kosten voor 227 hennepstekken (van € 3,88 per stek).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2d6c3a6f-af23-4e62-8deb-f964bbf16aed" label="10">
    <para> Het hiervoor genoemde ontnemingsrapport, p. 210-211.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4b4db4a5-ef32-4ea0-b2c4-f2f0edcb9977" label="11">
    <para> Namelijk per oogst € 150,- aan afschrijvingskosten, € 476,25 voor de inkoop van 125 hennepstekken (van € 3,81 per stek), en € 485,- aan variabele kosten voor 125 hennepstekken (van € 3,88 per stek).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>