<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2021:3924</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-03T14:21:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-04-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8874469 \ CV EXPL  20-6109</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:3924">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:3924</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-24T15:24:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:3924 Rechtbank Noord-Holland , 28-04-2021 / 8874469 \ CV EXPL  20-6109</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2021:3924:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>kredietovereenkomst, betalingsregeling vervallen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2021:3924:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 8874469 \ CV EXPL  20-6109 (TB)</para>
      <para>Uitspraakdatum: 28 april 2021 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap<emphasis role="bold"> ING Bank N.V. </emphasis></para>
      <para>gevestigd te Amsterdam</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>verder te noemen: ING</para>
      <para>gemachtigde: Vesting Finance Incasso B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] , h.o.d.n. [bedrijfsnaam]</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>procederend in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze zaak gaat over de vraag of de door partijen gesloten betalingsregeling is komen te vervallen. De kantonrechter is van oordeel dat dit het geval is, omdat [gedaagde] onvoldoende heeft onderbouwd dat hij (alle) betalingen heeft verricht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>ING heeft bij dagvaarding van 4 november 2020 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>ING heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>ING heeft op 7 mei 2010 een kredietfaciliteit van € 75.000,00 aan [gedaagde] verstrekt. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij brief van 2 juni 2015 is (de gemachtigde van) ING overgegaan tot opzegging en opeising van de kredietfaciliteit. Het debetsaldo was op dat moment € 72.877,25.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 16 juli 2015, 21 oktober 2016, 27 februari 2017 en op 5 juni 2018 zijn partijen een betalingsregeling overeengekomen. De betalingsregeling van 5 juni 2018 houdt in dat [gedaagde] € 125,00 per maand betaalt.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij brief van 4 oktober 2018 heeft (de gemachtigde van) ING aan [gedaagde] bericht dat hij een achterstand heeft ten aanzien van de betalingsregeling en deze betalingsregeling daarom vervalt. ING sommeert [gedaagde] om de totale schuld te betalen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 21 januari 2019 heeft (de gemachtigde van) ING aan [gedaagde] bericht dat de betalingsachterstand op de betalingsregeling op dat moment € 125,00 bedraagt. ING wijst erop dat zij de regeling beëindigt en het nog te betalen totaalbedrag direct opeist, als [gedaagde] het bedrag niet op tijd overmaakt.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Bij brief van 15 februari 2019 heeft (de gemachtigde van) ING aan [gedaagde] bericht dat hij een achterstand heeft ten aanzien van de betalingsregeling en deze betalingsregeling daarom vervalt. ING sommeert [gedaagde] om de totale schuld te betalen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Op 24 juli 2020 heeft (de gemachtigde van) ING [gedaagde] in gebreke gesteld en verzocht om het verschuldigde bedrag binnen tien dagen over te maken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>ING vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 25.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en de proceskosten. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>ING legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichtingen voortvloeiend uit de kredietovereenkomst. ING is daarom overgegaan tot opzegging en opeising van de kredietfaciliteit. De Wet op het consumentenkrediet (Wck) is niet van toepassing, omdat het gaat om een zakelijke overeenkomst met [gedaagde] uit hoofde van de door hem gedreven onderneming. De afgesproken betalingsregeling is komen te vervallen, omdat [gedaagde] deze niet juist en volledig nakwam. [gedaagde] heeft het opeisbare bedrag ondanks aanmaning niet betaald. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De hoofdsom die [gedaagde] verschuldigd is, bedraagt € 82.240,39. ING maakt daarnaast aanspraak op de wettelijke rente (tot aan de dagvaarding berekend op € 7.349,89). Hierop strekt in mindering het ontvangen bedrag van € 2.280,00, zodat resteert € 87.310,28. ING heeft de vordering om haar moverende redenen beperkt tot € 25.000,00 onder voorbehoud om in een later stadium tot dagvaarding voor de restant hoofdsom, wettelijke rente en (buitengerechtelijke) kosten over te gaan. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op 25 januari 2021 (na dagvaarding) heeft ING van [gedaagde] € 125,00 in mindering ontvangen, waardoor het totaal sinds maart 2017 ontvangen bedrag uit komt op € 2.530,00. Omdat de totale vordering ondanks de gedane betalingen nog steeds de gevorderde € 25.000,00 overstijgt, vormen de betalingen geen aanleiding om de vordering te verminderen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist dat hij niet aan zijn betalingsverplichtingen voldaan heeft. Hij voert daartoe aan dat de betalingsregeling van 27 februari 2017 op 5 juni 2018 opnieuw geaccordeerd is onder dezelfde condities en dat hij deze betalingsregelingen volledig nakomt. Het door ING overgelegde overzicht van betalingen is incompleet. Sinds 15 maart 2017 heeft [gedaagde] 37 maal € 125,00 (€ 4.625,00) aan ING betaald. Daarmee is hij de betalingsregeling nagekomen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bevoegdheid kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Allereerst stelt de kantonrechter vast dat aan de vordering van ING een rechtstitel ten grondslag ligt met een belang van meer dan € 25.000,00. Omdat ING haar vordering in deze procedure beperkt tot € 25.000,00 en [gedaagde] de rechtstitel niet betwist, is de kantonrechter bevoegd van de zaak kennis te nemen.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Is [gedaagde] de betalingsregeling nagekomen?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Partijen zijn het erover eens dat ING de kredietovereenkomst met [gedaagde] rechtsgeldig heeft opgezegd en dat het kredietbedrag ineens opeisbaar is geworden. Ook staat vast dat partijen op 5 juni 2018 een betalingsregeling zijn overeengekomen. De kantonrechter moet de vraag beantwoorden of [gedaagde] die betalingsregeling is nagekomen en of ING de betalingsregeling mocht beëindigen en het restant in zijn geheel mocht opeisen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Het verweer van [gedaagde] dat hij meer betalingen heeft verricht dan ING stelt en dat hij om die reden wel aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, kan worden aangemerkt als een bevrijdend verweer. Dat betekent dat [gedaagde] voldoende moet stellen, en zo nodig, bewijzen dat hij de betalingen heeft verricht, als ING dat betwist.<footnote-ref linkend="_4cbca41e-92b3-4907-8ca2-e9df8dab35a3" /> De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] dit onvoldoende heeft gedaan. ING heeft een overzicht van betalingen ingediend.<footnote-ref linkend="_daaf24be-67e7-44d5-bd57-6e7a9f58b3b8" /> Daarin staat welke bedragen [gedaagde] op welke datum volgens ING heeft betaald. Daartegenover heeft [gedaagde] alleen maar een bankafschrift overgelegd van een betaling gedaan in januari 2021. Een specificatie van andere betalingen (met bedragen en data) en/of bankafschriften van betalingen vóór de opzeggingen van de betalingsregeling (in oktober 2018 en februari 2019) ontbreken. Dat [gedaagde] van SNS Bank en ING ondanks verzoeken daartoe geen bankafschriften heeft ontvangen, komt voor zijn rekening en risico. Omdat [gedaagde] zijn verweer (ook verder) onvoldoende heeft onderbouwd, komt de kantonrechter aan het opdragen van bewijs niet toe. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De kantonrechter concludeert dat [gedaagde] de betalingsregeling niet is nagekomen. Daarom mocht ING de betalingsregeling opzeggen en het restant in zijn geheel opeisen van [gedaagde] . </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Moet ING een nieuwe betalingsregeling met [gedaagde] sluiten?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert aan dat hij andere schulden heeft en er alles aan probeert te doen om zijn verplichtingen na te komen, maar dat de schuldvraag bij ING ligt omdat het onmogelijk en onverantwoordelijk was de lening te verhogen. [gedaagde] is wel bereid een nieuwe betalingsregeling van € 300,00 of €400,00 met ING te treffen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>Dit verweer kan [gedaagde] niet baten. Het treffen van een betalingsregeling is een zaak tussen partijen. De kantonrechter kan een betalingsregeling niet opleggen. [gedaagde] kan zich hiervoor wenden tot de gemachtigde van ING. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van ING zal toewijzen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan ING van € 25.000,00, onder reservering van het overige, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 25.000,00 vanaf 4 november 2020 tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van ING tot en met vandaag vaststelt op:</para>
        <para>dagvaarding	€	108,55</para>
        <para>griffierecht	€	996,00</para>
        <para>salaris gemachtigde	€	996,00	;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.H. Lips en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_4cbca41e-92b3-4907-8ca2-e9df8dab35a3" label="1">
    <para> Dit volgt uit artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_daaf24be-67e7-44d5-bd57-6e7a9f58b3b8" label="2">
    <para> Conclusie van repliek, productie 7.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>